Artikelen

Complotprofessor Karel weet raad (9): Covid-19, UFO’s en de Zuidpool

Professor Karel beantwoordt  wekelijks brandende vragen vanuit zijn achterban over de tentakels van de Deep State. In deze aflevering: vanaf welke UFO-basis werd het Covid-19-virus nu precies verspreid? 

 

Tekst en illustraties: Sjoerd de Jong

 

Geachte professor Karel,

Hoe gaat het met U? Dank u wel voor uw fantastische bijdragen. Ik geniet er elke keer van en steek er ook heel veel van op. Ongelooflijk dat we zo voor de gek gehouden worden en het vaak zelf niet eens door hebben in ons brein! Gelukkig brengt u daar verandering in.

Maar wat ik wilde vragen. Is u bekend vanaf welke UFO-basis het signaal is gegeven om te beginnen met de verspreiding van Covid-19? Ik hoor daar verschillende dingen over en weet niet goed wie ik moet geloven. Ik lees dat het kwam het van Antarctica, waar zoals u weet admiraal Robert C. Byrd in 1947 verdween. Maar anderen hebben het op internet juist over de Zuidpool, waar ook een basis is. Of staan die twee in verbinding?

Kunt u me helpen? Ik lig er wakker van. Het is zoveel om te bevatten!

Agnes Sietsevlieger,

Barendrecht

 

Okay. Dit is een ingewikkelde kwestie. Ik ben natuurlijk geen geoloog, hoewel ik de geschiedenis en de belangrijkste theorieën van dat vakgebied wel een keer heb doorgenomen, gedurende een vrij lang weekend. Dus het lijkt me goed dat we eerst even vaststellen dat er nog heel veel onduidelijk is over wat er zich nu eigenlijk afspeelt tussen die zogenaamde ‘polen’. Kijk, op school leren we allemaal al jaren, of zelfs eeuwen, dat de Aarde een soort bol is, die dan om een as zou draaien, die ook nog eens een beetje scheef staan. Daar zouden we dan de seizoenen aan te danken hebben, heet het.

Ik heb dat altijd een ongeloofwaardig verhaal gevonden. Het komt er gewoon op neer dat de autoriteiten weer eens doen of we hier te maken hebben met een natuurverschijnsel. Dus met iets waar wij geen greep op hebben maar dat we maar over ons heen moeten laten komen, als gehoorzame burgers of zeg maar liever gewoon onderdanen. Dat is allemaal TINA-ideologie, nietwaar, de machtige stroming die zegt there is no alternative, zoals Thatcher beweerde over het kapitalisme. Op die manier probeert de elite ons voor te spiegelen dat er niks anders opzit dan ons maar te schikken, natuurlijk.

Zo is het ook met die polen, nietwaar. Ze staan in elke editie van de Bos Atlas, ook de meest recente die ik in huis heb, en dat is natuurlijk geen toeval. Men wil ons met zulke gecoördineerde acties doen geloven dat er maar één, officiële manier is om de wereld in te delen, namelijk van Noord naar Zuid, van de ene pool naar de andere. Het doel daarvan is waarschijnlijk vooral – we weten het niet helemaal zeker, er zijn meer mogelijkheden – de complete mondiale informatiestroom te beheersen. Het idee is dan, dat die van de ene pool naar de andere wordt geleid, vanuit de machtscentra die zich zelf buiten beide polen bevinden, namelijk in Washington, Brussel en New York.

Dat blijkt een lange geschiedenis te hebben, voor wie zich er een beetje in verdiept. Waarom denkt u dat er ook in de elektrotechniek al eeuwen geleden sprake was van ‘polen’. Toeval? Natuurlijk niet, met zulk taalgebruik verraadt men zich. Net als met het modieuze geopolitieke idee van een ‘multipolaire’ wereld dat de elites proberen te introduceren, een desinformatiecampagne om ons te doen geloven dat er niet slechts twee polen zijn, wat dus al een verzinsel is, maar zelfs vele – zodat niemand meer verantwoordelijk is en men dus vanuit Washington geheel straffeloos zijn gang kan gaan. Vergeet ook niet, de term ‘bipolair’ duidt op een psychiatrische toestand!

