VVD-burgemeester houdt Den Helder in wurggreep

Meineed, valsheid in geschrifte, misbruik van macht: het zijn niet de meest onbeduidende misdrijven waarvan burgemeester Koen Schuiling van marinestad Den Helder wordt beticht door twee oud-wethouders, een ex-gemeenteraadslid en de ex-voorzitter van de Ondernemingsraad van zijn gemeente. Stuk voor stuk zware beschuldigingen aan het adres van een dienaar van de Kroon.

Tekst René Zwaap

Remco Duijnker, oud-ambtenaar en oud-voorzitter van de Ondernemingsraad van de gemeente Den Helder, deed aangifte tegen burgemeester Koen Schuiling (VVD) van Den Helder wegens o.m. valsheid in geschrifte en het opzettelijk achterhouden van informatie. Ook trok hij over deze zaak aan de bel bij Commissaris van de Koning van Noord-Holland Remkes en de ministers Plasterk (BZK) en Van der Steur (Justitie). Duijnker stelt dat Schuiling bewust stukken heeft achtergehouden dan wel vervalst die Duijnker nodig had om zijn ontslag als toezichthouder – gedetacheerd bij de Milieudienst– aan te vechten.

Dee aantijgingen staan niet op zichzelf. Oud-gemeenteraadslid van de Stadspartij van Den Helder Dirk Gorter deed eveneens aangifte tegen Schuiling. Ook hij stelt dat de burgemeester officiële documenten – in dit geval ging dat om een dwangsom die de gemeente aan Gorter had opgelegd vanwege achterstallig onderhoud aan een door hem van de gemeente overgenomen voormalig schoolgebouw – valselijk heeft laten opmaken. Twee oud-wethouders van de gemeente, Geurt Visser en Dirk Pastoor, bevestigden schriftelijk dat ze het voor deze kwestie relevante collegebesluit nooit onder ogen hebben gehad, terwijl hun handtekeningen er wel onder prijkten. Hier zou kortom knip- en plakwerk zijn verricht, precies hetgeen Duijnker ook stelt in zijn aangifte.

ANGSTCULTUUR

De burgemeester heeft behalve zijn wettelijke taken ook de portefeuilles Personeel en Handhaving in handen en heeft zich daarmee een machtspositie vergaard die absolutistische trekjes vertoont, zo stellen Duijnker en Gorter. Zij spreken van ‘een angstcultuur’ binnen het stadhuis van Den Helder. Kritisch denkende ambtenaren en wethouders zouden met allerlei trucs terzijde worden geschoven of uitgerangeerd.

‘Als hij daarbij met documenten moet knoeien en procedures moet verkrachten dan doet hij dat zonder enige schaamte’, aldus oud-raadslid Gorter, die beeldend kunstenaar is. ‘Hij acht het een bewijs van respectloosheid als iemand dat aan de kaak durft te stellen. Samen met de ambtelijke top gebruikt deze burgemeester zijn gezag om de bestuurskracht van wethouders uit te schakelen, zodra zij blijk geven van scherpzinnigheid en de ambitie om zelfstandig afwegingen te maken’.

Remco Duijnker was eerder voorzitter van de Ondernemingsraad van de gemeente Den Helder. Hij stelt dat de ambtenaren ten stadhuize van de marinestad met de komst van Schuiling zuchten onder een waar schrikbewind.

Jubelende gemeenteraad

En het begon allemaal zo veelbelovend. Koen Schuiling, voorheen wethouder Economische Zaken en Verkeer en Vervoer in de gemeente Groningen, werd in 2010 door een jubelende gemeenteraad binnengehaald in Den Helder. Volgens Christen Unie-raadslid Willem Koning, voorzitter van de vertrouwenscommissie die de nieuwe burgemeester had uitverkozen, stak Schuiling ‘met kop en schouders’ boven de andere kandidaten uit. ‘Niet alleen voldoet hij aan de profielschets die wij voor de nieuwe burgemeester hebben opgesteld, hij is ook iemand die stimuleert, inspireert en mensenbij elkaar weet te brengen’, aldus de voordracht.

