Prins Bernhard - Page 2

De zondebok van Operatie Lock

De Britse natuurbeschermer John Hanks moest zijn trouw aan Prins Bernhard gedurende de ultrageheime paramilitaire Operatie Lock in Afrika in de jaren ‘80 bekopen met het verlies van zijn baan. Dat de onthullingen in zijn boek Operation Lock and the War on Rhino Poaching (2015) onopgemerkt bleven, heeft de oud-topman van het World Wildife Fund (WWF) te wijten aan zijn voorliefde voor het understatement.

 Tekst René Zwaap

 

Eind jaren ’80 vergezelt de Britse natuurbeschermer John Hanks Prins Bernhard op een rondreis lang vijf Afrikaanse presidenten met het Nederlandse regeringsvliegtuig. Bij het naderen van het vliegveld van Lilongwe in Malawi sommeert ‘PB’ – na de consumptie van de nodige witte wijn bij de lunch – de kapitein de stuurknuppel over te geven.

Hanks beschrijft de episode in zijn boek Operation Lock and the War on Rhino Poaching (2015): ‘Ik zal de verbaasde blik op het gezicht van de kapitein nooit vergeten. Natuurlijk, hij wist dat PB een zeer ervaren piloot was met veel vlieguren op zijn naam, maar hij was 78 en strikt gesproken over de alcohollimiet voor piloten. Met tegenzin gaf de gezagvoerder de stuurknuppel over en PB nam de controle in handen. Toen we de landing inzetten zag ik tot mijn opluchting dat de landingsbaan erg lang was. Om het zacht uit te drukken zou ik de landing als ongewoon willen beschrijven – niet het normale contact met het asfalt en dan doorrijden, maar niet minder dan twee keer terug de lucht in voordat we naar het lange eind konden taxiën. PB grijnsde breed, draaide zich om naar de passagiers achter hem, en zei: “Oh well , you cannot get it right every time!”’

 

Gebrek aan tegenwerking

Dat geen van zijn begeleiders en beveiligers ook maar had geprobeerd de prins af te brengen van zijn riskante vliegwens, mag illustratief worden genoemd voor het gebrek aan tegenwerking dat Bernhard ook ondervond bij Operatie Lock, de codenaam voor zijn – desastreus uitgepakte – plan om handel in illegaal verworven ivoor van de zwarte neushoorn tegen te gaan met inzet van een duister legertje huurlingen.

Bernhard financierde Operatie Lock met de opbrengst van de veiling van twee schilderijen uit de privé-collectie van zijn echtgenote. Bij Sotheby’s gingen De verkrachting van Europa door Elisabetti Sirani en De heilige familie van Bartolomé Esteban Murillo voor 610.00 pond van de hand. De opbrengsten waren officieel bestemd voor het WWF, maar die stortte 500.000 pond daarvan op Bernhards verzoek in het geheim op diens privérekening voor het geheime project. De Zuid-Afrikaanse zakentycoon Anton Rupert, oprichter van tabaksconcern Peter Stuyvesant en ooit lid van de geheime pro-apartheid-club Broederbond, deed ook een duit in het zakje.

‘Shoot to kill’

John Hanks was als directeur Afrika bij het hoofdkwartier van het World Wild Life Fund (WWF) in Zwitserland nauw betrokken bij acties tegen stropers in de natuurparken van Afrika. In 1986 verordonneerde Robert Mugabe in Zimbabwe de beleidslijn ‘Shoot to kill’. Bij het WWF in Zwitserland werd daar verdeeld op gereageerd. Een hooggeplaatste official schreef in een memo: ‘Ik kan niet accepteren dat bescherming van bedreigde diersoorten het doodschieten van mensen rechtvaardigt’. Hanks toonde zich minder teerhartig: ‘Ik vroeg de critici wat zij zouden doen als ze zwaarbewapende en goed getrainde stropers zouden moeten arresteren die er niet voor zouden schuwen onmiddellijk het vuur te openen als men probeerde hen te arresteren’. Het kwam hem te staan op beschuldigingen dat hij antistroperij-maatregelen verdedigde die indruisten tegen de basisrechten van de mens. Ook Bernhard was voorstander van de harde lijn. Hij schreef een brief aan vijf Afrikaanse staatshoofden waarin hij pleitte het voorbeeld van China te volgen, waar op het doden van een panda de doodstraf stond.

Oorlog tegen ANC

De geheime operatie Lock liep binnen twee jaar gierend uit de klauwen. Agenten van de Zuid-Afrikaanse militaire inlichtingendienst waren geïnfiltreerd binnen Lock en maakten de operatie een verlengstuk van hun vuile oorlog tegen het ANC in de zogeheten ‘frontlijnstaten’. Britse huurlingen staken het geld van de infiltratie-acties in eigen zak en begonnen zelf een handeltje in onwettig verkregen ivoor van neushoorns en olifanten, dat als medicinale toepassing in China veel geld opleverde. Het regende liquidaties en mysterieuze ongevallen binnen dit obscure milieu.

Zondebok

Toen de media lucht kregen van de operatie en WWF-directeur Charles de Haes in 1990 haastig de stekker uit de operatie trok, fungeerde Hanks als zondebok, schrijft hij: ‘In plaats van de waarheid te vertellen -dat de operatie was opgezet en gefinancierd door Prins Bernhard – meende Charles de Haes dat het makkelijker was om een verklaring uit te geven dat ik het als privépersoon had geïnitieerd, in de hoop dat de media-aandacht dan zou wegzakken’, schrijft Hanks. Eenmaal uitverkoren tot Kop-van-Jut raakte Hanks zijn baan bij het WWF snel kwijt. Hanks: ‘De grootste teleurstelling was dat Prins Bernhard al snel naar de achtergrond vervaagde na alle risico’s die ik voor hem op zijn verzoek had genomen. Hij verkeerde in een ideale positie om de waarheid te vertellen. Als de operatie had kunnen doorgaan zonder dat samenzweringstheorieën het in diskrediet hadden gebracht, zouden hij en anderen zonder twijfel het krediet hebben opgeëist. Maar, zoals zoveel gebeurt, wanneer een riskante onderneming fout loopt, is er een zondebok nodig, en in dit geval was ik dat’.

Hanks hanteert zelf ook een zondebok voor het mislukken van Lock. Met name de onthullingen van Stephen Ellis – professor Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit – in o.m. De Volkskrant over de banden van Lock met het apartheidsregime deden de operatie de das om, meent hij. ‘Als een senior wetenschapper aan een goede universiteit, zou Ellis zich verre moeten houden van samenzweringstheorieën’, schrijft Hanks, die een proces wegens smaad naar eigen zeggen alleen maar niet doorzette vanwege de advocatenkosten.

WWF-directeur-generaal De Haes, een oud-werknemer in het tabaksimperium van Anton Rupert, nam na het ontbinden van Operatie Lock snel de kuierlatten. Zijn opvolger Claude Martin kritiseerde Lock om zijn ‘militair imperialistische benadering’. De Zuid-Afrikaanse rechter Kumleben onderzocht de affaire en kwam tot de slotsom: ‘Hoewel Lock met een respectabel doel startte, was haar fatale tekortkoming dat het een geheime operatie was, uitgevoerd door mensen met een zekere reputatie om onorthodoxe methodes te gebruiken. Ze waren aan niemand verantwoording schuldig. De verdenkingen jegens hen waren onvermijdelijk aangezien er geen opheldering kwam over de herkomst van het neushoorn ivoor, noch waar dit voor bestemd was.’

Dat hij er vooral is ingeluisd door PB, lijkt er bij Hanks niet in te willen. Bewondering voor Bernhards ‘non-conformisme’ eist zijn tol. Omgekeerd lijkt Hanks niet veel meer dan een lakei. Zoals hij schrijft in zijn boek: ‘Mijn grootste voordeel – hoe bizar dit ook mag lijken – was dat zowel mijn moeder als mijn vader serieuze drinkers waren, en vanaf jongs af aan wist ik hun behoeftes te accommoderen, in het bijzonder wat betreft hun voorkeuren qua drank, hoe de drankjes dienden te worden geserveerd, en wanneer. PB had zo zijn eigen voorkeuren en antipathieën op dit gebied, die ik vanaf het begin heel snel leerde kennen. Bij het opstellen van de diverse routeplannen […] zorgde ik ervoor dat de juiste drankjes op het juiste tijdstip beschikbaar waren. Ik constateerde ook al snel dat hoewel hij al in de 70 was, hij een attent oog voor mooie dames had (hetgeen tijdens zijn huwelijk met koningin Juliana meer dan eens had geleid tot een serieuze verhouding) en dat tijdens formele diners het ijs brak als er een mooie dame naast hem zat. Ik deed mijn best de tafelschikking conform deze omstandigheden in te richten, en als ik goed werk leverde, bleef hij veel langer zitten aan het diner’.

Al die ijver mocht niet voorkomen dat Bernhard hem als een baksteen liet vallen, net als overigens Prins Philip, die het presidentschap van het internationale WWF van Bernhard had overgenomen na het Lockheed-schandaal en ook tot over zijn oren in de illegale gewapende interventies in de toenmalige ‘frontlijnstaten’ verwikkeld was. De zwarte neushoorn is inmiddels zo goed als van de aardbodem verdwenen.

 

John Hanks

Operation Lock and the War on Rhino Poaching

Penguin Books

ISBN 9781770227293

Dossier – Verborgen kosten koningshuis

DE REPUBLIKEIN

JAARGANG 13, NR.2, JUNI 2017

THEMA: Nederland is belastingparadijs voor de miljarden van Oranje

[divider height=”30″ style=”default” line=”default” themecolor=”1″]

INHOUD VAN DIT NUMMER

De verborgen kosten van het koningshuis
René Zwaap

Essay: Goethe contra de private geldschepping
Walter Lüssi

Max Westerman: ‘Handelsmissies met koning leveren niets op’
Max Westerman

 

Verder:

De blik van Joep

Van de redactie: ‘Een duister stel’ schrijft geschiedenis
René Zwaap

Van het republikeins front: Terug naar Västerås

Van gekozen burgemeester naar gekozen staatshoofd
Gijs Korevaar

Republikeins Genootschap herrijst uit zijn as
Ulli d’Oliveira

Dubbelportret 1: Kenne Grégoire schildert Willem-Alexander
Kenne Grégoire

Dubbelportret 2: Jan Maliepaard over zijn Koningin Minima
Jan Maliepaard

Column: Strijdige belangen
Simplicissimus

Column: De dag dat de barbaren kwamen
Ries Roowaan

King Kong en de Stadhoudersbrief
Manuel Kneepkens

Hoe Wilhelmina de Sovjet-Unie bestreed
Maurits van den Toorn

Rusland: 100 jaar revolutie in een eeuwig wingewest
Anton van Hooff

Boekrecensie: coalitievorming in Nederland
Maurits van den Toorn

Adoptiekeizers deden het beter dan geborenen
Anton van Hooff

Lezerspost

Appeltjes van Oranje: Operatie Lock
René Zwaap

Column Hans Maessen: Wat niet weet…

 

[divider height=”30″ style=”default” line=”default” themecolor=”1″]

Abonnementen

Jaarabonnementen (4 nummers) TIJDELIJK van € 38,95 voor € 25,-

Studentenabonnement (4 nrs, tot 27 jaar) € 25,–

Losse nummers € 10,90

Aan een jaarabonnement in het buitenland zijn, naast de kosten voor het abonnement, ook verzendkosten verbonden. Neem hierover contact op met de abonnementenadministratie.

Adreswijzigingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven, met vermelding van het oude en nieuwe adres en het nieuwe telefoonnummer. Opzeggingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven, uiterlijk 6 weken voor de volgende betalingsdatum.

U kunt zich hier online aanmelden als abonnee.

 

Abonnementenadministratie

Virtùmedia
t.a.v. De Republikein
Postbus 595
3700 AN Zeist

E-mail: klantenservice@virtumedia.nl
Telefoon: 085-0407400.

 

Zelf een artikel schrijven?

Raadpleeg eerst de wenken voor auteurs op de site.

 

 

De vriendschap van Prins Bernhard en Pieter Menten

Wat was de band tussen oorlogsmisdadiger Pieter Menten en Prins Bernhard? Hun vriendschap begon in de jaren ’30 in een mondain Pools ski-resort, maar schoot de prins Menten na de oorlog ook te hulp om hem voor vervolging te behoeden?

Tekst: René Zwaap

‘Dat heb jij wel heel goed gedaan, jochie’,  sprak prins Bernhard in het voorbijgaan tijdens een Beaujolais-party in Loosdrecht  tegen journalist Hans Knoop. Het was 1978 en Knoop had net naam gemaakt met zijn aandeel in de rechtszaak tegen de schatrijke kunstverzamelaar uit Blaricum Pieter Menten. Deze was toen net veroordeeld wegens oorlogsmisdaden in Polen, na een jarenlange, slepende rechtsgang die heel Nederland in de ban had gehouden. Knoop herinnert zich de ontmoeting met de prins tijdens een telefonisch onderhoud met De Republikein:  ‘Het was een ontmoeting van hooguit anderhalve minuut toen ik op weg naar het herentoilet was en Bernhard er net vandaan kwam. We liepen tegen elkaar op, als het ware. Maar het was genoeg voor de prins om me dat complimentje te geven.’