Er zijn natuurlijk wel een paar mensen die dit zoals ik aanvoelen. Ik weet niet of u The Thing (1982) kent, maar daarin wordt het tamelijk goed uitgelegd. In die documentaire blijkt de ‘pool’ een dekmantel voor clandestiene psy-ops en false flag-operaties vanuit het Westen. Niet voor niets werd die film door vooraanstaande critici afgekraakt; de waarheid moest natuurlijk verborgen blijven voor het publiek. Ik denk trouwens ook, soms, aan het boek van mijn oude collega H.J.A. Hofland, Op zoek naar de pool. Die titel – over de inhoud laat ik mij liever niet uit – was een zuiver voorbeeld van het tegels lichten dat nu geheel uit de journalistiek is verdwenen.

Maar weest u gerust, ik blijf natuurlijk poolshoogte nemen, zoals het heet. Ik kan niet anders, er staat te veel op het spel!

 

Duurste tv-serie van Europa Babylon Berlin doet republiek van Weimar herleven

De republiek van Weimar is in de Duitse tv-dramaserie Babylon Berlin de vertrouwde poel van zonde en politieke intriges, maar is tegelijkertijd aantrekkelijker dan ooit. Deze maand ging bij de Duitse ARD de derde reeks van de deze duurste Europese tv-serie aller tijden van start.  Raymond van den Boogaard vergelijkt de serie met Rainer Werner Fassbinders legendarische Berlin Alexanderplatz en ontwaart stijgende waardering voor de verloren droom van Weimar.

Tekst: Raymond van den Boogaard

De duurste televisieserie ooit in Europa gemaakt, Babylon Berlin, confronteert de kijker met een pervers genoegen. De serie speelt in 1931, ten tijde van de Weimar-Republiek, de eerste democratische Duitse staat, die van alle kanten, links en rechts, bedreigd wordt. De twee hoofdpersonen in de serie zijn beiden zwaar belast door de recente geschiedenis en de zware sociaal-economische omstandigheden.

Gereon Rath, uit Keulen afkomstig maar in Berlijn op zoek naar een sm-filmpje waarmee zijn vader, een politicus, afgeperst dreigt te worden, lijdt aan zijn oorlogsherinneringen. Heeft hij nu wel of niet zijn broer in de steek gelaten, toen deze kermend in de loopgraaf om hulp smeekte? Die onbeantwoorde vraag klemt te meer omdat de vrouw van zijn inmiddels als vermist gemelde broer de liefde van zijn leven is, en hij de hare. Slechts door een morfineverslaving slaagt Rath erin de psychische spanning die dit alles bij hem teweeg brengt, nog enigszins in de hand te houden.

Even gecompliceerd is het leven van de tweede hoofdfiguur, Charlotte Ritter. Zij woont met haar moreel diep gezonken arbeidersfamilie, waar drank en incest de regel zijn, in een gore huurkazerne. Charlotte moet voor het zootje de kost verdienen, en doet dat met grote vindingrijkheid. Als dagloner verricht zij secretariële werkzaamheden op het hoofdbureau van de Berlijnse politie – vandaar dat zij Rath ontmoet en er op den duur zelfs in slaagt zijn assistent te worden. Maar dat brengt niet genoeg geld in het laatje. ‘s Nachts werkt ze als taxi-dancer in een chique nachtclub, Efti Moka, waar ze op afroep in de kelders ook seksuele diensten verleent.

Alles aan het Berlijn van 1931 is op het eerste gezicht even afschuwelijk. De politie is volkomen corrupt, de nachtclub is in handen van een tegenstanders martelend misdaadsyndicaat. Berlijn is ook het slagveld van allerlei groepen Russen – aristocraten, leninisten, anarchisten, trotskisten – die elkaar onderling verraden en naar het leven staan. Communisten die op 1 mei door de straten willen marcheren, worden door de politie met machinegeweer neergemaaid, waarna de moorden van hogerhand aan de communisten zelf worden toegeschreven. Ex-militairen die de nederlaag van 1918 niet kunnen verkroppen, formeren als voorbereiding op een autoritaire machtsgreep, in het geheim een leger met volgens het verdrag van Versailles verboden wapens – daarin terzijde gestaan door wat grootindustriëlen. De Sovjet-ambassade in Berlijn stelt bereidwillig zelfs een hele trein met gifgas ter beschikking.