Wat ging er mis?

Dit burgemeestersdrama in de Kop van Noord-Holland begint op 20 juni 2013, tijdens de Marinedagen die traditiegetrouw het feestelijke hoogtepunt van het jaar vormen in de normaal gesproken nogal desolate havenstad. Die dag opent beeldend kunstenaar Rob Scholte in het voormalige postkantoor bij het treinstation van Den Helder zijn eigen Rob Scholte Museum. Scholte keert na vele omzwervingen – Brussel, Japan, Amsterdam, Tenerife – en de bomaanslag op zijn leven in 1994 terug naar zijn West-Friese roots en heeft Den Helder uitverkozen voor een eenmansmuseum dat qua allure alleen te vergelijken is met het Salvador Dali Museum in het Spaanse Figueras.

Over 4000 vierkante meter exposeert Scholte niet alleen een bulk van zijn eigen imposante oeuvre, maar ook de door hem opgebouwde verzameling kunst van grootheden als Joseph Beuys, Andy Warhol en Jeff Koons, plus een ecletische verzameling werk van uiteenlopende Nederlandse kunstenaars als Jan Sluijters, Erich Wichman, Jan Cremer, Han van Meegeren, Anton Pieck en Aat Veldhoen. Daarnaast biedt het museum een complete dwarsdoorsnede van het werk van Nederlandse generatiegenoten van Scholte: Paul Blanca, Koos Breukel, René Daniëls, Bart Domburg, Erik Hobijn, Gerald van der Kaap, Peter Klashorst, Micha Klein, enzovoort.

Iedere andere burgemeester van een afgelegen, sterk verarmde, kleine gemeente die onder ambtenaren wordt beschouwd als een soort van strafkolonie vanwege onder andere het nonexistentiële culturele aanbod, zou met de komst van zo’n museum een gat in de lucht zijn gesprongen. Zo niet Koen Schuiling. Sterker nog: de burgervader deed nog nooit een stap in Scholte’s museum. Desgevraagd verklaarde Schuiling verleden jaar dat ‘Rob Scholte een man is om wie je in een grote boog heen moet lopen’. Schuiling lijkt er vooral alles aan gelegen om het museum zo snel als mogelijk uit zijn stad te krijgen. De burgemeester is voorstander van het plan van projectontwikkelaar Zeestad BV om het postkantoor en het nabijgelegen NS-station te slopen en in plaats daarvan het nieuwe stadhuis van Den Helder te doen verrijzen. Maar daarbij stuit hij op het probleem dat Scholte al ver voor de komst van Schuiling naar Den Helder een huurcontract met de gemeente afsloot voor de huur van het leegstaande postkantoor. In 2014 werd die overeenkomst – kennelijk zeer tegen de zin van Schuiling in – nog eens bekrachtigd door een wethouder.

In dat kader werd tegenwerking het motto. De gemeente onttrekt zich waar het maar kan van de onderhoudsplicht aan het gebouw, kennelijk in de hoop dat Scholte zal worden ontmoedigd en xzijn biezen pakt. Eerder beloofde uitbreiding van het museum wordt tegengegaan en de gemeente weigerde Scholte de benodigde informatie voor een businessplan te geven.

‘Politieke doodszonde’

Toen wethouder Geurt Visser van de lokale Stadspartij, die onder meer het gemeentelijke vastgoed in zijn portefeuille had, verleden jaar een ontmoeting met Scholte had om toch over dat businessplan te praten, leidde dat tot zijn politieke val. Praten met Scholte was in de ogen van Schuiling ‘een politieke doodzonde’ en hij eiste het vertrek van de wethouder. Deze weigerde echter te vertrekken en dus zocht Schuiling naar een andere stok om de hond te slaan.