Hotel Patria

 

Een complimentje met een speciale achtergrond, want Prins Bernhard en Pieter Menten blijken kennissen van elkaar. Knoop: ‘Al voor zijn huwelijk met Juliana heeft Bernhard Menten gekend. Hij is een aantal keren met hem wezen skiën in de mondaine Poolse wintersportoord Zakopane. Tijdens hun huwelijksreis in 1937 hebben prins Bernhard en Juliana Menten getroffen in hotel Patria in het Poolse Krynica, dat werd gerund door de beroemde operazanger en filmster Jan Kipura en diens echtgenote Martha Eggert, ook een ster van het witte doek. De prins en de prinses, die het hotel hadden geboekt onder een schuilnaam – de graaf en de gravin Von Sternberg – , maar die toch al snel werden geïdentificeerd door een Poolse journalist,  hielden tijdens hun verblijf in hotel Patria grote feesten waar de hele jetset en adel op af kwamen. Pieter Menten liep daar ook tussen, hetgeen niet zo vreemd was als je je bedenkt dat hij als grootgrondbezitter in Polen al voor de oorlog schatrijk was en hij kind aan huis was in dat hotel.’

De vriendschap tussen Menten en het koninklijke paar is des te meer opmerkelijk omdat Menten volgens een verklaring van de Israëlische journalist Haviv Kanaan, die hem als jongen had gekend in Polen, zou hebben verteld republikein te zijn en uit Holland te zijn vertrokken, omdat hij daar gevaar liep te worden gearresteerd. Tijdens het proces dat tegen hem werd gevoerd ontkende Menten dat verhaal overigens in alle toonaarden en wees hij juist op zijn goede banden met Bernhard.

Rookgordijnen

Hans Knoop: ‘Net als Bernhard was Menten gespecialiseerd in het optrekken van rookgordijnen rond zichzelf. Hij heeft altijd geschermd bepaalde zaken te weten van Bernhard, maar van daadwerkelijke onthullingen is het nooit gekomen. Dus het kon net zo goed allemaal bluf zijn geweest’.

Bluf of niet, de band tussen Bernhard en Menten blijft tot de verbeelding spreken. Zo is daar het verhaal dat Menten direct na de oorlog – toen hij in Nederland  was gearresteerd op verdenking van hulp aan de vijand – op speciale vrijspraak van prins Bernhard is vrijgekomen. Nadat Menten op 16 mei 1945 in Bloemendaal door de Binnenlandse Strijdkrachten was gearresteerd, en opgesloten in het Haarlemse huis van bewaring, zou Bernhard in een brief aan kapitein mr. L. Erades, de Militair Commissaris voor Inbewaringstelling en Vrijlating in het District Haarlem, hebben aangedrongen op diens vrijlating. Althans, dat verklaarde  mevrouw C. Koning-Stroink, de toenmalige chef de bureau van Erades tegenover de Commissie-Schöffer, die in 1977-1978 onderzoek deed naar de oorlogsmisdaden van Menten in Polen.

Mevrouw Koning vertelde de commissie zeer ontzet te zijn geweest over Bernhards brief: ‘Ik holde er ontzet mee naar mr. Erades en hij vertrouwde mij toe om zelf aan de Prins te schrijven, dat als de zaak van de heer P.N. Menten in behandeling was genomen wel zou worden meegedeeld of hij al dan niet in vrijheid zou worden gesteld’.

Hoe het ook zij, Menten zou op 13 oktober 1945 alweer worden vrijgelaten. Of dat te danken was aan de tussenkomst van de prins kon niet worden opgehelderd. Toen mevrouw Koning in januari 1946 het dossier-Menten weer in handen kreeg, was zowel de brief van Bernhard als de kopie van haar antwoord uit het dossier verdwenen.

Stadhoudersbrief

 

Ook speelt Menten een rol in het mysterie rond de mythische Stadhoudersbrief, het aanbod dat Bernhard tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Hitler zou hebben gedaan om namens het Derde Rijk gouverneur van Nederland te worden. In zijn in 2014 verschenen boek Niets was wat het leek meldt historicus Gerard Aalders dat de beruchte (dubbel)spionne Leonie Brandt-Pütz Menten  in 1946 heeft verhoord, als ook Mentens Duitse handlanger SS-Oberführer Karl Eberhard Schöngarth Schöngarth, wiens Einsatzkommando  de moordpartijen in Polen uitvoerde waar Menten uiteindelijk voor werd veroordeeld. Schöngarth, die samen met Menten een profijtelijke handel opzette in van Joden geroofde kunst en ander waardevol bezit, kwam direct na de oorlog met verklaringen die Menten vrijpleitten van de oorlogsmisdaden waarvan de Polen hem beschuldigden. Maar toen hij zelf ter dood werd veroordeeld, scheen hij zijn houding tegenover zijn vroegere trawant te hebben gewijzigd. Aalders schrijft: ‘Leonie was bij verhoren van Menten aanwezig, maar die interesseerden haar op dat moment minder. Voor Menten ging ze zich pas interesseren toen die bij haar kwam om documenten te kopen, waarmee hij zich zijn tegenstanders van het lijf hoopte te houden’.

 

Politiek spel

 

Ten behoeve van Mentens advocaten schreef Leonie een ‘Verklaring betreffende P.N. Menten’, gedateerd 15 augustus 1946, Schöngarth, zo blijkt uit het document, had bij verhoren in de zaak-Menten belangrijke verklaringen afgelegd, maar waarover precies laat ze in het midden. Ook was er van ‘verschillende kanten’ geprobeerd Schöngarth valse verklaringen te ontlokken. ‘Verschillende kanten wil zeggen, dat er een groot politiek spel gespeeld werd van de eene kant en kleine spelletjes met bepaalde personen aan de andere kant. Over het politieke spel wensch ik U in landsbelang geen mededelingen te doen’, aldus Brandt in die verklaring.

Schöngarth  zou in 1946 op last van de geallieerden worden opgehangen. Voor zijn executie sprak hij met Leonie Brandt over een brief die Bernhard aan Hitler had geschreven met het aanbod ‘Gauleiter’ van Nederland te worden. Dat werd in 2003 tegenover Aalders bevestigd door Brandt’s toenmalige secretaresse Lientje T, die bij het verhoor aanwezig was geweest. Aalders: ‘Lientje had zich destijds niet verbaasd over het verhaal van Schöngarth, vertelde ze me. Ze had toen zoveel gehoord dat niets haar nog kon verrassen’.

Helaas kon de verklaring van Lientje T. niet nader worden geverifieerd. Verder noemt Aalders het intrigerende feit dat  mr. J.M. de Roy van Zuydewijn, de oom van de voormalige echtgenoot van prinses Margarita, griffier was bij het Bijzonder Gerechtshof waar de zaak-Menten diende. De Roy van Zuydewijn zou zijn gevraagd belastend materiaal over Bernhard weg te werken.

Velser Affaire

 

Behalve in de affaire rond de Stadhoudersbrief heeft de Zaak-Menten ook nog eens vertakkingen met een ander nooit opgehelderd schandaal waarin Bernhard een grote rol wordt toegedicht, te weten de Velser Affaire. Daarin gaat het om verhalen als zou er tijdens de bezetting een complot zijn geweest tussen hooggeplaatste nazi’s, Nederlandse politieagenten en kringen rond Prins Bernhard in Londen om communistische verzetslieden uit te schakelen. Hannie Schaft zou een van de slachtoffers zijn geweest van deze interne sabotage.  Menten deed het voorkomen alsof hij alles van deze affaire wist. Hij stelde dat minister van Justitie Donker, een PvdA’er, hem om die reden in 1952 had beloofd dat hij niet meer zou worden vervolgd. Donker  zou de raadsman van Menten in die tijd, dr. Kortenhorst (ook  bekend als voorzitter van de Tweede Kamer), beloofd hebben dat naar Mentens verleden geen verder onderzoek zou plaatsvinden. De weduwe van dr. Kortenhorst verklaarde tijdens het Menten-proces in de jaren ‘70 dat  minister Donker een brief aan haar man had gestuurd van die strekking. ‘Van Menten zijn we gelukkig af’, had haar man toen gezegd. ‘Hij zal verder zwijgen over de Velser affaire en minister Donker, die ik erg goed ken, zal die Poolse geschiedenis over Menten seponeren’.

Feestelijk ontmoetingspunt

 

Donker en Kortenhorst waren toen al overleden, dus nader opgehelderd kon ook dit verhaal niet. Menten zelf liet doorschemeren dat hij instructies vanuit Londen had gezien waarin stond hoe de linkse verzetsmensen dienden te worden uitgeschakeld. Die instructies waren volgens hem na zijn arrestatie uit zijn huis gestolen. Hans Knoop: ‘Menten was toen hij terugkwam uit Polen in 1943 een schatrijk man. Zijn kunstcollectie  die hij uit Polen meenam was drie treinwagonladingen groot. Zijn toenmalige huis in Bloemendaal was het feestelijke ontmoetingspunt voor hooggeplaatste nazi’s, van Seys Inquart, Rauter tot Schöngarth. Dus hij zal zeker op de hoogte zijn geweest over het een en ander. Maar het blijft opvallend dat van alle geheimen waarmee hij schermde, na zijn veroordeling nooit  een woord naar buiten is gekomen. Dat kan betekenen dat hij of helemaal niets wist, of dat hij toch besloot te zwijgen’.

Menten zat vijf jaar gevangen toen hij op grond van de ziekte van Alzheimer clementie kreeg. Dertig jaar geleden overleed hij in een verpleeghuis. Zijn villa in Blaricum werd later gekocht door megatycoon John de Mol.

De Republikeinse Verkiezingsgids 2017

DE REPUBLIKEIN

JAARGANG 13, NR.1, MAART 2017

THEMA: De Republikeinse Verkiezingsgids 2017

[divider height=”30″ style=”default” line=”default” themecolor=”1″]

INHOUD VAN DIT NUMMER

Gekozen koningin maakt comeback bij GroenLinks
Gijs Korevaar

Republikeinse Verkiezingsgids: republikeins electoraat heeft iets te kiezen
Maurits van den Toorn

PVV is rijp voor rechterlijk verbod: grenzen van de tolerantie
prof. mr. H.U. Jessurun d’Oliveira

 

Verder:

De blik van Joep

Van de redactie: Orangisme versus populisme?
René Zwaap

Van het republikeinse front: verborgen kosten koningshuis
Team Willyleaks

Een parlement van zwijgers
Floris Müller

De tragiek van de rechtse provo
René Zwaap

PVV gedwee op weg naar het paleis
René Zwaap

Grenzen aan vrijheid van expressie
Gijs Korevaar

Zwitserse verbazing over stemchaos in de polder
René Zwaap

De participatie van de burger in de bestuursstaat
Mani Matter

De kerstrede als taalkundig ongeluk
Simplicissimus

Pleidooi voor een weerbare democratie
Kurt Haverkort

God, Nederland en Oranje
Lodewijk Brunt

Bataafse mythe werd staatkundige realiteit
Anton van Hooff

Boekrecensie: De boze stiefmoeder van alle kabinetsformaties
Maurits van den Toorn

Appeltjes van Oranje: De vriendschap van prins Bernhard met Pieter Menten

Column Hans Maessen: wordt 2017 het nieuwe 1848?

 

[divider height=”30″ style=”default” line=”default” themecolor=”1″]

Abonnementen

Jaarabonnementen (4 nummers) TIJDELIJK van € 38,95 voor € 25,-

Studentenabonnement (4 nrs, tot 27 jaar) € 25,–

Losse nummers € 10,90

Aan een jaarabonnement in het buitenland zijn, naast de kosten voor het abonnement, ook verzendkosten verbonden. Neem hierover contact op met de abonnementenadministratie.

Adreswijzigingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven, met vermelding van het oude en nieuwe adres en het nieuwe telefoonnummer. Opzeggingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven, uiterlijk 6 weken voor de volgende betalingsdatum.

U kunt zich hier online aanmelden als abonnee.

 

Abonnementenadministratie

Virtùmedia
t.a.v. De Republikein
Postbus 595
3700 AN Zeist

E-mail: klantenservice@virtumedia.nl
Telefoon: 085-0407400.

 

Zelf een artikel schrijven?

Raadpleeg eerst de wenken voor auteurs op de site.

 

 

De glazen gevangenis van Juliana

Magdaleen van Herk, de eerste kritische biografe van Juliana, heeft alle lof voor de recent verschenen Juliana-biografie van Jolande Withuis, maar draagt op tal van vitale plekken in het veelbesproken boek ook de nodige correcties aan. Zo was Greet Hofmans geen kwaadwillende toverkol en wilde Bernhard zijn vrouw wel degelijk laten opnemen in een psychiatrische kliniek.

Tekst Magdaleen van Herk

 Toen eind november 1980 Juliana, vorstin naast de rode loper was gepubliceerd, sprak in De Groene Geert Mak zijn verbazing erover uit dat zo’n zijns inziens ‘vrijmoedig’ boek over de in dat jaar afgetreden koningin al uitgegeven kon worden. Hij had een dergelijk werk minstens een generatie later, tegen 2050, verwacht. Dat leek mij, auteur van dat boek – op de bijdrage na van Dra. M.G. Schenk over de crisis van 1956 – bepaald overdreven. Zo onthullend was mijn biografie niet. Dra Schenk hield haar geheim archief potdicht voor mij en van wat zij wel had losgelaten mocht ik nauwelijks iets publiceren. ‘Over mijn lijk’, ‘jij wordt mijn dood’, ‘mondje toe’ waren haar in de mond bestorven.

