Goethe, Willem III en de faustiaanse schepping van het private geld
21 juni 2017
Van gekozen burgemeester naar gekozen staatshoofd
21 juni 2017
Toon alles

Republikeins Genootschap herrijst uit zijn as

Zaterdag 13 mei 2017  was een belangrijke datum in het jonge leven van het Nieuw Republikeins Genootschap (NRG). Op de agenda van de jaarvergadering stond het voorstel  de naam van het NRG te veranderen in Republikeins Genootschap van Nederland, en de statuten in die zin aan te passen. Daarmee ging het oude Republikeins Genootschap (RG) van wijlen Pierre Vinken c.s. op in het nieuwe verband. RG-lid Ulli d’Oliveira was een der wegbereiders van de fusie en licht hier de motieven toe.

Tekst Ulli d’Oliveira

Het Republikeins Genootschap (RG) bestond sinds 1996, toen Pierre Vinken dit met een aantal medestanders uit de meritocratische kringen van Nederland oprichtte. De eerste twintig jaar van het RG zijn uitvoerig beschreven in  Paul Frentrops biografie van Pierre Vinken, Tegen het idealisme (2007). Inmiddels is Pierre Vinken in november 2011 op 83-jarige leeftijd overleden. Zoals bekend  bestond het RG vooral uit een aantal namen. Er was geen vergadering, er werd geen contributie geheven, en oprichters konden niet van de lijst geschrapt worden, want ze konden hun bijdrage aan de oprichting niet ongedaan maken. Latere leden werd soms schrapping vergund, vaak gepaard gaand met een gedoseerde minachting, aangezien een verzoek van een genoot om van de ledenlijst te worden afgevoerd nogal eens samenhing met diens nadering tot het koninklijk huis.

Pim Fortuyn, op zich republikein, gaf te kennen dat het zijn ambitie om minister-president te worden zou fnuiken als hij officieel op de lijst zou staan. Sommigen waren ook onaangenaam verrast dat hun naam open en bloot op de website van het Rg bleek te prijken; zij waren liever crypto-lid. ’Het laatste taboe’, zoals Frentrop het aan het RG gewijde hoofdstuk in zijn biografie noemt, deed  nog steeds een aantal republikeinen de moed in de schoenen te zinken, enigszins vergelijkbaar met de gewetensbezwaarden die toch hun militaire dienst maar uitzaten om een hun voorgespiegelde loopbaanfnuiking te ontlopen. Ocherm.

Republikeinse grondwet

Het RG was geen organisatie. Het enige wat de genoten bond was hun republikeinse overtuiging en een zweem van aanvuring om daar als het zo uitkwam uiting aan te geven. Voor het overige bestond er een website met de lijst van namen, en, uitermate nuttig, een lijst van republikeins publicaties in de media, waar je voor een deel naar kon doorklikken. Ook een republikeinse grondwet ontbrak niet; er waren er zelfs meerdere.

Enig genootschapsleven was er wel. Onder aanvoering van Pierre Vinken kwamen  regelmatig in de serre van Bodega Keyzer een aantal genoten bijeen, puur uit gezelligheid. Onder hen Paul Frentrop, Hans van den Bergh, Loek van Vollenhoven, Max Pam, Theodor Holman, Joop Goudsblom, Gijs van de Westelaken, Hans Teeuwen, Henk Steenhuis, Ad Franssen, Mai Spijkers, en off and on ook anderen. Na Pierre’s dood  werd dit herendiner  op kleinere schaal voortgezet tot aan de huidige dag, zij het op andere locaties.

Uitdunning

Toch kwam de klad in het RG. De site werd niet echt meer professioneel bijgehouden, er werd niet meer actief leden geronseld, en een zekere uitdunning door overlijdens kon niet worden tegengehouden of gecompenseerd. Anderzijds kwamen er geluiden vanuit het NRG dat vormen van samenwerking werden gezocht. Nu was er altijd niet alleen een zekere spanning tussen de ‘élitaire’ vraagclub van het RG en het democratische NRG, waar ieder lid van kon worden als hij zijn contributie betaalde, maar bovendien leverde het bestaan van beide organisaties verwarring op bij aspiranten en sympathisanten, en dat kwam geen van beide genootschappen ten goede. Bovendien was en is het NRG  actiever in het verwezenlijken van de aspiraties naar een Republiek Nederland  dan het RG dat was. Vandaar dat er gesprekken ontstonden tussen bestuursleden van het NRG en leden van het RG. Dit was van die laatsten een greep naar de macht, want zij konden namens niemand spreken. Paul Frentrop en ondergetekende  wierpen zich op om de gesprekken te voeren en kwamen een paar keer bijeen met bestuursleden van het NRG, met name voorzitter Hans Maessen. Usurperend en al waren wij bereid om de naam RG over te dragen aan het NRG, de ledenlijst beschikbaar te stellen voor het in te richten tableau, waarop leden en sympathisanten blijk kunnen geven van hun steun aan het republicanisme. Een en ander zou zijn beslag krijgen op de vermelde ledenvergadering van het NRG.

Dat was nog niet zo eenvoudig, want er waren tegenvoorstellen ingediend voor een nieuwe naam van het NRG. Omdat ik ook al lang lid was van het NRG kon ik ook in die hoedanigheid de medeleden toespreken en het voorstel van het bestuur steunen. Weliswaar klinkt ‘genootschap’ wat oubollig en ook weer enigszins sektarisch en restrictief, niettemin zou het grote voordeel zijn dat de verwarring tussen beide genootschappen uit de wereld zou worden geholpen.

Ik vond het nuttig om ook te herinneren aan het bij de troonsopvolging gehuldigde principe: Le roi est mort, vive le roi! Het RG is dood, leve het nieuwe RG. Gelukkig werd de tweederde meerderheid, nodig voor de statutenwijziging gehaald, ruimschoots zelfs. Zo is dus na dertig jaar het RG ten grave gedragen en het nieuwe RG uit de as ervan herrezen.

En wat het op te richten Tableau betreft: daar mag iedereen op staan die langs democratische weg streeft naar de afschaffing van de monarchie in Nederland. Mocht men van opvatting veranderen of  anderszins  geschrapt wil zijn van het tableau, dan kan dat op eenvoudige manier en te allen tijde door een briefje aan het bestuur te sturen. Zo wordt  vast de ledenlijst van het oude RG  – gezuiverd van de overledenen-  op het tableau opgevoerd, met de mogelijkheid van opting out.

Gebroken kroontje

Vermelding verdient nog, dat de site van het  nieuwe RG  spectaculair vernieuwd wordt en dat er  alvast een mooi logo  voor het RG is ontwikkeld. Vanuit de zaal werd geopperd om  voor alle duidelijkheid aan de gestileerde letters RG een gebroken kroontje toe te voegen. Ik heb de vergadering ervan weten te overtuigen dat dit geen goed idee was. Ik wees erop dat de Oranjes de republikeinen beschouwen als een nuttige waakhond die de monarchie scherp houdt. Als wij daarom te zijner tijd het predicaat ‘koninklijk’ verwerven wegens onze verdiensten voor de monarchie zit zo’n gebroken kroontje danig in de weg.