Activiteiten

Financieel Jaarverslag Stichting De Republikein 2018

Financieel Jaarverslag 2018

Balans per 01-01-2018
Liquiditeit:
Triodos Bank 2.037,84
Nog te betalen kosten -1.726,08
________
Totaal 311,76

Balans per 31-12-2018
Triodos Bank 1.898,05
Nog te betalen kosten -1.726,16
_________
Totaal 171,89

Inkomsten 2018

Donatie € 15,00
Subsidie RG € 2.000,00
Bijdrage RG in activiteitenkosten € 117,50
Losse verkoop tijdschrift De Republikein € 85,00
____________
Totaal € 2.217,50

Uitgaven 2018

Bijdrage aan exploitatie tijdschrift De Republikein € 1.700,00
Redactiekosten € 324,20
Activiteitenkosten € 210,00
Publiciteitskosten € 0,00
Bestuurskosten € 0,00
Bankkosten € 123,17 ___________
Totaal € 2.357,37

Verlies 2018 € 139,87

Toelichting
Het afgelopen jaar werd financieel gezien gekenmerkt door een zeer mager budget voor de stichting. De donaties liepen niet meer op en ook leverde onze nauwere samenwerking met het RG niet datgene op waarop wij gehoopt hadden, een collectief abonnement voor de leden van het RG. Gelukkig bleef het Republikeins Genootschap het tijdschrift De Republikein wel steunen met een subsidie van € 2.000,00 en zelfs met een wat hoger bedrag voor het komende jaar. Maar toch heeft de stichting ook dit jaar een verlies geleden, zij het een paar honderd euro minder dan in 2017. Ik kan dus alleen maar herhalen wat ik hier vorig jaar schreef dat we opnieuw zullen moeten proberen donoren voor ons tijdschrift te vinden. En daarnaast moeten we wellicht meer aandacht gaan besteden aan de publiciteit voor ons tijdschrift.

Paul van der Heijden, penningmeester

Jaarverslag 2018 Stichting De Republikein

Ten geleidx

Stichting De Republikein, opgericht op 3 december 2004, is een stichting zonder winstoogmerk verantwoordelijk voor de uitgave van het kwartaalschrift De Republikein. De stichting werkt samen met organisaties die de burger actief willen betrekken bij de vormgeving van de Nederlandse staatsinrichting, in het bijzonder met het Nieuw Republikeins Genootschap. In de missie van het tijdschrift neemt de kritische benadering van de monarchie als instituut een belangrijke plaats in, maar ook vele andere kwesties rond democratie en burgerschap vinden een plek. Het bestuur van de stichting bestaat in 2018 uit Bart Gruson (voorzitter), Jack Jan Wirken (secretaris), Paul van der Heijden (penningmeester) en Jan Herman Reestman (lid).

Activiteiten
Het vergroten van de financiële armslag van de stichting was in 2018 was opnieuw een prioriteit (zie het financieel jaarverslag 2018). Wij waren dan ook verheugd toen we van het bestuur van het Republikeins Genootschap vernamen dat zij de ledenvergadering wilden voorstellen om een collectief abonnement op het tijdschrift De Republikein te nemen. Een en ander zou met ingang van 1 januari 2018 zijn beslag moeten krijgen. In de loop van januari bleek het bestuur van het Republikeins Genootschap inhoudelijke aanpassingen van ons tijdschrift noodzakelijk te vinden. Voor onze stichting, gezien het belang dat wij hechten aan de redactionele onafhankelijkheid en aan de eigen identiteit van het tijdschrift, waren de voorgestelde aanpassingen onaanvaardbaar. In goed overleg is afgesproken dat er geen collectief abonnement zal worden afgesloten, maar dat het Republikeins Genootschap het tijdschrift financieel zal blijven ondersteunen.
Met financiële steun van het Republikeins Genootschap hebben de redactieleden van De Republikein een onderzoeksrapport geschreven waarin de werkelijke kosten van de Nederlandse monarchie aan het licht werden gebracht. Het Republikeins Genootschap heeft het rapport op 24 april 2018 tijdens een persconferentie in de Haagse sociëteit Nieuwspoort gepresenteerd.
Onze stichting heeft in 2018 naar aanleiding van het feit dat de sociaaldemocratische voorman Pieter Jelles Troelstra honderd jaar daarvoor opriep tot revolutie en afschaffing van de monarchie, op 14 november 2018 een conferentie in het academisch-cultureel centrum van de Universiteit, Spui25, georganiseerd. Het thema: de worsteling van de sociaaldemocratie met de monarchistische staatsvorm. Ons tijdschrift heeft aan de gebeurtenissen in 1918 een themanummer gewijd.