Dit najaar verscheen een nauwgezet gedocumenteerd levensverhaal van Juliana, geschreven door sociologe Jolande Withuis Juliana. Vorstin in een mannenwereld. Mij beving na lezing dezelfde verbazing als die van Geert Mak destijds. Hoe kàn het? Een dergelijke onthullende en demystificerende biografie had ik pas verwacht na het overlijden van Beatrix.

Twee paden

 Jolande Withuis heeft haar project op zeer ambitieuze wijze aangepakt. Zij hield zich niet alleen bezig met haar subject als staatshoofd – een beperking die Cees Fasseur zich oplegde bij zijn Wilhelmina-biografie – maar zij heeft ook en allereerst een psychologiserend levensverhaal willen brengen. Behalve uit de massa gegevens in archieven, interviews en eerdere publicaties, kon zij putten uit een schat aan privé correspondentie. Zij is erin geslaagd tal van nakomelingen van vriendinnen en kennissen van Juliana ertoe te brengen die correspondentie ter beschikking te stellen. Geen geringe prestatie! Hoe moeilijk het is om in zo’n oceaan van gegevens meester te blijven over je riemen, daar hebben maar weinig lezers enig idee van. Als lichtbaken moet daarbij voor Withuis hebben gediend een cruciale paragraaf in een brief van één van Juliana’s Leidse studievriendinnen (p.137). Daaruit blijkt hoe vanzelfsprekend een dubbelleven voor Juliana was: zij meende ‘gerust’ twee levenspaden tegelijk te kunnen bewandelen.

Mijn biografie van 1980, in drie maanden geschreven na drie jaar onafgebroken tegenwerking van Dra. Schenk en door De Boekerij uitgegeven zonder dat één drukproef onder haar ogen kwam, steekt heel eenvoudig in elkaar: de eerste helft chronologisch, wat daarna volgt, tot halverwege 1980, gerangschikt per rol die Juliana vervulde. Withuis spreidt een veel bredere waaier uit. Zij heeft een veelheid van uiteenlopende draden bijeen willen grijpen. Allerlei deelgebieden komen aan bod: naast de puur biografische feiten, de historische achtergronden, sfeertekeningen van Juliana’s Leidse studentenleven, oorlogsgeschiedenis, de ontwikkeling van verschillende soorten feminisme, de opbouw van Nederland en politieke verwikkelingen. Ondanks haar frequent heen en weer springen in de tijd, blijft haar weefsel een soepel geheel, dat de lezer geboeid houdt.

Fatale symbiose

 Jolande Withuis aarzelt niet om een fors aantal kernachtige uitspraken te doen, soms in staccato tempo. ‘Moeder en dochter waren emotioneel op elkaar aangewezen’ (p.140), (over Juliana’s ouders): ‘Bovendien leefden zij zo goed als separaat. Juliana stond niet alleen voor de dubbele opgave koningskind te zijn, ze was daarenboven kind van feitelijk gescheiden ouders, terwijl die situatie toegedekt en feitelijk onbespreekbaar was”(p. 141/142). [Vooral die laatste toevoeging getuigt van inzicht]. ‘Juliana werd over wezenlijke zaken in onwetendheid gehouden’ (p.143), ‘Juliana’s driftbuien [zijn] terug te voeren op het gegeven dat ze zich nooit heeft hoeven spiegelen aan normale verhoudingen’ (p.143).

Empathie blijkt uit hoe Withuis de eeuwig aanwezige spanning tussen Wilhelmina en Hendrik oproept en hoe zij Juliana’s lijdzaamheid schetst. Daarbij behandelt zij overigens wel erg oppervlakkig hoe moeilijk Hendrik het Wilhelmina maakte het Koninklijk Huis zijn waardigheid te doen behouden. Meer aandacht voor wat Sytze van der Zee daarover in 2015 publiceerde in zijn biografie van François van ’t Sant was op zijn plaats geweest. Vooral omdat Withuis wel weer Juliana’s verdediging van Hendrik citeert: haar moeder zou hem lang niet genoeg hebben ondersteund.

Rivaliteit

 Withuis rept van een zekere rivaliteit tussen moeder en dochter. Inderdaad ging onder de oppervlakte van Juliana’s naar buiten toe geuite bewondering voor haar moeder meer schuil dan algemeen bekend is. In Dra. Schenk’s geheim archief sinds 1999, acht jaar na haar overlijden voor mij beschikbaar, trof ik verslagen van haar ontmoetingen met Jeannette Geldens, Wilhelmina’s particulier secretaresse sinds 1945. Geldens, die had verkozen buiten paleis Het Loo te wonen, blijkt meermalen te hebben meegemaakt dat Juliana ‘dampend van opgekropte woede’ over de houding van haar moeder kwam uithuilen bij Jeannette. De laatste tegenover Schenk: ‘Het ergste was, daar ben ik zelf bij geweest, wanneer mijn Mevrouw [zo noemde Geldens prinses Wilhelmina] Juliana voor de zoveelste keer het bittere verwijt maakte over het riskante bezoek [van Juliana] aan de repatrianten tijdens de verwachting van Marijke’.

Dit was dan de moeder op wie Juliana zich moest verlaten in haar verborgen strijd tegen de clan rond haar man die haar al vanaf het begin van hun huwelijk ontrouw was. En dat bleef. Withuis (p.283): ‘Blijkens het dagboek van de latere minister-president, Prof. Dr. Jan E. de Quay en blijkens de karakterisering door oorlogspremier Gerbrandy van Bernhard als “een bij die van de ene bloem naar de andere vliegt”, was het de politici en ambtenaren met wie Juliana najaar 1944 in Londen overlegde bekend dat de man van hun toekomstige vorstin haar ontrouw was’. To the point vervolgt Withuis dan: ‘Als Juliana het zelf niet wist, heeft hun meerkennis haar positie tegenover deze heren toen en tijdens haar regeerperiode verzwakt. Wist ze het wel dan moet ze zich bijzonder vernederd hebben gevoeld (…)’.

Wild leven

De Nederlandse en Vlaamse media hebben zich naar aanleiding van het uitkomen van ‘Juliana. Vorstin in een mannenwereld’ in het algemeen gestort op de talloze dubieuze zijsporen die Bernhard meende te kunnen bewandelen, veel meer dan op de hoofdweg, die van Juliana’s leven (Arjen Fortuin in NRC Handelsblad van 27 oktober 2016 en Meindert van der Kaaij in Trouw  waren welkome uitzonderingen). Han van Bree maakte eind 2004 een overzicht van dat prinselijke leven, voornamelijk aan de hand van foto’s: ‘Het aanzien van Bernhard’. Zijn voorwoord begint met: ‘Ooit zei een vriend tegen prins Bernhard als jij dood gaat, zullen ze niet zeggen “prins Bernhard is gestorven”, maar “mr. wildlife has died’”. Uiteraard heeft Van Bree, toen al goed op de hoogte van Bernhard’s strapatsen en leugens, bijvoorbeeld over de ‘Oude Loo’ conferenties, dat wildlife dubbelzinnig willen gebruiken. Het aanzien van Bernhard is door Withuis’ onthullingen nog verder gedaald, maar het wilde leven van Bernhard-de-rokkenjager zal het in de geschiedschrijving langer uithouden dan Bernhard-de-olifantenjager, laat staan Bernhard-de beschermer-van-uitstervende-soorten. ‘Sprookjes hebben schurken nodig’, zo vergoelijkte Ger Groot in Trouw. Het SA- en SS-verleden van Bernhard stipt Withuis amper aan.

Gedoemd

Hoe was het mogelijk dat een intens integer iemand als Juliana over haar toekomstige verbintenis met deze Pruis, lid van de nazipartij, zou schrijven (aan haar vioollerares): ‘Het past’? Het is een duidelijk bewijs hoezeer Juliana wilde ontsnappen aan het naargeestige hofleven, de neerdrukkende bekrompenheid, de benepen, discriminerende opvatting dat zij alleen kon huwen met iemand van koninklijke bloede. Hillary Mantel, de gelauwerde Britse auteur van historische romans: ‘In een monarchie is de troonopvolgster of de echtgenote van de troonopvolger gereduceerd tot een vagina’. Jaren van rondgezeuld te worden over de Europese huwelijksmarkten hadden bij Juliana hun sporen achtergelaten. Het meisje in haar hunkerde naar uitzicht, weg van de krampachtige gestrengheid van haar moeder. Withuis vat het samen onder de noemer Weltfremdheit. Opmerkelijk genoeg laat zij dat vrijwel uitsluitend slaan op Juliana.

Geplande vlucht

Withuis besteedt in haar boek veel aandacht aan koningin Wilhelmina. Die wordt door haar, net zoals dat bij Wilhelmina biograaf Fasseur gebeurde, neergezet als de flinke, in dapperheid voorbeeldige verzetsvrouw. Op dat beeld valt het nodige af te dingen. In het voetspoor van veel lakei-historici en de kudde Oranje-horigen voor haar stelt Withuis Wilhelmina voor als dè nazaat van de (overigens beklemmend moordzuchtige) stadhouder-koning Willem van Oranje-Nassau die zou hebben gezegd te willen vechten voor zijn ‘goede’ zaak, ‘to die defending it in the last ditch’. Dat was voor Wilhelmina achteraf makkelijk praten bij geschiedschrijver Lou de Jong, tegenover wie zij die frase herhaalde. Uiteraard beweerde zij, toen oud-vorstin, dat in de allereerste plaats om de mond te snoeren van al degenen die haar in de meidagen van 1940 hadden bekritiseerd vanwege haar vlucht.

In Withuis’ bibliografie ontbreekt een studie uit 2010 van Bernhard Woelderink, gepubliceerd zeven jaar na zijn aftreden als directeur van het Koninklijk Huis Archief (De Geschiedenis van de Thesaurie. Twee eeuwen Thesaurie van het Huis van Oranje-Nassau 1775-1975). Woelderink schrijft daarin heel terloops dat Wilhelmina met het oog op mogelijk langdurig verblijf buitenslands in 1939 een fors kapitaal liet overmaken naar een buitenlandse bank. Waarmee Nanda van der Zee, door Withuis uitsluitend genoemd in een noot, postuum gelijk krijgt met wat zij poneerde in ‘Om erger te voorkomen’(1997): de vlucht van de Koninklijke familie was zorgvuldig gepland.

Wilhelmina stelde dus bewijsbaar niet voorop wat zij propageerde in haar redevoering van 14 mei 1940: ‘’s Lands Welbegrepen Belang’. Het belang van het veilig stellen van de dynastie ging vóór ’s lands belang, een houding overigens die de Britse en de Belgische monarch volledig met haar deelden, hoe verschillend hun strategieën ook uiteen zouden lopen. (De Britse koning had alvast een mansion in Canada gekocht. De Belgische koning meende een kans te zien in de nazi overwinning om zijn ideaal van een dynastiek-autoritair, antiparlementair bewind te realiseren).

Inmiddels is allang aangetoond, met name door Jord Schaap in zijn proefschrift ‘Het recht om te waarschuwen’ (2007), dat Wilhelmina’s toespraken via Radio Oranje maar door heel weinigen in het vaderland beluisterd zijn. Pas achteraf werden die wijd en zijd bekend – onder andere Dra. Schenk heeft daarvoor geijverd – en toen ook onmiddellijk propagandistisch uitgebuit. Bij Withuis daarover geen woord. Niet dat Withuis in haar Juliana-boek Wilhelmina steeds bijvalt. Hoewel zij inzake de veelbesproken groep rond ‘Het Oude Loo’ (door haar steeds een sekte genoemd) aan Wilhelmina meer verstand toedicht dan aan haar dochter. Wie echter de monografie uit 2015 van Han van Bree over de Oude Loo-groep heeft bestudeerd, ziet alle reden om aan Wilhelmina’s helderheid van geest te twijfelen.

Uitmuntende rol in ballingschap

 Wie al eerder aan Wilhelmina’s gezonde verstand twijfelden waren de Amerikaanse president en zijn echtgenote Eleanor. Uit gesprekken die ik heb gehad met hun oudste kleinzoon, Curtis Roosevelt, blijkt dat die de Nederlandse oorlogskoningin een bigotte, onzuiver redenerende, onmogelijk veeleisende, intens egocentrische oude dame vonden, iemand zonder enig inzicht in de werkelijke machtsverhoudingen in de wereld. Uiteraard bleven hun uitlatingen ‘en famille’ binnen de muren van Hyde Park Mansion en van Eleanor’s cottage. Volgens Curtis voelden zijn beide grootouders afkeer voor Wilhelmina, dit in tegenstelling tot hun oprechte sympathie voor Juliana. Terecht citeert Withuis een zinsnede uit een brief van FDR over Juliana: ‘She is a dear and great help in keeping the Netherlands flag flying’. Dat Juliana haar public relations-functie (die toen nog niet zo heette) in Canada, de VS en de West uitmuntend heeft vervuld, valt terug te lezen in het langste hoofdstuk ‘Ballingschap’ in Vorstin naast de rode loper. Het gros van de historici is niettemin Juliana’s rol blijven bagatelliseren of negeerde die zelfs. Withuis, terecht verontwaardigd, zet de harde feiten nog eens op een rij.