Hij beschuldigde Visser nu van ongewenste intimiteiten op de gemeentelijke werkvloer, later nog aangevuld door – onjuist gebleken – beschuldigingen van gerommel met declaraties. Geurt Visser desgevraagd: ‘Tot mijn bezoek aan Scholte was er nooit kritiek op mijn functioneren als wethouder. Ik ben altijd amicaal, zowel tegen mannen als tegen vrouwen, maar ik ben nooit vulgair, vunzig of opgewonden geweest. Ik had gewoon een relatie met een mooie vriendin, en ik gebruikte mijn zakelijke telefoon ook als privételefoon. Vandaar dat er ook privéberichten waren op mijn WhatsApp. Die privéberichten zijn aangegrepen om mij politiek kalt te stellen’.

Cees Versteden

De Gemeenteraad, in de ban van Schuiling, volgde de burgemeester trouw. Geurt Visser moest als wethouder vertrekken. De Raad was nog wel zo slim geweest nader onafhankelijk onderzoek naar de door Schuiling genoemde beschuldigingen tegen de vertrokken wethouder te vragen. Dat loste Schuiling op door een oude kennis uit Groningen op te trommelen, te weten bestuurskundige Cees Versteden, met wie hij samen in de redactie had gezeten van een serie bestuursrechtelijke boeken van uitgeverij Kluwer. In zijn ‘onafhankelijke’ onderzoek rekende Versteden in een soloactie af met Visser. De ingeroepen grootinquisiteur beriep zich op verklaringen van negen anonieme vrouwen, sommige ambtenaren ten stadhuize, andere van buiten, die ten nadele van Visser getuigden, alhoewel niet duidelijk werd wat zij precies hadden verklaard. Versteden kwam in zijn delictomschrijving niet veel verder dan smsjes die eindigden op ‘kusjes, kusjes’.

‘Visser-gate’ had verdacht veel weg van een politieke afrekening met als achterliggend motief de hoop dat met de val van Visser – die namens de lokale Stadspartij in het College van B en W had gezeten – een eind zou komen aan het grotendeels door lokale partijen gevormde stadsbestuur, zo vermoedt voormalig Stadspartij-fractielid Gorter. ‘Met uitzondering van de eenmansfractie van GroenLinks en de Christen-Unie bestond het College louter uit lokale partijen. Schuiling had er als VVD-burgemeester zwaar de pest in dat hij een college moest leiden met vijf wethouders van lokale partijen. Het wegsturen van Geurt Visser bracht niet het gewenste resultaat omdat net iets te veel raadsleden het spel van Schuiling doorzagen. Vervolgens benutte Schuiling het zomerreces van 2015 voor het zodanig onder druk zetten van fractievoorzitter Peter Reenders van de Stadspartij – een ex-VVD’er – dat deze ertoe overging vijf leden van zijn fractie die de oren niet genoeg naar Schuiling lieten hangen, uit de fractie te zetten. Vervolgens maakte Reenders een einde aan de coalitie. Daarmee kwam de weg vrij voor de huidige coalitie van VVD, CDA, PvdA en D66 en was de glorieuze overwinning van de Stadspartij van 2014 geneutraliseerd. Een prachtig voorbeeld hoe de VVD burgemeesters inzet om de politieke macht niet te verliezen wanneer te veel kiezers stemmen op lokale partijen.’

Indien burgemeester Schuiling inderdaad zou worden veroordeeld voor opzettelijke vervalsing, heeft zijn burgemeesterschap vermoedelijk zijn langste tijd gehad. Voor het valselijk presenteren van één brief namens de provincie Gelderland, die in werkelijkheid alleen maar door hemzelf was opgesteld, werd in 2005 een gedeputeerde uit Renkum veroordeeld door de rechtbank van Arnhem, hetgeen later nog werd bekrachtigd door de Hoge Raad. Duijnker, Gorter en twee ex-wethouders betichten de burgemeester van een hele reeks valselijk opgestelde documenten namens de gemeente Den Helder. Juist voor een door de Kroon benoemde functionaris als een burgemeester zou een dergelijke veroordeling fataal kunnen zijn.

Alhoewel uitdrukkelijk daartoe uitgenodigd door ‘De Republikein’, wenste burgemeester Schuiling van Den Helder niet op de diverse aantijgingen aan zijn adres te reageren.