Interne organisatie
De redactie stond evenals in 2017 onder leiding van René Zwaap en bestond verder uit Gijs Korevaar, Thom de Lagh en Maurits van den Toorn. In de loop van 2018 hebben we Paul Damen als redacteur mogen verwelkomen. Evenals in voorgaande jaren hebben talrijke onbezoldigde medewerkers bijgedragen aan de inhoud van ons tijdschrift.
Op 14 november heeft het bestuur voor de redacteuren en de medewerkers een borrel georganiseerd in de Amsterdamse sociëteit Arti et Amicitiae.

Externe contacten
Het bestuur onderhoudt, net als in 2016, contacten met Spui 25, het academisch-cultureel centrum van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast voren wij regelmatig overleg met het Republikeins Genootschap en met zusterorganisaties verenigd in de eerdergenoemde AERM.

Namens het bestuur van stichting De Republikein, Bart Gruson (voorzitter)

Symposium over Troelstra’s Novembercoup

/
J.P. Troelstra tijdens de grote vredesdemonstratie van 1916
Troelstra’s Novembercoup

November 1918. Op het puin van de Eerste Wereldoorlog komt de ene na de andere monarchie ten val. Na het Russische tsarenrijk eindigt op 11 november het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk van de Habsburgers. De Duitse Kaiser Wilhelm II vlucht naar Nederland en de Duitse republiek wordt uitgeroepen. Tot in Zwitserland heerst de geest van de revolutie. En nu lijkt ook Nederland aan de beurt.

In Rotterdam roept SDAP-leider P.J. Troelstra op maandag 9 november 1918 de revolutie uit. Het is het begin van de roerige ‘Rode Week’, waarin de toekomst van de monarchie en die van de oude orde aan een zijden draadje hangen. Maar een week later smoort de ‘coup’ van Troelstra tijdens een ‘spontaan’ huldeblijk aan de koninklijke familie op het Haagse Malieveld. In dit programma blikken we terug op de roerige ‘Rode Week’van november 1918. Had Troelstra zich deerlijk vergist? Of was Nederland wel degelijk rijp voor de grote omwenteling? En hoe ging het sindsdien tussen socialisten en het koningshuis?

Aan het woord komen PvdA-ideoloog Arie van der Zwan, Troelstra-biograaf Piet Hagen, historicus Rob Hartmans, classicus Anton van Hooff, dichter-politicus Manuel Kneepkens en historica Simone Vermeeren. Moderatie: René Zwaap.

Over de sprekers

Arie van der Zwan (1935) is een Nederlands econoom, publicist, PvdA-prominent en voormalig hoogleraar en zakelijk bestuurder. Hij is een van de weinige denkers in de huidige sociaal-democratie die van mening is dat Troelstra zich in november 1918 helemaal niet had vergist.

Piet Hagen, auteur van de Troelstra-biografie Politicus uit hartstocht, was journalist bij dagblad Trouw, directeur van de School voor Journalistiek in Utrecht, hoofdredacteur van De Journalist en medewerker van NRC Handelsblad.

Historicus Rob Hartmans vertelt over zijn binnenkort te verschijnen boek De revolutie die niet doorging, een reconstructie van ‘De Rode week’. Hij is historicus en schrijft o.m. voor het Historisch Nieuwsblad.

Classicus Anton van Hooff zet Troelstra’s actie in het bredere perspectief van de ondergang van de grote Europese monarchieën. Anton van Hooff is classicus en auteur. Eerder dit jaar publiceerde hij ‘Het Plakkaat van Verlatinge, de eerste onafhankelijkheidsverklaring’, bij uitgeverij Omniboek. Hij is een vaste medewerker van De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, geschiedenis, recht & burgerschap’

Dichter/politicus Manuel Kneepkens beziet Troelstra’s Novembercoup vanuit Rotterdams perspectief, want de havenstad was uiteindelijk de brandhaard van de revolutie die Troelstra voor zich zag. Manuel Kneepkens is dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. Tot 2006 was hij gemeenteraadslid in Rotterdam namens de mede door hem opgerichte Stadspartij. Hij levert regelmatig bijdragen aan De Republikein.