In 2006 vertelde Curtis Roosevelt, gevraagd naar welke rol zijn grootmoeder Eleanor zou kunnen hebben vervuld voor Juliana (die hij zelf meermalen van zeer nabij had meegemaakt tijdens en na de oorlog): ‘Juliana saw her as a mother’. Een duidelijke bevestiging van Withuis’ visie daarop. Van haar kant zag Eleanor de Nederlandse troonopvolgster niet als een dochter, maar volgens hem was zij bepaald zeer gesteld op haar jonge gast: ‘Her patience with Juliana was incredible’.

Eleanor’s en FDR’s sympathie strekte zich niet uit tot Juliana’s echtgenoot, ’that Prussian-par excellence’. Binnen huize Roosevelt werd Bernhard op z’n best gezien als een operette prins. En werd zijn ijdelheid belachelijk gevonden. Dat Juliana zich diep ongelukkig voelde over Bernhard’s ‘uithuizigheid’ en over de achtergrond ervan, daarvoor had Eleanor alle begrip. Maar dat Juliana zich daarom in het ideaal van een in alles Gods hand zoekende groep stortte, ging Eleanor te ver. Toch bleef zij volgens Curtis geloven dat Juliana een oprechte, louter goed bedoelende idealist was – ‘but she got lost’.

Greet Hofmans: onterecht weggezet als kwade genius.

‘Klinkhamer’

 Inzake de ‘Oude Loo’ groep keert Withuis zich vierkant tegen Greet Hofmans. Terwijl Lambert Giebels en Han van Bree eerder het beeld van Hofmans als de ‘Raspoetin’ met de grond gelijk hebben gemaakt, wordt zij hier opnieuw afgeschilderd als de kwade genius. Twee critici van de ‘Oude Loo’ kring, die als eersten niet meezongen in dat denigrerende koor, de communistische journalist Wim Klinkenberg en de vooraanstaande jurist, prof. Joost H. van Hamel, die een neutraal Europa voorstond, worden door Withuis raillerend weggezet. Ten onrechte. Ook indien men Klinkenberg’s ideologische overtuiging totaal afwijst, blijft overeind dat diens ‘Prins Bernhard. Een politieke biografie’ (1979) het Nederlandse volk voor het allereerst inlichtte over de rol die Bernhard speelde in allerlei tot dan toe verzwegen, duistere zaken, waaronder de Soestdijk crisis. Zoals uit de titel van zijn boek al blijkt, was Klinkenberg’s visie gekleurd, maar dat neemt niet weg dat hij een berg nieuw feitenmateriaal had opgeworpen. Wie zich verdiepte in het koningshuis kon niet meer heen om die berg, nee, vulkaan van nauwkeurig gedocumenteerde gegevens. Dra. Schenk wilde echter voor geen prijs zijn naam genoemd zien in ‘Vorstin naast de rode loper’. Daarom noemde ik hem Klinkhamer. Iedereen wist zo toch wie werd bedoeld. Klinkenberg kon daar achteraf hartelijk om lachen. Merkwaardig genoeg moet hij in Withuis’ biografie postuum allerlei katten incasseren. Ook Van Hamel krijgt in verband met de Sovjet-aanval in Hongarije een trap na.

Zondebok

Mij heeft, toen ik twintig jaar later Dra’s geheime archief begon door te ploegen, bijzonder geschokt hoe hypocriet Dra. Schenk inzake Greet Hofmans is geweest. In haar bijdrage van 1980 boorde Schenk deze vrouw weer eens de grond in, haar beschrijvend als ‘toverkol’ en ‘contactarm’. Terwijl zij al jaren er voor wist hoe de vork in de steel zat, getuige de aanhef van haar brief aan collega Alfred Rau van De Telegraaf: ‘We weten toch allemaal wel dat Greet als een zondebok is gebruikt’. Schenk heeft later ook mij, tijdens mijn onderzoek steeds voorgehouden dat het in feite ging om een crisis binnen het koninklijk huwelijk. Daar wist zij naar eigen zeggen ‘aardig wat’ van door wat zij doorkreeg van ‘boodschappenjongen’ (dixit Schenk) Sefton Delmer en via haar collega en vriend Jan Spaan, medewerker van de Britse geheime dienst èn van de CIA. Maar over de ware achtergrond van de crisis publiceren, dat bleek in 1980 absoluut taboe. Het zou, meende Schenk, haar haar baan kosten en bovendien postuum de reputatie van Jan Spaan aantasten. Het  was een hopeloze strijd – het had mij toen al ruim twee jaar gekost om Dra ertoe te bewegen Bernhard’s rol te openbaren inzake de artikelen over de Oude Loo groep in Der Spiegel en de Daily Express in juni 1956. Een onthulling waar, zo bleek na publicatie in 1980, de gezamenlijke vaderlandse pers doodleuk overheen las.

Dat Withuis tegen Fasseur’s opvatting ingaat en korte metten maakt met de mythe dat Bernhard in 1956 de monarchie heeft gered is een immense verdienste van haar biografie.

Muziek en eerste liefde

Eveneens taboe was het in 1980 om ook maar één syllabe te schrijven over de non-stop conflicten tussen Juliana en Beatrix. Daarover werd Schenk, zo blijkt uit haar geheim archief, rijkelijk van nieuwtjes voorzien door freule Wttewaall, alias ‘tante Bol’ (voor de prinsessen), met wie Schenk al bevriend was sinds haar kindertijd in Rotterdam. Na de conflicten rond Beatrix’ huwelijkskeuze werd ook Willem P. van den Berge (van 1963 tot 1981 hoofd Pers en Publiciteit van de RVD) voor Schenk een nuttige informant, vooral tijdens hun lunches à deux bij Schlemmer in Den Haag. Met betrekking tot de verhouding tussen Juliana en haar dochters zet Withuis een hardnekkig misverstand recht. Het waren niet alle vier prinsessen, maar alleen de oudste twee, de troonopvolgster en de ‘reserve’ die stelling namen tegen hun moeder. De eerste bleef zich, vaak tamelijk openlijk, verzetten tegen haar moeder. De tweede dochter draaide later volledig bij, kwam onder Bernhard’s en Trix’ invloed uit en werd, zoals Juliana’s vriendin en secretaresse Binebeth Röell meedeelde, Juliana tot grote steun. ‘Er is weer muziek in huis’ zou Juliana volgens Röell hebben uitgeroepen toen Irene zich in Nederland vestigde.

Aangaande liefde voor muziek creëert Withuis een misverstand. Ten onrechte schrijft zij dat Juliana niet van klassieke muziek hield. Van veel klassieke muziek hield Juliana wèl. Ze bezat een grote verzameling langspeelplaten van de Russische romantici, vooral Rachmaninoff en Tchaikowski. Vaak koos zij platen op advies van haar vriend jhr. Constantijn (Coen) de Ranitz, een talentvolle amateurpianist en ooit Juliana’s eerste liefde (dixit Mary Barger, leidster van de Aardhuisbijeenkomsten, bevestigd door freule Wttewaall). Volgens zijn neef, jhr. Antoni de Ranitz, had oom Coen het wel mooi gevonden, de rol van prins-gemaal. Maar hij maakte, als slechts jonkheer, geen schijn van kans. Hij werd burgemeester van Utrecht en zou in die stad de rol gaan vervullen van hospes/huisbaas van Irene, toen die daar ging studeren. Nadat Irene na haar scheiding in Soest was gaan wonen, kwamen haar kinderen, behalve de oudste die bij zijn vader woonde, vaak op bezoek. Tot grote vreugde van grand’mère Juliana. Röell tot Dra Schenk destijds: ‘Het is alsof voor haar de zon opnieuw is opgegaan’.

Die zon was eerder door toedoen van haar prins-gemaal diep onder de horizon verdwenen. Het is vooral aan de diepgravende, tot in de kleinste details gedocumenteerde studies van Gerard Aalders te danken dat de Nederlandse burger is geïnformeerd over Bernhard’s levenslange praktijken die het daglicht niet konden verdragen en de monarchie in gevaar brachten. Hoewel Withuis bepaalde gegevens louter kan hebben geput uit Aalders’ vele publicaties, noemt zij alleen diens ‘Niets was wat het leek’ (2014). Daar kon zij moeilijk omheen.

Opname

 In Withuis’ verhaal wordt Juliana getoond als enerzijds een steeds onafhankelijker, wilskrachtiger figuur die dankzij de Canadese ballingschap steeds sterker in haar vel stak. ‘Stevig’ noemt Withuis Juliana graag. Ze baseert dat deel van haar visie grotendeels op de redevoeringen die Juliana in Canada hield. Een wankele basis: tot maart 1944 was het niet zo dat Juliana deze redevoeringen zonder hulp schreef. De Nederlands-Amerikaanse auteur Hendrik van Loon droeg, vaak via de telefoon, ideeën aan en voerde de redactie. Hij was het, meester van de catchy phrase, die Juliana strijdbare uitspraken in de mond legde, zoals ‘strijd is leven’ en zoveel andere stoutmoedige uitspraken (volgens Rie Marsman – off the record tegenover Dra Schenk). Anderzijds schildert Withuis haar subject af als een vanaf 1948 steeds wankelmoediger vrouw – iemand die dacht in termen van een complot. Helaas was dat laatste geen waandenkbeeld van Juliana, maar trieste werkelijkheid.

In Schenk’s archief vond ik hoe Juliana in juni 1956 het plan om haar te laten opnemen in een psychiatrische kliniek ontdekte. Bernhard keerde juist uit Stockholm terug van het hippische onderdeel van de in Melbourne gehouden Olympische Spelen, niet alleen in gezelschap van zijn ‘mentor’ Pantchoulidzew, de amant van Bernhard’s moeder Armgard (volgens Cocky Gilles, Bernhard’s privé-secretaresse die tegenover Dra losliet: ‘zo’n ontroerend paar’), maar ook van de chef d’équipe, Charles F. Pahud de Mortanges. Deze vooroorlogse meervoudig Olympisch kampioen ruitersport, onderdeel military, verzetsman en krijgsgevangene tijdens de bezetting van ’40-’45, vervulde sinds 1954 een hoge functie aan het hof: Chef van Juliana’s Militaire Huis, een afdeling die Juliana in 1948, bij haar inhuldiging, aan Bernhard had toevertrouwd. Pahud de Mortanges hoorde in het vliegtuig het opgewonden tweetal, Bernhard en Tchuli, uitgelaten praten over het in gereedheid brengen van de Ursula kliniek te Wassenaar.

Daarin zou een ‘buiten staat tot regeren’, want krankzinnig verklaarde Juliana worden opgenomen. Uiteraard zou zij ook uit de ouderlijke macht moeten worden ontzet. De volgende stap zou opname in een wereldberoemde kliniek in Zwitserland moeten zijn. Het duo had enorme voorpret bij dat vooruitzicht.

Immoreel

Pahud de Mortanges, tot in zijn tenen geschokt, begaf zich na de landing regelrecht naar paleis Soestdijk om zijn ontslag aan Juliana aan te bieden. Onder deze omstandigheden achtte hij het immoreel aan te blijven in een afdeling van de hofhouding die officieel onder de koningin viel, maar in de praktijk onder de prins stond. Juliana weigerde: ‘U is één van de  weinigen die ik kan vertrouwen. Juist u weiger ik ontslag. U moet blijven!’

Al bijna dertig jaar geleden vertelde Schenk aan Igor Cornelissen dat zij van die opname coup wist dankzij ontboezemingen van leden van de hofhouding en freule Wttewaall van Stoetwegen (Vrij Nederland, 19-3-1988). Tegenover Marjo van Soest van Vrij Nederland (12-3-1988) verklaarde Dra over het Ursula plan: ‘Dat laatste heb ik niet in het boek gezet. Dat vond ik een detail’. Cornelissen daarover: ‘Menig historicus zou met genoegen zijn rechterarm offeren voor zo’n detail’. Hij schakelde de politicologe en journaliste Dr. Anna Visser in, die een jaar eerder was gepromoveerd op het proefschrift Alleen bij uiterste noodzaak? De Rooms-rode samenwerking en het einde van de brede basis 1948-1958. ‘Anneke’ Visser bleek te beschikken over de tekst van een briefje in het Romme-archief van Ursula-kliniek directeur Dr. Ed Hoelen, gedateerd 30 juli 1956. Hoelen schreef aan de katholieke partijleider Romme: ‘Overigens zouden diverse lieden een of ander lichaamsdeel opofferen om nu eens precies te weten waarover wij gesproken hebben. Gelukkig weet niemand dit’. Van de biograaf van prof. Romme, Jacques Bosmans, kreeg Cornelissen de bevestiging van het opname plan. Withuis noemt het in gereedheid brengen van de Ursula-kliniek ‘hersenspinsels’ (p. 542).

Gevangenis

Dankzij Pahud de Mortanges, door Juliana op alle manieren uit de publiciteit gehouden, en het verzet van premier Drees werd het plan van het duo Bernhard-Tchuli verijdeld. Juliana kwam niet in een psychiatrische kliniek terecht. Wel bleef zij een gevangene: in het koningschap. Tegenover haar jeugdvriendin Dineke Kohnstamm omschreef zij het koningschap als ‘een gevangenis’, lezen we bij Withuis (p. 138).

