Themanummer & symposium: De novembercoup van Troelstra in het revolutiejaar 1918

in Recente edities

In nummer 4/2018 van De Republikein uitgebreid aandacht voor het 100-jarige jubileum van de ‘coup’ van SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra in november 1918.

Hoe dichtbij was Nederland in november 1918 bij de Grote Omwenteling? En hoe ging het verder tussen socialisten en het koningshuis?

Een interview met PvdA-coryfee Arie van der Zwan over het gelijk van Troelstra: ‘Hij vergiste zich alleen in zijn eigen partij’. Van der Zwan wijst op de rol van Carel Gerretson, secretaris van H. Colijn bij De Bataafse Oliemaatschappij (de latere Shell-dochter), bij de organisatie van de ‘tegencoup’: ‘Door niet door te bijten maakte Troelstra zichzelf en zijn beweging weerloos, voor zijn tegenstanders was het nu een koud kunstje om het machtsapparaat in stelling te brengen. Dat de contrarevolutie zeer effectief op gang kwam was mede te danken aan de Bataafse Oliemaatschappij waarvan het directiesecretariaat het brein achter de tegencoup vormde, ook bij dat zogenaamd “spontane” huldeblijk aan het koninklijk huis op het Haagse Malieveld’.
Voormalig PvdA-senator Joop van den Berg, ex-directeur van de Wiardi Beckmanstichting, schrijft een essay over Drees, Den Uyl en Wim Kok als redders van Oranje en de dag (in 1977) dat het PvdA-congres het einde van de monarchie uitriep. ‘Die reddingsacties waren ook in het belang van de PvdA zelf, want een sociaaldemocratische premier kon het zich niet veroorloven bij te dragen aan beëindiging van het koningschap of zelfs maar bedreiging van zijn positie. Het zou ongetwijfeld ouderwetse “oranjefuries” tegen “rood” hebben opgeroepen. met ongewisse uitkomst.’
Gijs Korevaar interviewt oud-PvdA-minister Klaas de Vries: ‘Koningin Beatrix zei een keer dat het haar prerogatief was om iets te doen of te laten. Majesteit, zei ik toen, dat prerogatief bestaat niet meer’.
Na zijn mislukte poging tot revolutie was Pieter Jelles Troelstra ‘een gebroken mens’. Zijn echtgenote verdacht hem van zelfmoordplannen, zo schrijft Piet Hagen in zijn monumentale biografie Politicus uit Hartstocht. Een interview met de biograaf.
Historicus Rob Hartmans schreef met De revolutie die niet doorging een meeslepend verslag van de roerige ‘Rode Week’van 1918. Dat de geschiedenis van Troelstra’s novembercoup van 1918 zo in detail kan worden gereconstrueerd, is mede te danken aan diverse nijvere informanten van inlichtingendiensten. De telefoons van verschillende SDAP-kopstukken werden afgeluisterd door GS IV, de afdeling van de Generale Staf die bekend stond als ‘de censuur’. Op de verhitte vergaderingen van de SDAP en vertegenwoordigers van de vakbeweging in Rotterdam kwamen verschillende politiespionnen af. Rechercheur J.H.G. Spillenaar sloot zich in het gebouw van de Arbeiderscoöperatie Voorwaarts aan de Gedempte Slaak op in een kast, waarna hij een uitvoerig rapport over de bijeenkomst inleverde. De Rotterdamse burgemeester A.R. Zimmerman was dan ook volledig op de hoogte van wat er speelde bij de socialisten. Toch liet de burgemeester de SDAP weten dat hij de revolutie geen strobreed in de weg zou leggen. Koningin Wilhelmina dacht intussen dat een referendum over het aanblijven van het koningshuis soelaas zou bieden.
De Republikein-redacteur Maurits van den Toorn analyseert de allesbehalve rooskleurige toestand van Nederland anno 1918 en komt tot de slotsom dat Troelstra ‘een alleszins begrijpelijke vergissing’ heeft gemaakt. En passant ontdekte onze redacteur dat het historische ‘spontane huldeblijk’ aan de koninklijke familie op het Haagse Malieveld op 18 november iets minder spontaan was dan de mythe wil. ‘Tijdens een rijtoer spande de bevolking “spontaan” de paarden van het koninklijke rijtuig uit en trok dat zelf voort te midden van een enthousiast juichende menigte. Dat die spontaniteit een fabel was weten we inmiddels: de koets werd voortgetrokken door enige tientallen militairen – onder wie de grootvader van de auteur van dit verhaal – die daar van tevoren duchtig voor hadden geoefend’. August Hans den Boef brengt de republikeinse storm die in 1918 over gans Europa trok in kaart.
Historicus Ries Roowaan zet Troelstra’s Novembercoup in het perspectief van de val van het Duitse keizerrijk en het uitroepen van de republiek van Weimar. Het Nederlandse gezantschap in Berlijn werd een verzamelplaats voor de voormalige hofkliek, ontdekte hij. Classicus Anton van Hooff legt uit hoe 1918 ook het ondergangsjaar was van het Romeinse Rijk. Ardy Belt bericht uit hedendaags Rusland, waar Poetin zowel de heilige Romanovs vereert als de nalatenschap van Stalin.
In de rubriek Appeltjes van Oranje aandacht voor de nooit opgehelderde kwestie hoe het nu zat met het asiel van ex-Kaiser Wilhelm II in Nederland: kwam de Butcher of Berlin op uitnodiging van zijn verre nicht naar Nederland en was het daarom aan het Nederlandse koningshuis te wijten dat Wilhelm nooit kon worden berecht voor zijn aandeel in de Eerste Wereldoorlog?
De rubriek Van het republikeins front is gewijd aan de opkomst en ondergang van de Republikeinsche Partij van 1918 en haar persorgaan weekblad De Republikein. De partij stuurde in november 1918 en telegram aan de regering met het verzoek de monarchie af te schaffen. Behalve dat bepleitte de partij invoering van een republiek met een jaarlijks aftredende president, afschaffing van de Eerste Kamer, afschaffing van leger en vloot, invoer van vrouwenkiesrecht, invoer van een referendum, dekolonisatie van Nederlands Indië, afschaffing van adel, jachtrecht en ridderorden, invoer van juryrechtspraak en kosteloos en snel recht, verplicht kosteloos onderwijs tot en met middelbaar onderwijs, hervorming en later afschaffing van het recht op erfenis, instelling van een staatsbelasting op kapitaal en inkomsten, afschaffing van de eerste klasse bij de Spoorwegen met een verlaagd tarief, vereenvoudiging van de ministeriële en gemeentelijke administratie en (op langere termijn) ‘de invoering van een sociale communistische regering’.