Simone Vermeeren is voorzitter van de stichting Jonge Historici en publiceerde in de oktober-uitgave van Socialisme & Democratie van de Wiardi Beckmanstichting een artikel n.a.v. het 100-jarige jubileum van Troelstra’s Novembercoup.

René Zwaap (moderator) is hoofdredacteur van ‘De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, geschiedenis & recht’ (www.derepublikein.nl) en publiceert o.m. in De Groene Amsterdammer.

Organisatie: ‘De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, geschiedenis & recht’ i.s.m. SPUI25 en de Faculteit voor Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Met steun van het Republikeins Genootschap.
Locatie: SPUI25, Spui 25-27, 1012 XW Amsterdam, tel. 020-5258142
Aanmelden: spui25@uva.nl of tel. 020-5258142
Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. Aanmelden is niet vrijblijvend. Wij rekenen op uw komst.

Het potjeslatijn van Thierry Baudet

/

Classicus Anton van Hooff veegt de vloer aan met het potjeslatijn van Thierry Baudet en stelt dat echte intellectuelen niets te zoeken hebben in de politiek. 

Tekst Anton van Hooff

‘Een intellectueel is iemand die niet alleen veel kennis heeft, maar zich op basis daarvan een zelfstandig oordeel vormt.’ Zo herinnerde zich een NRC-lezer een uitspraak van J.L. Heldring, decennia lang columnist van die krant. Deze definitie paste volgens de briefschrijver precies op Thierry Baudet. Ik herinnerde mij echter een heel andere uitspraak van Heldring: ‘Een intellectueel is iemand die met gezag praat over zaken waarvan hij geen verstand heeft’. Deze ontmaskering van intellectuele bluf slaat volgens mij meer op de man die zich als de beste columnist van Nederland beschouwt, nadat hij door NRC als zodanig aan de kant werd gezet.

 

Baudet als Cicero

Bij zijn eerste optreden in de Tweede Kamer gaf hij een staaltje van intellectuele humbug weg. Hij herinnerde zich van zijn gymnasiumtijd het begin van de rede waarmee Cicero de vloer aanveegde met Catilina, die een staatsgreep beaamde: ‘Hoe lang nog zul je, Catilina, misbruik maken van onze lijdzaamheid?’ Dit veel gebruikte citaat gaf Baudet in zijn maagdenrede allesbehalve ongerept weer. Hij slaagde erin om in één zin vijf fouten te maken.

‘Quousque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?’, is de zin van Cicero met een fraaie cadans. Baudet maakte ervan: ‘Quousque tandem factionem cartellum et officiorum machina patientia nostra abutitur, dum navis pretoria ressurectionis ad profi(cis?)cendum parata est?’ De betekenis zou moeten zijn: ‘Hoelang stelt het partijkartel en de baantjescarrousel ons geduld nog op de proef, terwijl het vlaggenschip van de renaissance klaar ligt om te vertrekken?’

Wel, dat staat er zeker niet. Fout 1: Factionem staat in de naamval voor het lijdend voorwerp (accusativus) terwijl het volgens de vertaling in de tweede naamval (genitivus) moet: fationum. Eerst dacht ik nog dat hij de ‘u’ niet als oe, maar op zijn Nederlands als een uh uitsprak, maar er komt duidelijk een vette è uit zijn mond. 2. Cartellum, ‘kartel’ bestaat in het Latijn niet. Het zou voor een Romein ‘kaartje’ betekenen; het Vaticaanse woordenboek dat moderne begrippen verlatijnst voor gebruik in de pauselijke stukken, geeft pactio mercatoria (handelspact). 3. Officiorum, betekent ‘van plichten’ is dus juist prijzend en zeker niet het laatdunkende ‘baantjes’. 4. Machina is hijskraan en niet draaimolen. 5. Abutitur, Cicero gebruikte de toekomende tijd (futurum tweede persoon enkelvoud in een verkorte vorm die de zin zo’n mooie cadans geeft). In de derde persoon enkelvoud die Baudet wil, zou het zijn abutetur, zou hier moeten zijn abutetur. 6. Resurrectio is niet wedergeboorte (renaissance), maar wederopstanding, in het bijzonder uit de dood van Christus. Jammer, een zware onvoldoende, jongen. De echte wetenschapper onderkent de grenzen van zijn kennen en kunnen en raadpleegt een vakdeskundige – zo niet de charlatan. Die wil  burger de epateren met voorgewende adeldom, zoals de man die volgens het bevolkingsregister Wilhelmus Simon Petrus Fortuijn heette, maar zijn achternaam de chiquere y gaf. Hoewel hij een blauwe maandag bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen (??) in Rotterdam was, bleef hij zich ten onrechte professor noemen.