Withuis’ levensverhaal van Juliana heeft niet alleen bewondering opgeroepen. Dat is misschien te verklaren uit het ontbreken in haar biografie van de in Oranje-lectuur gebruikelijke complimenteuze apotheose. Withuis houdt het sec. Meer waardering voor Juliana’s bijna levenslange oprechte inzet – zonder het door de biograaf Juliana keer op keer aangewreven ‘doen alsof’ – voor gehandicapten en verschoppelingen zou niet hebben misstaan in Withuis’ eindconclusie. Zo heeft Juliana door de jaren heen het Anti-Apartheidsprogramma van de Wereldraad van Kerken en de beweging van Martin Luther King steeds krachtig financieel gesteund volgens de voorzitter van de  Wereldraad, Visser ’t Hooft.

Kritiek van Irene

Kritiek uitte ook Juliana’s ‘Zuid-Afrikaanse’ dochter, Irene. Zij vindt dat de biograaf te veel in het privéleven van de Oranjes is gaan graven. Wat deze prinses en een deel van het Nederlandse volk nog altijd niet begrijpt is dat de constitutionele monarchie inhoudt : voor de leden van het Koninklijk Huis, het topsegment van de Koninklijke familie, dus voor de vorst(in), diens echtgenoot/echtgenote, de oud-vorst(in) en oud-prins-gemaal en voor alle troongerechtigden zijn privé en publiek volledig verstrengeld, een leven lang totaal verweven. Voor hen is er in dit systeem, een glazen gevangenis, geen enkel scherm om neer te halen. Wie zich daartegen keert, roepe onmiddellijk de republiek uit.

 

Juliana, vorstin in een mannenwereld, geschreven door Jolande Withuis, verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij, 752 pagina’s, prijs hardcover 39,99 euro, e-book 16,99 euro.

 


Magdaleen van Herk (1945) publiceerde in 1980 onder tegenwerking van Dra. M.G. Schenk ‘Juliana. Vorstin naast de rode loper’. Kunsthistorica, organiseert exposities en concerten. Auteur van ‘Steinlen. Of Cats and Men’ (1995 ),  Kenne Schilder/Painter (1997). Recente publicatie: ‘Feest’, bloemlezing gedichten bij schilderijen van Kenne Grégoire'(2016). Werkt aan: ‘Dubbellevens. Juliana tussen machthebbers, monarchen en aristocraten’.

‘De geest van Bernhard waart nog steeds over het Binnenhof’

SP, PvdA en D66 schrijven een initiatiefwet om de koning net als iedereen belasting te laten betalen. Dat is de uitkomst van het vinnige Kamerdebat over de begroting van de koning. Het ‘gedoe’ om het Oranje-geld zet kwaad bloed in het parlement, zegt SP-Kamerlid Ronald van Raak.

Gijs Korevaar

Voor het debat over hoofdstukken één en drie van de rijksbegroting – respectievelijk De Koning en Algemene Zaken – trok de Tweede Kamer een hele middag uit. Geen overbodige luxe, want de Kamerleden hadden premier Rutte veel te vragen. Het draaide voor de Kamerleden Pechtold (D66), Van der Burg (VVD), Voortman (GroenLinks), Segers (CU), Amhaouch (CDA), Recourt (PvdA) en Van Raak (SP) vooral om drie onderwerpen: de belastingvrijdom, de belastingdeal van de Oranjes en het ‘zakgeld’ van 1,5 miljoen dat kroonprinses Amalia vanaf haar 18e jaar krijgt. Daarnaast  kleinere onderwerpen  als de verkoop van een schilderij, het onderhoud van de Groene Draeck en de Gouden Koets, de vliegtuigen die leeg heen en weer vliegen voor het koningspaar. En ten slotte de tickets van Emirates – de geduchte concurrent van de KLM – voor het staatsbezoek aan Australië en Nieuw Zeeland.

Het is allemaal een doorn in het oog van SP-Kamerlid Ronald van Raak. Hij heeft al weinig op met de monarchie (‘eigenlijk kan een monarchie niet bestaan in een democratie waar elke functionaris gekozen wordt’) maar door al het ‘gedoe’ is hij er veel tijd aan kwijt. Zijn wrevel zich op de premier, die politiek verantwoordelijk is voor het doen en laten van het Koninklijk Huis. Van Raak: ‘De taak van de premier is gedoe voorkomen. Want de monarchie kan veel hebben, maar niet dat er continu gedoe is. Zeker niet als het financieel gedoe is’.

Groene Draeck

Symbolisch voor de manier waarop de premier in kwesties rond het koningshuis omgaat met het parlement, is volgens het SP-Kamerlid de zaak van de Groene Draeck, het zeilschip van prinses Beatrix. ‘Het onderhoud kostte jaarlijks een ton. Waarom zo duur? De premier wilde dat niet zeggen. Ik heb toen zelf bij een gerenommeerde werf een prijsopgaaf gevraagd en die kwam uit op 30.000 euro. Toen kwam uit dat het onderhoud per se op de marinebasis moest plaatsvinden, terwijl daar helemaal geen expertise is om oude zeilboten te onderhouden. Het ging om prestige. De koninklijke familie wilde dat het op de marinebasis gebeurde. Prestige was belangrijker dan geld. Het is maar een klein ding misschien, maar er blijkt uit dat de houding niet goed is. De premier houdt het doelbewust buiten de Kamer. Dan stel je zelf als kabinet de legitimiteit van de monarchie ter discussie’, betoogt Van Raak.

Rutte uit de bocht

In debatten over het koninklijk huis draait het volgens het Kamerlid om ‘openheid en verantwoording’. En juist op die gebieden schiet premier Rutte in de ogen van de SP tekort. ‘Neem de 1,5 miljoen euro die klaar ligt als kroonprinses Amalia 18 jaar wordt. Dat staat zo maar plompverloren in de begroting. Waarom is dat niet eerder met de Kamer besproken zodat het kabinet gedoe kan voorkomen? Ik stel dat in het debat vervolgens aan de orde, waarna de premier mij wegzet als populist. Hij vloog echt uit de bocht. Stuitend zoals de premier om zich heen sloeg. Dat kan toch niet. Ik vraag voortdurend om opheldering. Ik doe mijn werk graag, hoor, maar ik ben wel liever met andere onderwerpen bezig’.

Een belangrijk punt in het begrotingsdebat is de vraag of in het verleden een kabinet een deal heeft gesloten met koningin Juliana en prins Bernhard over compensatie voor het betalen van vermogensbelasting. Volgens onderzoek van RTL is die deal getroffen, premier Rutte herhaalde in de Kamer dat hij van niets weet. ‘Ik heb geen behoefte aan een historisch onderzoek’, zegt Van Raak in een reactie op de vluchtroute die de regeringspartijen op voorstel van Rutte kiezen. ‘Ik wil alleen weten of er een deal ligt of niet. Dat kan de onafhankelijke Algemene Rekenkamer snel uitzoeken. Het is weer hetzelfde. Geen transparantie, geen verantwoording. Ik snap dat niet. Zeg gewoon dat er een deal is gemaakt. Laat zien hoe de democratie opzij is geschoven voor geld voor het Koninklijk Huis. De waarheid komt toch op een gegeven moment naar boven. Maar de geest van Bernhard waart nog steeds over het Binnenhof’.

Motie niet uitgevoerd

Over het politiek zo gevoelige punt van belastingvrijdom nam een meerderheid in de Kamer vorig jaar een motie aan van SP, PvdA en D66 waarin het kabinet is gevraagd aan die uitzonderingspositie voor de leden van het Koninklijk Huis een einde te maken. Daarvoor is een wijziging van de grondwet nodig; dat wil zeggen dat de wijziging na verkiezingen een tweede keer aan de orde komt waarbij een tweederde meerderheid in Tweede én Eerste Kamer nodig is. Rutte wachtte en jaar met een besluit over die motie. In de begroting 2017 staat dan onaangekondigd dat het kabinet de motie niet uitvoert. Van Raak is zacht gezegd ‘not amused’. ‘Het zet kwaad bloed in het parlement’, meent hij.

Van Raak: ‘Tijdens het begrotingsdebat hebben Recourt, Pechtold en ik afgesproken dat wij in het verlengde van de motie een initiatiefwet gaan maken. We hebben wel haast. Het liefst moet het nog voor de verkiezingen klaar zijn, zodat na de verkiezingen de tweede lezing kan plaatsvinden’.

Hermelijnangst

Waarom de politiek zo’n moeite heeft met het Koninklijk Huis, komt volgens Van Raak mede door ‘hermelijnangst’. Politici zijn ook maar mensen en zij kunnen blijkbaar moeilijk ‘nee’ zeggen als een koning iets vraagt. ‘De monarchie is boven de wet geplaatst. Dat kan niet. Je moet ze behandelen als alle burgers. Eigenlijk zou het staatshoofd net als andere functionarissen gekozen moeten worden. Als die verkiezingen nu zouden worden gehouden, zou koningin Máxima die vast winnen’.

Overigens is er volgens hem zelden kritiek is op het optreden of uitspraken van het koninklijk paar. ‘Je moet de koning de ruimte geven om zijn functie zelf in te vullen. Maar het moet me wel van het hart dat het nu wel heel plat handel en geld verdienen is geworden. Een staatsbezoek is nu een verlengstuk van een handelsmissie’.

 

In naam van de Koning

DE REPUBLIKEIN

JAARGANG 12, NR.4, DECEMBER 2016

THEMA: Hoe krom is het recht?

[divider height=”30″ style=”default” line=”default” themecolor=”1″]

INHOUD VAN DIT NUMMER

Erfopvolging deed de deur dicht
Gijs Korevaar: interview met Salima Belhaj

Uitzonderingswetten voor Oranje-Nassau BV
Gerard Aalders

Rechtspraak in naam van de koning?
H.U. Jessurun d’Oliveira

Hoe krom kan het recht zijn?
Essay van Kurt Haverkort

 

Verder:

De blik van Joep

Van de redactie: hoe krom is het recht?
René Zwaap

‘De geest van Bernhard waart nog steeds over het Binnenhof’
Gijs Korevaar in gesprek met Ronald van Raak

Republikein van het Jaar spreekt
Hans van der Lugt over Maarten van Rossem

Van de voorzitter…
Bart Gruson

Meldpunt verborgen kosten Oranje geopend

Gedichten voor deze tijd
Thom deLagh

De ontvoering van Roel van Duijn
René Zwaap

VVD-burgemeester houdt Den Helder in wurggreep
René Zwaap

Hedendaags Byzantisme
Anton van Hooff

De brandende kampongs van koningin Wilhelmina
Maurits van den Toorn

De glazen gevangenis van Juliana
Magdaleen van Herk

De dictator van New York
Arvind Dilawar

Literatuur zingt altijd
Katarina Holländer over Bob Dylan

Boekrecensie: Een waas van ondergang
Thom deLagh over Het Vervloekte paradijs van Caroline de Gruyter

Appeltjes van Oranje (4)
Manuel Kneepkens

Column: Rouwen om Bhumibol
Hans Maessen

 

[divider height=”30″ style=”default” line=”default” themecolor=”1″]

Abonnementen

Jaarabonnementen (4 nummers) TIJDELIJK van € 38,95 voor € 25,-

Studentenabonnement (4 nrs, tot 27 jaar) € 25,–

Losse nummers € 10,90

Aan een jaarabonnement in het buitenland zijn, naast de kosten voor het abonnement, ook verzendkosten verbonden. Neem hierover contact op met de abonnementenadministratie.

Adreswijzigingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven, met vermelding van het oude en nieuwe adres en het nieuwe telefoonnummer. Opzeggingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven, uiterlijk 6 weken voor de volgende betalingsdatum.

U kunt zich hier online aanmelden als abonnee.

 

Abonnementenadministratie

Virtùmedia
t.a.v. De Republikein
Postbus 595
3700 AN Zeist

E-mail: klantenservice@virtumedia.nl
Telefoon: 085-0407400.

 

Zelf een artikel schrijven?

Raadpleeg eerst de wenken voor auteurs op de site.

 

 

Begrotingsbehandeling van het koningshuis

donderdag 27 oktober 2016

Nieuwsanalyse

Begroting van het koningshuis. Vertraag en heers

 

Tekst: René Zwaap

Het was een uiterst dubbele positie die premier Rutte vandaag innam in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de begroting van het koningshuis. Vanzelfsprekend werd de vergadering geheel overschaduwd door de recente onthullingen van RTL (PDF) over het bestaan van een voor het parlement geheim gehouden arrangement waarbij het koningshuis financieel werd gecompenseerd voor de vermogensbelasting die zij  geacht werd af te dragen aan de schatkist.

‘Er was geen deal’, sprak de minister-president vandaag bij herhaling tot de Tweede Kamer. Dat deed hij met een stelligheid die deed vermoeden dat hij van iedere centimeter documentatie over deze kwestie kennis had genomen. Maar tegelijkertijd onderstreepte de premier dat hij die kennis juist niet had. Hij dorst niet eens te zeggen of hij – of zijn ambtenaren op AZ – wel dezelfde stukken had kunnen raadplegen bij het Algemeen Rijksarchief als die waaruit RTL had geciteerd. Daarmee ondergroef de minister-president zijn eigen stelligheid zodanig dat hij zich in één klap middenin de politieke gevarenzone heeft geplaatst.

