Roel van Duijn was o.m. oprichter van Provo en de Kabouters, was wethouder in Amsterdam namens de PPR, oprichter van De Groenen en werd in 2001 ook nog eens Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij is auteur van vele boeken, waarvan de laatst verschenen titel 'Een zoon voor de Führer' is, over de nazi-jonkvrouwe Julia op ten Noort (2018). Hij is vaste columnist van De Republikein.

Column Roel van Duijn: Coronabreuken

Tekst Roel van Duijn

 

Ik had een serie pijnlijke ontmoetingen. Per e-mail. Het valt mij op dat digitaal contact nu vaak intenser is dan fysiek contact vóór corona was. Je komt eerder bij het puntje van het paaltje.

Met een bloemiste die ik jaren niet gesproken had bijvoorbeeld. Zij benadrukte eerst dat het virus door de aanleg van 5G-kabels was binnengerold. Dat lachte ik weg, maar zij hield aan. Zij zag dat lijders aan Covid-19 heel snel weer opknapten. Al die vrijheidsberovende maatregelen waren overbodig.

– Hé, ben je een complotdenkster geworden, vroeg ik. Zo kende ik haar niet.

Nee, maar Trump was, zei ze, wel ‘onze beste kans’ en wij waren altijd bij de neus genomen door de media. Ze stuurde me een heel andere kijk op de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog: een film over het leven van Adolf Hitler. Van internet geplukt, ik kende hem door mijn onderzoek van het nazisme.

– Maar dat is nazi-propaganda!

– Nee, antwoordde ze, die film maakt duidelijk dat niet alleen de nazi’s de schuld waren, zoals ons altijd voorgehouden is. Boos probeerde ik haar uit te leggen dat de film niets dan leugens bevatte. Tevergeefs.

 

Een vriend van me was een intelligente ingenieur die me schreef dat we nu een fascistische regering hebben die mensen de vrijheid ontneemt.

– Maar het is toch omgekeerd, we verliezen toch vrijheid als nog veel meer mensen ziek worden, zoals destijds met de Spaanse griep?

– Ach welnee, er sterven niet meer mensen dan gemiddeld, doe je ogen open!

– Maar je ziet toch dat er in Zweden meer mensen sterven dan in de andere Scandinavische landen, waar wel contactbeperkende maatregelen worden genomen?

– Shit, geloof je de mainstream pers? Jij, die altijd zo kritisch was? Kom toch naar onze demonstratie op het Museumplein!

– Jullie spelen met mensenlevens. Wat bezielt je?

– Laat ik het je nog eens uitleggen!

Hij hield niet op en hield, om zo te zeggen, zijn voet tussen de deur. Mail mij niet meer met je destructieve blabla, antwoordde ik.

Daar hield hij zich niet aan, maar ik stopte. Met pijn.

 

Zij was een oude vriendin van mij, groener dan groen. Eindelijk kreeg ik haar weer eens aan de telefoon. Fijn! Ik herinnerde me dat zij de vorige keer had betwijfeld of Boris Johnson werkelijk Covid-19 had en vroeg daarom voorzichtig hoe zij leefde met de pandemie.

– Pandemie? PLANdemie zal je bedoelen! Ken jij zelf iemand die eraan gestorven is?

– Ach kom, je gelooft toch niet aan complottheorieën?

– Complot? ComPLEET! Het is de waarheid! Waarom denk je dat precies 75 jaar na de oorlog de PLANdemie een hype geworden is?

Ik legde haar uit dat dit wanen zijn. Dit keer zelfs met het argument dat ik door de complotdenkers persoonlijk als voorbeeld van een machtsgeile illuminaat ten toon gesteld word. In de verwachting dat ze dan als vanzelfsprekend zou begrijpen hoe onzinnig dit soort kreten zijn.

– Ze hebben gelijk! Die verstikkende mondmaskers die ons worden opgedrongen. Die maskers zijn jodensterren!

– Maar hoe kun je dat zeggen? Degenen die maskers aanraden willen de mensen toch niet vermoorden?

– Dat zeg jij. Maar jij kijkt niet diep… Het is een dictatuur, door de indirecte plicht om je te laten vaccineren. Luister…!

Ik luisterde niet meer en liet haar in Rotterdam achter.

 

Zendelingen en Stillen

Wel vijf, zes van deze confrontaties heb ik de laatste maanden gehad. Ik heb de antecedenten van mijn voormalige vrienden onherkenbaar gemaakt. Ja, voormalige vrienden.

Coronabreuken zijn schokkend. Jaren heb ik hen gekend in het vertrouwen dat wij een gemeenschappelijke reis maakten en plotseling blijken zij via een andere coupé uit de trein gesprongen te zijn, en hoor ik ze naar me schreeuwen vanuit een vijandig land. Wania heet dat land, volgens mijn psychische wereldkaart. Daar wonen mensen die door hun verrekijkers ons zien als ezels met lange, dove oren en blinde ogen. Ezels die in halfslaap de mainstream media nabalken. Zielige ezels die die nog aan rede en feiten hechten en acuut gewekt moeten worden.

Er is een verschil tussen de missionarissen van het complotgeloof die ons vanuit dat land toeschreeuwen, zoals degenen met wie ik gebroken heb, en anderen. De eersten zijn de Zendelingen en de anderen zijn hun stille meevoelers. Met de Stillen heb ik een ander soort gesprekken.

Het begint ermee dat iemand mij een filmpje stuurt van een man in een witte jas die beweert dat corona onschadelijk is, zwaar overdreven.

– Geloof je die praatjes? Ik ken mensen die er vreselijk ziek van zijn geweest of aan dood gegaan zijn, por ik.

– O, maar die man zegt dat ook niet zomaar. Misschien zie ik het anders.

De Stillen staan onder de invloed van de Zendelingen, maar durven nog niet uit de trein te springen om de grens naar Wania over te rennen. Met de Stillen blijf ik praten, maar de Zendelingen antwoord ik niet meer zolang zij dezelfde boodschap blijven toeteren.

De Zendelingen van de complotkerk doen mij denken aan vrienden uit de jaren zestig en zeventig die plotseling LSD en andere drugs gebruikten en mij vanuit geesteshoogte toeriepen dat ik hun bewustzijnsverruiming niet kon begrijpen zolang ik niet zelf slikte, spoot of rookte. Diezelfde meewarige blik werd mij toegeworpen. Niet vanuit het land Wania, maar wel vanuit het psychedelische land Traumia.

‘Zonder een helder verstand kan je de maatschappij niet veranderen’, was toen mijn machteloze verweer. Dan hield althans met de Zendelingen van het drugsgebruik het gesprek op.

Maar na enige jaren kwamen zij ervan terug of stierven zij.

 

Roel van Duijn was in de jaren zestig oprichter van Provo, zat in de jaren zeventig als wethouder in de gemeenteraad van Amsterdam en is auteur van vele boeken, waarvan de laatste De nazi-Utopie van Julia op ten Noort onlangs in Duitse vertaling verscheen. Hij woont in Amsterdam en Fulda. Voor De Republikein schrijft hij een vaste column.