Tragiek van Plasterk

Dat doet Ronald Plasterk niet, hoewel hij gewoon hoogleraar en wetenschapper van erkend formaat was. Hij is het actuele voorbeeld van een intellectueel die in de politiek verdwaald is. Zolang hij onderzoeker was en vanaf de zijlijn columns in De Volkskrant schreef, was er geen vuiltje aan de lucht. Maar als minister, eerst van onderwijs en vervolgens van binnenlandse zaken, heeft hij er niet veel van gemaakt. Hij had natuurlijk het grootste gelijk van de wereld toen hij ervoor pleitte dat een gemeente minstens 100.000 inwoners moest hebben om haar taken te kunnen vervullen. Alleen bij die omvang hoeven gemeentes niet hun toevlucht te nemen tot ‘gemeenschappelijke regelingen’ en samenwerkingsverbanden, die zich aan de democratische controle van gemeenteraden onttrekken. Nederland heeft genoeg aan 35 gemeentes; de bestuurslaag provincie kan gevoeglijk worden afgeschaft. Regio’s als Friesland of Zuid-Limburg kunnen hun gekoesterde identiteit behouden door supergemeente te worden.

Maar Plasterk slaagde er zelfs niet in enkele volstrekt overbodige provincies tot fusie te brengen.

Dit onvermogen om gelijk te krijgen kenmerkt de ware intellectueel. Als de ezel uit de fabel die verhongert omdat hij niet tussen twee voerbakken kan kiezen, blijft hij twijfelen: er zit toch ook wel iets in de argumenten van de anderen, niet? Toen ik een halve eeuw geleden als jong academicus een blauwe maandag in de gemeenteraad van Nijmegen zat, kon ook ik niet instinctief knopen doorhakken. Het was leerzaam te ervaren dat de praktische politiek met al haar hartstochten toch niets voor mij was. Een korte tijd in de politiek te gaan, is echt iedereen aan te raden. Je ontdekt dan hoe simpel, heerlijk menselijk dat bedrijf is. Studenten geschiedenis, die ik naast de aankomende classici bediende op de universiteit (nu vernoemd naar iemand die niemand kent  hield ik regelmatig voor: ‘Jullie lezen voortdurend over macht. Ga eens ervaren wat dat is.’

 Stuurman aan wal

Maar daarna moet de intellectueel als stuurman van boord gaan. Vanaf de wal schrijft hij zijn kritische stukken en kapittelt hij de actieve politiek. Dat is de rol die intellectuelen altijd gespeeld hebben in het land waarin het begrip is uitgevonden. ‘Een intellectueel is een persoon van wie de activiteit berust op oefening van de geest, die zich bemoeit met de publieke sfeer om zijn analyses te delen en zijn gezichtspunten over de meest uiteenlopende onderwerpen of om waarden te verdedigen, die in het algemeen geen directe verantwoordelijkheid in praktische zaken neemt,zo begint het artikel Intellectuel in de Franse Wikipedia.

De hordes doctorandussen en meesters in de rechten die het Binnenhof bevolken zijn natuurlijk geen intellectuelen. Zij hebben nooit een andere wereld gezien, nooit hun geest aan andere dingen gescherpt dan aan het machtsspel. Eerst werden zij fractie-assistent en vervolgens rolden zij de Kamer in. Deze politieke inteelt bezorgt hun een conformisme dat haaks staat op intellectuele autonomie. Hun hoogste doel is lid van de regering te worden. Na afloop van het kabinetten peinzen ze er niet over om weer in de kamerbankjes te gaan zitten. Ze willen door het bedrijfsleven voor besturen en commissariaten gevraagd worden om zo als goed betaalde politieke lobbyisten te fungeren. Wat een armzalig leven.