Zalige onwetendheid

Hetzelfde geldt voor de eerdere uitspraak van Rutte tijdens zijn wekelijkse persconferentie dat de koning hem had toevertrouwd werkelijk niets te weten van de belastingdeal die opa Bernhard eruit had weten te slepen. Ook moeder Beatrix verkeerde volgens de koning daaromtrent in zalige onwetendheid. Rutte zette met deze ontboezeming niet alleen het grondwettelijke dogma van de koninklijke onschendbaarheid bij het groot vuil, hij bond zichzelf ook een zware boei om de nek en sprong in het water. Er hoeft nu maar één briefje boven komen borrelen waarin Beatrix of haar secretaris de afspraak memoreert en de positie van Rutte is in één klap onhoudbaar, in dit kabinet of een volgend.

‘Er was geen deal’, sprak de minister-president vandaag bij herhaling tot de Tweede Kamer.

Rutte koopt uitstel

Om zichzelf zo lang mogelijk uit de wind te houden zette Rutte in de Kamer vandaag al zijn kaarten op  ‘een groot historisch onderzoek’ naar de staatstoelagen van de koninklijke familie. Dat ‘onafhankelijke’ onderzoek zou moeten worden uitgevoerd door historici. Voorstellen vanuit de Kamer – bij monde van Pechtold (D66) en Van Raak (SP) – om dat onderzoek laten uitvoeren door de Algemene Rekenkamer, die met al haar expertise dat klusje binnen een paar weken zou kunnen klaren, werden door Rutte deskundig omzeild. Het meest voor de hand liggende motief is natuurlijk dat de premier zo lang mogelijk uitstel wil kopen. Een beproefd recept voor een bewindsman in nood.

PvdA gedienstig

Gelukkig voor Rutte wenste coalitiepartij PvdA bij monde van de afgevaardigde Recourt zich in deze kwestie zeer gedienstig op te stellen. Kritiekloos zeilde de PvdA mee in de grote uitstelmanoeuvre, terwijl de premier ondertussen de drie lastigste partijen op dit dossier – D66, SP  en GroenLinks –   weg probeerde te zetten als populisten om wie het langs deze U-bocht tot de heroprichting van de republiek was te doen.

Populisten duiken weg

Opvallend was trouwens dat de echte populisten in de Kamer, die van de PVV, tijdens het debat schitterden door afwezigheid. PVV’er Bosma stond wel vermeld als spreker op de agenda maar bleek tijdens het debat niet aanwezig (wel vond hij kennelijk de tijd om onheilspellend te twitteren over de aanstaande teloorgang van de Dodenherdenking, die na Zwarte Piet nu ook zou zijn gedoemd  onder te gaan in de maalstroom van de multiculturele samenleving). Wilde Wilders – tot voor kort niet bekend als een vriend van het vorstenhuis –  alvast een wit voetje halen bij de koning voor straks tijdens de formatieronde door nu discreet het zwijgen toe te doen over zijn salaris?

PvdA slikt nederlaag gretig

Op het punt van de monarchie blijkt de PvdA zo goed als geheel gepacificeerd binnen het hekwerk van de coalitie van Rutte’s VVD. Sociaal-democraat Recourt bleek vandaag bijvoorbeeld ook geen werk te willen maken van de – nota bene mede door hemzelf ingediende – motie waarin een meerderheid van de Kamer opriep een einde te maken aan alle fiscale privileges van koning en aanhang. Rutte wenst die motie niet uit te voeren dat is ‘zijn goed recht’, aldus Recourt. Wie zijn nederlaag zo gemakkelijk slikt is een geboren verliezer. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat de PvdA heden aan de vooravond staat van een historisch dieptepunt qua aantal Kamerzetels.

Geest van Troelstra

Helemaal aan het eind van het debat toonde Recourt dan toch iets van de geest van P.J. Troelstra, zijn socialistische voorvader die in 1918 op een haar na een eind had gemaakt aan de Oranje-monarchie. Op het punt van het privévermogen van het koningshuis sprak Recourt zijn verbazing uit over het standpunt van Rutte dat dit vermogen zo veel mogelijk fiscaal onbelast moet blijven om een goed functioneren van de monarchie te waarborgen. Dat functioneren zou volgens de premier in gevaar komen als de Oranjes – zoals iedere andere Nederlander – bijvoorbeeld ook erf- en schenkbelasting zouden moeten betalen. Ook memoreerde Recourt in dit verband het mythische koninklijke pakket aandelen in Shell. Waarom dat niet vol belasten nu het koningshuis toch een riante vergoeding geniet voor al dat lintjes knippen en handjes schudden op Koningsdag, vroeg de PvdA’er zich af. Zijn liberale coalitiepartner hield zich muisstil.

Rutte voor joker

In zijn blinde ijver om het koningshuis te hulp te schieten zette Rutte zowel het parlement als zichzelf danig voor joker. Maakte hij zichzelf in het recente verleden al behoorlijk ridicuul met een lofzang op de ‘Dreesiaanse soberheid’ ten paleize, nu steeg de premier naar het toppunt van politiek cynisme dan wel ten hemel schreiende naïviteit (welk van de twee erger is voor een minister-president staat nog te bezien) door uit te roepen dat de Oranjes begin jaren zeventig op het punt stonden de kroon aan de wilgen te hangen omdat ze de kosten  van het koningschap eenvoudigweg niet meer konden opbrengen.

Wie dat met droge ogen durft te beweren, gelooft echt in sprookjes. Of vertelt ze graag. In beide gevallen is dat weinig ministeriabel. Ten paleize zal Rutte zich niettemin onsterfelijk populair hebben gemaakt met zijn succesvolle vertraging van het onderzoek naar de geheime belastingdeal van Oranje. Natuurlijk had de Algemene Rekenkamer dit onderzoek zonder enig probleem binnen enkele weken weten te klaren, maar Rutte wist de Kamer te winnen voor een ‘historisch onafhankelijk onderzoek’  dat als enig doel heeft oneindig tijd te rekken. Dan is deze gloeiendhete aardappel in ieder geval over de verkiezingen heen getild.

Vertraag en heers, het is een vertrouwd Haags recept.

Ook wist de premier de omstreden studiebeurs à 1,5 miljoen euro per jaar voor kroonprinses Amalia door het tegenspartelende parlement te loodsen. Zelden was er een trouwere dienaar van de kroon actief als minister-president. Alles schreeuwt om een levenslange benoeming tot bijzonder Kamerheer, of desnoods tot trekpaard van de Gouden Koets.

 

Gerelateerde artikelen

Belastingvrijstelling Koning contra het gelijkheidsbeginsel
WillyLeaks. Het meldpunt voor koninklijke klokkenluiders

 

 

‘Reiter SS niet vervolgd vanwege lidmaatschap Prins Bernhard’

Uit: De Republikein, no. 4, december 2015, jaargang 11

De Reiter SS, het beruchte bereden keurkorps van het Derde Rijk, ontsnapte tijdens het Tribunaal van Neurenberg tegen de nazitop als enige onderdeel van het door Heinrich Himmler opgerichte SS-apparaat aan een veroordeling als criminele organisatie omdat anders Prins Bernhard in de problemen was gekomen. Dat stelt de Amerikaanse militair historicus Paul J. Wilson van de Nichols State University in Thibodaux, Louisiana, in zijn studie ‘Himmler’s cavalry, the equestrian SS 1930-1945’.

Bernhard, aldus Wilson, was lid van het Reiter-SS-regiment 7 in Berlijn, bij verre de grootste van de bereden afdelingen van Himmler’s cavalerie, dat een directe relatie onderhield met het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het regiment betrok zijn leden uit kringen van diplomaten, hooggeplaatste ambtenaren en leden van de hoogste Berlijnse kringen (aristocraten en de financiële elite). ‘Het was Himmler’s meest elegante en modieuze formatie te paard’, aldus Wilson. ‘Een van de leden was Gustav Adolph von Halem, chef-protocol van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, die begin 1945 ambassadeur werd in Lissabon. Prins Bernhard zu Lippe-Biesterfeld, prijkte ook in haar gelederen, als ook Prins von Braunschweig und Lüneburg van Hannover en Werner von Braun’ [de latere rakettenbouwer van het Derde Rijk – rz]’.

Olympische Spelen

Wilson memoreert dat de Berlijnse Reitersturm waar Bernhard in opereerde werd ingezet bij de ontvangst van hooggeplaatste buitenlandse bezoekers, bijvoorbeeld tijdens de beruchte Olympische Spelen van 1936 in Hitler’s Derde Rijk. Het was tijdens die Spelen, die Juliana als kroonprinses samen met haar moeder koningin Wilhelmina bezocht, dat Bernhard zich in de kijker van de Nederlandse koninklijke familie wist te spelen. Dat gebeurde tijdens de Winterspelen in Garmisch- Partenkirchen in het reeds bij Duitsland aangesloten Oostenrijk, niet ver van de Duitse grens. Wilson: ‘Leden van Reiter SS-regiment 7 fungeerden als escorte en lijfwacht voor buitenlandse diplomaten en gasten tijdens nazi-evenementen en feestelijkheden, vooral de Neurenberger partijdagen en de Olympiade van 1936. Kennis van buitenlandse talen en communicatief vermogen golden als even belangrijk als rijvaardigheid te paard. Degenen met een knobbel voor buitenlandse talen gaven informatie over nazi-Duitsland en verdedigden nazi-Duitsland tegen kritiek. Soms ontstonden er vriendschappelijke verhoudingen tussen de escorte en de gast’.  De kans dat Bernhard de Nederlandse kroonprinses het hof kon maken vanwege zijn lidmaatschap van de Reiter SS, moet dan ook zeker serieus worden genomen.

‘Genânte politieke complicaties’

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak maakten ook leden van de Reiter SS, zoals Hitler’s zwager Hermann Fegelein, zich schuldig maakten aan oorlogsmisdaden. Fegelein pleegde oorlogsmisdaden in de Sovjet-Unie, waar hij als commandant van een cavalerie-eenheid verantwoordelijk was voor de moord op meer dan 20.000 Joden tijdens een ‘etnische schoonmaak’ in de Oekraïne en Wit-Rusland in 1941 door massa-executies van de mannelijke slachtoffers en het drijven van vrouwen en kinderen in moerassen. Fegelein zou na een poging tot vlucht uit Berlijn in 1945 in ongenade vallen bij Hitler en worden geëxecuteerd, zodat hij niet kon terecht staan in Neurenberg.

Dat Bernhard ooit lid was geweest van de Reiter SS speelde volgens Wilson een cruciale rol in de berechting van de organisatie tijdens het tribunaal van Neurenberg. Wilson: ‘Waffen-SS-generaal Paul Haussner, een fanatieke verdediger van de Waffen-SS, stelde geruchten te hebben gehoord dat de Reiter-SS was vrijgesproken omdat een internationaal bekend (maar verder niet nader genoemd) persoon  er deel van had uitgemaakt, wiens veroordeling zou geleid kunnen hebben tot gênante politieke complicaties. Hij verwees zonder enige twijfel naar Prins Bernhard zu Lippe-Biesterfeld, de Nederlandse prins-gemaal, ooit actief lid van het Ruiterregiment 7 in Berlijn. Een ander lid van de SS gaf aan dat de vrijspraak nogal gelukkig was, anders zou de Nederlandse prins tot misdadiger zijn bestempeld. Hausser vulde aan dat SS-ruiters volkomen verrast reageerden op de beslissing van het tribunaal om hen niet te betrekken bij de veroordeling van de SS. […]Wellicht had  de Reiter SS er stevig profijt van beroemde ruiters als de Nederlandse prins-gemaal in haar ranken te hebben gehad’ .

Moordbrigades

Daarbij moet wel aangetekend dat er tijdens het tribunaal tegen de nazi-top een grens werd aangebracht vanaf 1938: lidmaatschappen van veroordeelde nazi-organisaties van voor 1938 kwamen niet voor veroordeling in aanmerking. Bernhard, in 1937 getrouwd met Juliana, zou daarmee geen veroordeling riskeren, maar niettemin zou het geen goede pr voor de prins zijn geweest als zijn SS-lidmaatschap tijdens het tribunaal in het zonnetje was gezet. En dat leidde er volgens Wilson toe dat er van het hele proces tegen de Reiter SS werd afgezien, en dat was in zijn ogen een grove nalatigheid.

‘Feit blijft echter’ ,schrijft Wilson, ‘dat de Reiter-SS ten nauwste was verbonden aan Himmler’s organisatie.[…] Een niet onaanzienlijk aantal officieren van de Reiter-SS, onder wie Hermann en Waldemar Fegelein, en Walter Dunsch, gaven leiding aan moordbrigades van de SS-cavalerie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onder hun troepen bevonden zich veel gewezen leden van de Reiter-SS. Daartoe opgeroepen door Himmler tijdens de oorlog, vervulden deze SS-ruiters hun rol van politiek soldaat door gehoorzaam onschuldigen te executeren’.