Voorts in dit nummer: een discussie op niveau tussen oud-hoogleraar H.U. Jessurun d’Oliveira en econoom Gerard van der Zwan over het nut van de oprichting van een Constitutioneel Hof in Nederland in het streven Nederland Oranje-vrij te maken, Manuel Kneepkens herschrijft het Wilhelmus en NRC Ombudsman Sjoerd de Jong bespreekt uitgebreid Hugo Arlman’s biografie van J.L. Heldring, wiens verering door de nieuwe generatie van reactionaire romantici als Thierry Baudet hoogst ongeplaatst blijkt. In zijn vaste column blikt Republikeins Genootschap-voorzitter Hans Maessen vooruit naar het komende onderzoek van het RG naar de opbrengsten van de koninklijke handelsmissies.

Nr. 4 van ‘De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, geschiedenis & recht’ is te koop bij de geselecteerde boekhandel of na te bestellen bij de uitgever via klantenservice@virtumedia.nl. Mis geen nummer meer van dit bijzondere tijdschrift en neem een abonnement.

Troelstra-symposium

Woensdag 14 november a.s. organiseert tijdschrift De Republikein in samenwerking met Spui 25 van de Universiteit van Amsterdam en de Faculteit Rechtsgeleerdheid een symposium naar aanleiding van het 100-jarige jubileum van Troelstra’s novembercoup. In dit programma blikken we terug op de roerige ‘Rode Week’ van november 1918. Had Troelstra zich deerlijk vergist? Of was Nederland wel degelijk rijp voor de grote omwenteling? En hoe ging het sindsdien tussen socialisten en het koningshuis? Maar ook staan we stil bij 1918 als het grote Europese revolutiejaar en Rotterdam als de nationale revolutionaire brandhaard.

Aan het woord komen PvdA-ideoloog Arie van der Zwan, Troelstra-biograaf Piet Hagen, historicus Rob Hartmans, classicus Anton van Hooff, dichter-politicus Manuel Kneepkens en historica Simone Vermeeren.
Moderatie: René Zwaap, hoofdredacteur De Republikein.
Plaats: Spui 25-27, Amsterdam.
Datum: 14 november
Tijd: 20.00 tot 22.00 uur
Toegang gratis, reserveren verplicht via spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.

Go to Top