Respectabele uitzondering op dit patroon is de PvdA’er Klaas de Vries die na zijn ministerschap weer ‘gewoon’ parlementariër werd. Hij hield zich aan wat in de eerste democratie ter wereld, die van het antieke Athene, al gold als principe van de volksmacht: om beurten te regeren en geregeerd te worden. De Vries heeft zich bij mijn weten nooit laten voorstaan op zijn academische status, zoals Thierry Baudet dat wel opzichtig en potsierlijk doet.

 

 

 

Het verdriet van Groningen

/

 

Op 24 april a.s. presenteert het Republikeins Genootschap het rapport De verborgen kosten van het koningshuis, waarin ook de (belastingvrije) aandelen van Koning Willem IV en de politieke consequenties daarvan rijkelijk aan bod komen. RG-voorzitter Hans Maessen blikt vooruit.

De Koning is rijk geworden van de ellende in Groningen. Het verhaal is bekend. Nederland wist niet hoe snel ze haar gasvoorraad moest verkopen en schakelde via de NAM daarvoor Shell en Esso in. De Koningin zal daar destijds geen bezwaar tegen hebben gehad, want de Oranjes hebben aandelen in Shell. De NAM ging vervolgens ijverig aan de slag en verkocht het gas naar hartenlust. We hebben er allemaal van geprofiteerd. Onze verzorgingsstaat is er mede door mogelijk geworden. Maar inmiddels zitten we met het probleem hoe we de Groningers niet langer lastig hoeven te vallen met onze verslaving aan gas.

Onlangs startte de Groninger cabaretier Marcel Hensema een petitie om de Koning te vragen Shell het predicaat koninklijk af te nemen. Dat is zoiets als vragen aan een slager om zijn eigen vlees af te keuren. Willem-Alexander zal er niet over peinzen. Maar Hensema ging verder en schreef een keihard protestlied: ‘… bent u onze Koning of gewoon een oliesjeik?’ Het is op YouTube te bewonderen. Maar ook Hensema durft de essentie van het probleem niet aan te snijden. Groningen toont als een perfecte storm aan dat een monarchie niet in de Nederlandse democratie past.

Politieke gezagsdragers moeten integer, transparant en betrouwbaar zijn. Daarom worden ze gevraagd persoonlijke en zakelijke belangen bekend te maken en op afstand te zetten. Dat geeft de burger vertrouwen dat het algemeen en niet het persoonlijk belang wordt gediend. Dat geldt voor wethouders, ministers, en dient ook zo te zijn voor het staatshoofd. Transparantie en verantwoording afleggen staan hierbij centraal. Bij onze Koning is dat alles niet het geval. We weten niet hoeveel aandelen Shell hij heeft. De graaizucht en gierigheid van de Oranjes bieden geen vertrouwen. Het publieke belang is hier strijdig met het persoonlijke belang van het staatshoofd. Dat de Koning invloed heeft is onomstreden. Hij spreekt wekelijks met de minister-president. Maar hoe die invloed wordt gebruikt is geheim. De Groningers kunnen dus geen vertrouwen hebben in de Koning. De oproep van Hensema is dan ook nogal naïef.

De Groningers zijn kwaad. En terecht. De staat die ze moet beschermen behandelt ze als oud vuil. Maar ze kunnen binnenkort hun gram halen. Koningsdag wordt dit jaar gevierd in Groningen. Een beslissing die door de RVD werd genomen vóór de laatste grote aardbeving in Zeerijp. Het wordt spitsroeden lopen voor de Koning in Groningen, want ze zijn daar niet dom. Hun eis voor openheid en verantwoording is terecht.

Het Republikeins Genootschap zal ook dit jaar tijdens Koningsdag weer gebruik maken van het individuele recht op vrijheid van meningsuiting. We kunnen juist in Groningen aantonen dat een monarchie niet functioneert in een democratie. De Koning moet aftreden want hij dient zijn eigen belang en niet dat van de Groningers en Nederlanders. Ga op 27 april mee naar Groningen om de Groningers te helpen en de republiek dichterbij te brengen. Er gaat niets boven Groningen, zelfs geen Koning!

Hans Maessen is voorzitter van het Republikeins Genootschap

Lees ook:

Oranje boven, Groningen naar beneden

Majesteitsschennis op z’n Gronings