Schril contrast

Wilson is niet de enige die een zwaar oordeel uitspreekt over de betekenis van Bernhards actieve deelname aan de Reiter SS.  Ook Philip von Boeselager, een Duitse aristocraat die deelnam aan het Von Stauffenberg-complot tegen Hitler in 1944, meldt in zijn memoires dat het vroege aantreden van Bernhard (en zijn broer Aschwin) tot de SS (en eerder tot de SA van Ernst Röhm) indertijd als zeer ernstig werd ervaren. De adel had een voorbeeldfunctie en het toetreden van de Lippes-Biesterfelds tot de nazihorden moedigde ‘gewone’ burgers aan hun voorbeeld te volgen, aldus Von Boeselager.

Witwasoperatie

In 1948, twee jaar na het einde van het tribunaal van Neurenberg, was Bernhard’s lidmaatschap van de Reiter SS nog reden voor een witwasoperatie op internationale schaal. Het nog jonge Duitse weekblad Der Spiegel kreeg toen een totaal verschijningsverbod aan de broek vanwege een verhaal over de aanstaande troonsbestijging van Juliana waarin in een enkele bijzin het lidmaatschap van Bernhard aan de Reiter SS werd gememoreerd. Achtergrond was een klacht van de Nederlandse regering, die was gealarmeerd omdat in het bewuste verhaal stond gememoreerd  dat Bernhard ‘Sturmführer’ was geweest bij de Reiter-SS (‘ehrenhalber’, vermeldde het blad er nog bij).

Verboden editie Der Spiegel 28-8-1948
Verboden editie Der Spiegel 28-8-1948

Via de Britse bezettingsautoriteiten in Hamburg, waar het blad wordt gemaakt, krijgt Spiegel-uitgever Rudolf Augstein te horen dat de betreffende editie is verboden vanwege belediging van een bevriend staatshoofd-in-wording en haar echtgenoot. Het is de eerste en enige keer in de geschiedenis van Der Spiegel dat het blad met zulke draconische maatregelen wordt geconfronteerd. In 1956 zou het weliswaar nog een keertje fout gaan – en wéér was de steen des aanstoots het Nederlandse koningshuis – wanneer Der Spiegel met onthullingen komt over de Greet Hofmans-affaire. Maar tijdens die crisis volstond de Nederlandse regering onder leiding van premier Drees  met een importverbod van het Duitse weekblad en mogen de Duitse lezers wél genieten van de – door Bernhard zelf ingefluisterde – onthullingen over ‘de Raspoetin van Soestdijk’.

Stevige zuilen

Het verbod van 1948 werd uitgebreid behandeld door de in 2009 overleden oud-Spiegel-redacteur Leo Brawand in zijn boek Der Spiegel, ein Besatzungskind. Brawand indertijd: ‘Het was een zware klap voor het blad, dat toen nog maar net een jaartje bestond. Naast het feit dat melding werd gemaakt van het SS-lidmaatschap van prins Bernhard was het de Nederlandse regering klaarblijkelijk een doorn in het oog dat er in het artikel gewag werd gemaakt van Juliana’s benen als de “stevige zuilen waar de toekomst van de Nederlandse monarchie op rust”. Die omschrijving werd als blasfemisch en respectloos gezien. Kennelijk werd het initiatief voor het verschijningsverbod genomen met protesten vanuit het Britse koningshuis, van prins Philip, die op goede voet stond met Bernhard. Philip schakelde de Britse legerleiding in, en zo werd Der Spiegel uiteindelijk gestraft.’

Brawand zag over het hoofd dat het blad alle ellende toch echt exclusief over zichzelf had afgeroepen door die enkele bijzin over Bernhard en de Reiter-SS. Blijkbaar gold het anno 1948 nog als politiek zeer ongewenst dat Bernhards lidmaatschap van de SS aan de grote klok wed gehangen. Dat gold overigens  ook voor het prinselijke lidmaatschap van de NSDAP, dat Bernhard zelf tot zijn laatste snik zou blijven ontkennen, hoezeer het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in 1948 de Amerikaanse autoriteiten nog had had gesmeekt Bernhard’s naam van de ledenlijst te schrappen teneinde ‘misverstanden bij het Nederlandse volk te voorkomen’.

Retouchering geslaagd

De historische retoucheringsactie met betrekking tot het omstreden lidmaatschap van de Reiter-SS sorteerde voor Nederlands gebruik in ieder geval het gewenste effect. Hofchroniqueur Cees Fasseur bijvoorbeeld kon in zijn in 2008 verschenen boek ‘Juliana & Bernhard’ met droge ogen melden dat ‘de prins naar eigen zeggen nooit lid is geweest van de Reiter-SS’ en ondernam geen enkele poging deze ontkenning te verifiëren. Annejet van der Zijl, in haar veelgeprezen boek over de jonge jaren van de prins, ‘Bernhard, een verborgen geschiedenis’ (2010), kon het lidmaatschap van de Reiter-SS ook niet achterhalen. Maar zij achtte het niettemin ‘historisch gezien niet onlogisch dat Bernhard na de Nacht van de Lange Messen van 1934 (toen de SA in ongenade viel bij Hitler en werd ontmanteld-rz) zich zou hebben aangemeld bij de SS’.

Maar Van der Zijl meende dat er ook dan nog niet zo veel aan de hand zou zijn geweest. Mild stelde ze: ‘De kans is echter groot dat hij in het geval van de SS inderdaad nooit verder is gekomen dan Anwärter [zeg maar aspirant-lid-rz] – zij het niet vanwege de ideologische motieven die hij zichzelf toedichtte, maar om de simpele reden dat het lidmaatschap veel tijd kostte – minimaal twee avonden en een zondag per week – terwijl hij in deze periode wel iets anders aan zijn hoofd had’.

Opgebiecht

Vreemd is dan wel dat Fasseur en Van der Zijl geen acht slaan op het feit dat Bernhard zijn lidmaatschap van de SS zelf al had opgebiecht tegenover zijn Amerikaanse biograaf Alden Hatch in diens in 1962 verschenen biografie ‘Prins Bernhard, zijn plaats en functie in de moderne democratie’. Wel presenteerde de biograaf dit feit met zoveel empathie dat de prins er heel makkelijk mee weg leek te komen. Bernhard, aldus Hatch, werd alleen maar lid van de SS omdat het dan zoveel makkelijker was om een vlieg- en motorrijbewijs te halen. ‘Zij die beweren dat de Prins der Nederlanden eens het zwarte uniform van Hitler’s SS heeft gedragen hebben gelijk’, aldus Hatch en veel meer woorden wenste hij er niet aan vuil te maken. Dezelfde clementie legde de biograaf aan de dag voor Bernhards eerdere lidmaatschap van die andere paramilitaire nazi-club, de SA. ‘Mijn dienst beperkte zich tot de wekelijkse rally’s en verder moest ik zo nu en dan op wacht staan, want als je dat deed hoefde je voor je wagen geen garage-geld te betalen’, noteerde Hatch uit de mond van Bernhard. ‘We hadden veel plezier en niemand viel ons lastig’. Toen  de SA-top op last van Hitler werd uitgemoord en de zwarthemden van de SS de bruinhemden van de SA verdrong, maakte Bernhard soepel de overgang mee.

Rijstallen

Dat Bernhard lid was van de Reiter SS wordt ook bevestigd door de Nederlandse hippisch expert Jan S. Maiburg in zijn in 2012 verschenen boek De paardenfluisteraar van Oranje, een politiek huzarenstukje. In deze studie, gewijd aan de Hongaarse huzaar Géza Hazslinszky-Krull von Hazslin, die na de Tweede Wereldoorlog ruim twintig jaar in Nederland woonde op speciale uitnodiging van koningin Juliana, memoreert Maiburg hoe innig verknocht Bernhard’s gehele familie was aan de paardensport.  Vader Bernhard sr. en moeder barones Armgard von Sierstorpff-Cramm waren diep getroffen toen de vermaarde stoeterij van de familie in het nabij Detmold gelegen Lopshorn, waar het bijzondere edele paardenras ‘Senner’ werd gefokt, in 1934  samen met de rijvereniging van Lippe-Detmold op last van de nazi’s werd samengevoegd met de Reiter-afdelingen van de SA. De zestien unieke toppaarden van de stoeterij van de Lippes werden toen op last van Göring bij opbod verkocht. Dat mocht niet verhinderen, aldus Maiburg, dat de prins tijdens zijn studiejaren in Duitsland – die hij deels in München, deels in Berlijn doorliep –  gaarne paardreed bij de officiële SS-Hauptreitschule in München, geleid door Hitler’s zwager Standartenführer Hermann Fegelein, de latere oorlogsmisdadiger, die toen al – naast het opleiden van ruiters die bij de Spelen hoge ogen moesten gooien – druk doende was met het voorbereiden van de deelname van de Duitse cavalerie aan de komende oorlog. Dat dit alles niet bij leven van de prins kon worden besproken, mag een geschiedkundig gebrek van de eerste orde worden genoemd.

Hermodellering

Hermodellering van een onwelgevallig verleden is ook de ‘core business’ van de familie Zorreguieta en wellicht was dat wel een karmische reden dat juist deze Argentijnse patriciërsfamilie kon tekenen voor de levering van Máxima I, de huidige koningin der Nederlanden. Over de wijze waarop Máxima Zorreguieta haar droomprins aan de haak sloeg is een romantische mythe gesponnen van een min of meer toevallige ontmoeting in Spanje. Maar wie zich nader verdiept in de namen en rugnummers van de betrokkenen, kan allicht tot de conclusie komen dat alles zich waarschijnlijk aanmerkelijk minder sprookjesachtig en spontaan voltrok.

1001-club

Vader Jorge Zorreguieta was minister van Landbouw op het ministerie van Economische Zaken tijdens de dictatuur van Jorge Videla, en daarmee was hij de tweede man onder minister van Economische Zaken José Martinez de Hoz, de drie jaar geleden overleden oligarch die geldt als de geestelijke aartsvader van het economische beleid van de Argentijnse junta. Martinez de Hoz, die bij leven over een miljoen hectare privégrond beschikte, kende prins Bernhard lang voordat de Zorreguieta’s ten paleize mochten verschijnen. Op grond van zijn overweldigende rijkdom was hij namelijk uitverkoren toe te treden tot de 1001-Club, een exclusief gezelschap dat Bernhard in 1971 had opgericht om te fungeren als donor van het World Wildlife Fund (WWF, ten onzent beter bekend als het Wereldnatuurfonds, WNF).

Dankzij naspeuringen van de Duitse filmer en auteur Wilfried Huismann, die in 2012 een boek over de schaduwzijden van het WNF publiceerde onder de titel ‘Schwarzbuch WWF’, weten we nu dat behalve Martinez de Hoz (nummer 572 op de ledenlijst van de 1001-club) ook tycoons als Baron von Thyssen, FIAT-baas Agnelli, de Pakistaanse miljardair prins Aga Khan en tal van andere prominenten uit de (geld)adel tot de club behoorden, waarvan het lidmaatschap gepaard ging aan een gulle gift aan de voorzitter.

Jachtvriend

Martinez de Hoz was niet alleen de politieke mentor maar ook een boezemvriend  van Jorge Zorreguieta, met wie hij in de betere jaren gaarne op jacht op groot wild mocht gaan. Voor zijn persoonlijke betrokkenheid bij de dictatuur, die tijdens de Argentijnse ‘Vuile oorlog’ aan meer dan 30.000 mensen het leven heeft gekost, werd Martinez de Hoz in 2010 in preventieve hechtenis in zijn eigen huis geplaatst, maar hij stierf op tijd om verder juridisch ongemak te ontlopen.

Zou Máxima haar kennis aan Willem-Alexander wellicht te danken hebben gehad aan het old boys network van de 1001-club, zoals Bernhard zijn positie kon verwerven via de Reiter-SS? Het feit dat er in de figuur van Martinez de Hoz een directe schakel bestond tussen de familie Zorreguieta en het Nederlandse vorstenhuis geeft in ieder geval voldoende stof tot nadenken.

Als zelfs de oppermachtige Martinez de Hoz uiteindelijk zijn straf niet kon ontlopen voor zijn rol binnen de Argentijnse dictatuur, dan moet het wel heel raar lopen als zijn tweede man Jorge Zorreguieta vrijuit zou kunnen gaan. Toch is dat, ondanks verwoede pogingen van o.a. advocate Liesbeth Zegveld om de vader van Máxima voor het gerecht te slepen vanwege betrokkenheid aan misdaden tegen de menselijkheid, tot op heden niet gelukt. Het feit dat Zorreguieta zich vader van de Nederlandse koningin mag noemen, zal daar een niet te verwaarlozen bijdrage aan hebben geleverd.

Economische delicten

Jorge Zorreguieta staat ook nog eens onder verdenking van economische delicten van grote politieke reikwijdte waarbij ook zijn eigen dochter – die alleen  al op grond van haar leeftijd natuurlijk onmogelijk kan worden opgezadeld met een schuld aan het Videla-tijdperk –  wel degelijk in een verdachte geur is komen te staan. Dat dit alles vooralsnog met de koninklijke mantel der liefde is bedekt doet niets af aan  de ernst van die zaak. We hebben het dan over het witwasschandaal van de Banco Republica, waarvan Jorge Zorreguieta in de jaren ’90 directeur was, en de vermogensbeheerder Mercado Abierto, waar zijn dochter in diezelfde periode aan verbonden was als aspirant-bankier.

Witwasstation

De Banco Republica, eigendom van de Argentijnse mediamagnaat Raul Moneta, werd zowel door een onderzoekscommissie van de Amerikaanse senaat onder leiding van de senator Carl Levin als een Argentijnse parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van politica Elisa Carrió aangewezen als witwasstation van onder meer het beruchte Juarez-drugskartel uit Mexico en omkopingen in het Argentijnse bedrijfsleven. De bank is ook in verband gebracht met illegale wapenleveranties aan onder meer Kroatië en Ecuador in de jaren ‘90 tot zelfs sponsoring van de activiteiten van wijlen Osama Bin Laden. De Banco Republica pompte in die jaren niet minder dan 10 miljard dollar van Buenos Aires naar rekeningen van spookmaatschappijen in belastingparadijzen als de Kaaimaneilanden, Bermuda en de Nederlandse Antillen, waarna het witgewassen en wel werd gestort op parallelle rekeningen van de cliënten van de Amerikaanse Citibank.

De Argentijnse rechtbank startte een onderzoek in naar de praktijken van de Banco Republica en de Mercado Abierto Bank van zakenman Aldo Luis Ducler. als ook naar de daaraan verbonden offshorebank Federal Bank, eveneens in handen van Raul Moneta. Dat onderzoek liep, zoals te verwachten viel in de moeizame verhoudingen van de nog altijd met de schaduw van de dictatuur kampende rechtspraak in Argentinië, hopeloos vast, maar nog altijd vormt het schandaal een grote bedreiging voor de ongestoorde oude dag van Jorge Zorreguieta, misschien nog wel meer dan zijn politieke verantwoordelijkheid voor de wandaden van de junta.

De schoonvader van de koning kwam via het netwerk van zijn beschermheer Martinez de Hoz  in de directie van de Banco Republica terecht. In de Argentijnse pers ontkende hij naar inmiddels vertrouwd recept ook maar iets van witwaspraktijken te weten. Die begonnen volgens hem pas nadat hij in 1994 de bank had verlaten. Die ontkenning gaat gepaard met dezelfde aplomb waarmee Zorreguieta eerder ontkende als burgerlijk lid van de junta ook maar iets te hebben geweten van de verschrikkingen van de ‘vuile oorlog’.

Bijrol voor Máxima

Helaas voor Zorreguieta vermeldt het rapport-Carrió dat de witwaspraktijken al in 1992, het jaar van Zorreguieta’s aantreden bij de Banco Republica, al volop gaande waren. Ook dochter  Máxima had een bijrol in het witwasdrama die nadere aandacht verdient. Máxima werkte tijdens haar studie economie bij Mercado Abierto S.A., waar zij volgens de officiële opgave van de Rijksvoorlichtingsdienst onderzoek deed naar op ‘de financiële markt gerichte software’. Verontrustend: de genoemde onderzoekscommissie van het Argentijnse parlement stelt dat het Mercado Abierto-concern (en dan vooral de Mercado Abierto Bank op de Kaaimaneilanden) juist door middel van geavanceerde software-programma’s in staat was om miljarden aan zwart geld door te pompen.

Rijksvoorlichtingsdienst

In hun in 2009 verschenen boek ‘Máxima, de Argentijnse jaren’ gingen de Argentijnse journalisten Alvarez Guerrero en Soledad Ferrari nader in op de avonturen van de huidige Nederlandse koningin bij de Mercado Abierto. Zij vonden een document van de Argentijnse arbeidsinspectie waaruit bleek dat Maxima niet van 1990 tot 1992 bij Mercado Abierto had gewerkt, zoals de Rijksvoorlichtingsdienst had gemeld in het officiële cv van de bruid, maar van 1991 tot 1993. Een futiel verschil op het eerste gezicht, ware het niet dat de geuite beschuldigingen tegen Mercado Abierto het jaar 1993 noemden als de start van het grote witwassen. Dankzij het cv van de RVD kon Máxima dus uit de wind worden gehouden en de RVD zette dan ook alle kanonnen in stelling om het boek van het Argentijnse journalistenduo in diskrediet te brengen, daarbij gesteund door bijvoorbeeld Albert Verlinde die tijdens een uitzending van RTL Boulevard de kijkers opriep het boek van de Argentijnen te boycotten. Hoe het ook zij, nooit werd de kwestie opgepikt door de grote Nederlandse media.

Dreigementen

Volgens Guerrero en Ferrari werden zij door de RVD bestookt met juridische dreigementen. Ze hielden voet bij stuk dat hun document op waarheid berustte, maar van een promotietournee voor hun boek aan Nederland zagen zij wijselijk af en de storm waaide over. Feitelijk doet het dispuut tussen de journalisten en de RVD er helemaal niet toe, want zoals Carrió al had aangegeven werd er ook anno 1992 al duchtig witgewassen in de monetaire Bermudadriehoek tussen de Banco Republica, de Mercado Abierto en de Federal Bank. Het in diskrediet brengen van het Argentijnse reportersduo bracht wel het gewenste resultaat: Máxima kon haar zegetocht ongestoord voortzetten. Hetgeen ook weer opmerkelijk mag worden genoemd. Het zeiltochtje van Mabel op de boot van hasjkoning Klaas Bruinsma kostte haar echtgenoot wijlen prins Friso indertijd de aanspraken op het koningschap, maar stond in geen enkele verhouding tot het politiek-zakelijke gangsterdom dat zich rond de Mercado Abierto en de Banco Republica had verzameld. Als Friso en Mabel op gezag van premier Balkenende moesten accepteren dat hun huwelijk nooit de goedkeuring van het parlement zou kunnen wegdragen, dan hadden Willem-Alexander en zijn bruid zeker ook dezelfde prijs moeten betalen voor hun liefde.

Vip-bank

We keren  terug naar vader Zorreguieta’s Banco República. Dat was een exclusieve handelsbank met slechts één kantoor en stond bekend  als een ‘Vip-bank’, aangezien de exclusieve clientèle de nodige leden van de gewezen Argentijnse junta telde. Zij konden via de bank hun geld witwassen dat ze hadden verdiend aan de privatisering van de Argentijnse staatsbedrijven, met name in de telecom. Dat geld kregen ze dan witgewassen en wel  terug  in de vorm van leningen aan bedrijven. Het was een vorm van kapitaalvlucht die een belangrijke factor was in de Argentijnse pesocrisis, de nog altijd voortdurende hyperrecessie die het rijkste land van Zuid-Amerika rond 2000 aan de bedelstaf bracht. Ook tientallen miljoenen aan drugsgeld en winsten uit illegale wapenhandel zouden via deze constructie zijn witgewassen, terwijl er ook het nodige smeergeld tussen zat van bijvoorbeeld de Amerikaanse computergigant IBM en het Spaanse Telefónica, die zich langs deze weg inkochten in de Argentijnse markt.

Onwettige vereniging

De ondergang van de Banco República, die in 1999 als een zeepbel uiteenspatte, was  onderwerp van onderzoek door rechter Canicoba Corral. De verdenkingen luidden  dat de Banco República een onwettige vereniging (asociación ilícita) was met als oogmerk het witwassen van geld. Andere aandachtspunten waren fraude en belastingontduiking. De bestuurders van Banco República zouden hebben gelogen tegen de Centrale Bank van Argentinië door te verzwijgen dat de Federal Bank op de Bahama’s onderdeel was van dezelfde Grupo Moneta die eigenaar was van de Banco Republica. Dat was een economisch delict van mega-proporties. Volgens de Argentijnse aanklager Geraldo Pollicita, die het gerechtelijk vooronderzoek  tegen Banco República leidde, bestonden  er aanwijzingen  dat binnen de bank ‘een onwettige vereniging actief was met als doel het beschadigen van de nationale belangen van de Centrale Bank van Argentinië’. Toch verzandde de rechtsgang. Eind 2005 klaagde de Centrale Bank van Argentinië dat er sprake was van een ‘doelbewuste vertraging van justitie’ als het ging om het onderzoek naar de wegen van Banco República.

Bijzondere status

Volgen de Argentijnse auteur, politicus en ex-belastinginspecteur Luis Balaguer, die in 2003 het boek ‘Citibank VS Argentina’ het licht deed zien over wat ‘het grootste witwasschandaal aller tijden’ wordt genoemd, is het feit dat Jorge Zorreguieta  tot nog toe wegkwam met zijn betrokkenheid te danken aan de grote corruptie binnen de Argentijnse rechterlijke macht en aan de bijzondere status van vader van de Koningin van Nederland. Balaguer stond de Amerikaanse senaatscommissie van Carl Levin  bij toen deze in 2001 het Argentijnse witwastraject onderzocht. Luis Balaguer: ‘Zorreguieta bleef buiten schot vanwege de zeer hoge corruptie onder de Argentijnse rechters. Geen enkele aanklager of rechter ondernam actie nadat de Amerikaanse onderzoekscommissie van senator Carl Levin de verzamelde bewijzen tegen Banco República naar Argentinië had gestuurd. Die senaatscommissie had geconcludeerd dat Citibank witwasoperaties van de Federal Bank en Banco República mogelijk heeft gemaakt in de tijd dat Jorge Zorreguieta daar in het bestuur zat. Daarbij zaten inbegrepen bewijzen dat de Federal Bank en Banco República geld witwasten uit drugshandel, geld dat via deze banken Argentinië was binnengekomen.’

‘Grof schandaal’

Vanzelfsprekend wast Zorreguieta zijn handen in onschuld over zijn tijd bij Banco República. In een interview met het tijdschrift Gente van 10 april 2001 verklaarde hij: ‘Dat men me beschuldigt van het witwassen van geld is een grof schandaal. Ik zat in de leiding van de Banco República, van Raúl Moneta, dat is waar. Ik begon in 1992 en ging weg in 1994. Dat is zeven jaar geleden! Veel eerder dan dat de Federal Bank in zicht kwam. Ik heb nooit witwasoperaties gezien. Als ze er al waren   iets wat ik betwijfel   moeten die zich in de periode 1998-1999 hebben afgespeeld.’

‘Pure leugens’, meent Luis Balaguer: ‘Uit verklaring nummer 63.732 van de Inspección General de Justicia de la República Argentina blijkt zonneklaar dat Zorreguieta van 1986 tot 1996 lid was van het bestuur van Banco República, en niet van 1992 tot 1994, zoals hij in het interview zegt. Met andere woorden: Zorreguieta maakte wel degelijk deel uit van de top van Banco República toen deze in maart 1992 de Federal Bank oprichtte, en ook in november 1992, toen de witwasoperaties via de rekening van de Citibank begonnen. Dat hij nog tot 1996 aanbleef, impliceert dat Zorreguieta vier jaar lang direct bestuursverantwoordelijkheid droeg voor deze praktijken. Zorreguieta bekleedde al die tijd als stemhebbend lid van de Banco República een niet te onderschatten functie’.

‘Voor mij bestaat er geen twijfel dat Zorreguieta zich schuldig heeft gemaakt aan economische delicten’, vervolgt Balaguer.’Maar hij  geniet hoge steun, zeker nu hij direct gelieerd is aan het Nederlandse vorstenhuis.’

Suikerkoning

Tussen Raúl Moneta, in de ogen van Balaguer de mastermind van de gehele witwasoperatie, en Jorge Zorreguieta bleven de verhoudingen amicaal. Zorreguieta dook voortdurend op in de kolommen van Moneta’s economische tijdschrift El Federal, dat op 24 september 2005 nog de cover voor hem inruimde en onder de kop ‘Azucar réal’, koninklijke suiker, een bewonderend getoonzet verhaal bracht over Zorreguieta’s inspanningen als voorzitter van de Vereniging van Argentijnse Suikerproducenten. Zo is Jorge Zorreguieta niet alleen de vader van een koningin, maar zelf ook opgeklommen tot suikerkoning. Net als bij Bernhard indertijd kan dat imperium alleen maar standhouden bij de gratie van een aanhoudend offensief om de ware dimensies van een onwelgevallig verleden in de teugels te houden. In die zin zijn het huis van Oranje-Nassau en het huis van Zorreguieta een perfecte match.

Lees meer over de zure vruchten van 200 jaar Oranje op de troon in de nieuwste aflevering van kwartaaltijdschrift De Republikein, onder hoofdredactie van René Zwaap.

 

Wankel(e) Nederland(en)

JAARGANG 6, NR. 4, DECEMBER 2010

THEMA: Wankel(e) Nederland(en)

10 – 1 = 11
Paul Bordewijk

De Kroon onttroond
Paul Bordewijk

Het gezag van de rechter en het recht van het gezag
Willem van Bennekom

Van loodgieters en boekhouders
Corry Hanckét

Bijten naar het baasje
Thomas von der Dunk

Voor België dreigt Ctrl-Alt-Del
Carl Devos & Nicolas Bouteca

En verder:

Van de redactie: Waarin Bernhard eindelijk rust krijgt…
Rik Smits

Politiek in prent: Uitingsvrijheid
Koos van Weringh

Van de borreltafel

‘Sprookjeshuwelijk’ geeft Zweedse republikeinen wind in de zeilen
Gerard Aalders

Aartsvaders: de vrijheidsstrijder
Matthijs Rooduijn

Mannen met praktische plannen
Anton van Hooff & Frank van der Elst

Kroniek: Het magere eind van een rasprofiteur
Gerard Aalders

Verdwenen monarchieën: Roemenië
Leo Platvoet

Kijken naar een koningshuis in crisis
Tom Rooduijn

Gastcolumn: Tja, republiek, republiek…
René Zwaap