Onverantwoord en onheilspellend

Het is allemaal héél erg, zedelijk en politiek volstrekt onverantwoord en onheilspellend. De perversie ligt erin dat je als kijker onmiddellijk naar dit Berlijn zou willen afreizen, als het nog bestond. De Duitse hoofdstad is ook tegenwoordig nog wel een bezoek waard natuurlijk – er gebeurt veel op cultureel gebied en hoewel ook in Berlijn de ontwikkeling is ingezet waarbij nog slechts de rijken zich een woning kunnen veroorloven, heerst er nog steeds een merkwaardig informele sfeer. Maar Berlijn nu is natuurlijk ook een heel verantwoorde stad, net zo verantwoord en ernstig en bedachtzaam als de rest van Duitsland. Saai, met andere woorden. Nee, dan de Weimar Republiek. Dat was leven!

Onwillekeurig denkt de oudere kijker terug aan die eerdere Duitse televisieserie over Berlijn in de Weimar-Republiek, Berlin Alexanderplatz, uit 1980, van Rainer Werner Fassbinder. Overeenkomst is dat beide series op een roman zijn gebaseerd – Berlin Alexanderplatz op de gelijknamige roman van Alfred Döblin uit 1929, Babylon Berlin op de misdaadromans van de hedendaagse auteur Volker Kutscher. In beide gevallen is de stad Berlijn een morele afgrond waarin liefde en seks zakelijke instrumenten van overleving zijn geworden, de mens de mens een wolf is en het nazisme zijn schaduw vooruitwerpt. Alleen het tempo waarin de verdorvenheid over de kijker wordt uitgestort, verschilt: het Berlijnse leven lijkt in 2019 vijf keer zo snel te gaan als in 1980 – wellicht tekenend voor de wijze waarop ons eigen leven tussen 1980 en 2019 sneller en zenuwachtiger is geworden.

Een ander opmerkelijk verschil is de manier waarop de kijker zich verhoudt tot de protagonisten. Bij Fassbinder is de hoofdpersoon, Franz Biberkopf, misschien niet onsympathiek, maar per slot van rekening toch een schlemiel die teloorgaat. Rath en Ritter daarentegen blijven aantrekkelijke personages, hoe onethisch hun optreden ook vaak is. Zij worstelen zich door het leven van de grote stad, en dat is genoeg om ze tot positieve helden te maken. Zij reflecteren maar zelden over de merites van hun leven of de maatschappij of staat waarin zij leven. Daarvoor hebben ze het er te druk mee om van de omstandigheden het beste te maken. Heden is dat kennelijk voldoende om geloofwaardig te zijn en bij de kijker sympathie op te wekken.

Dramatische verschuiving

Deze dramatische verschuiving van het beeld markeert, denk ik, de verandering in de manier waarop in Duitsland in het algemeen wordt aangekeken tegen de Weimar-Republiek. Het was de eerste democratische staat uit de Duitse geschiedenis – nadat een poging in 1848 van studenten in Frankfurt op niets was uitgelopen. ‘Weimar’ was in 1919 een moeilijke geboorte: in Berlijn, München en elders waren er revolutionaire pogingen, geïnspireerd door de Russische revolutie, om in plaats van een ‘burgerlijke’ democratie een arbeidersstaat te stichten. Bij de onderdrukking daarvan verbonden de sociaaldemocraten zich met rechts-nationalistische groeperingen die zelf allerminst democratische plannen hadden.

Het was niet de enige handicap voor de jonge staat: de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog stelden zware economische eisen omdat zij tot elke prijs wilden vermijden dat Duitsland zich ooit nog tot een Europese grootmacht zou kunnen ontwikkelen; de kapitalistische crisis van 1929 maakte een eind aan de spectaculaire economische groei die het land ondanks alles medio jaren twintig had doorgemaakt. Als klap op de vuurpijl kwam in 1933 Hitler aan de macht dankzij de instituties van die zelfde republiek: president Von Hindenburg benoemde Hitler tot rijkskanselier – in welke functie de Führer de staat, en niet te vergeten ook de hoofdstad Berlijn, kaapte voor zijn plannen.

Dus toen in 1949 de Bondsrepubliek Duitsland werd gesticht was er de grondleggers van de tweede democratische staat uit de Duitse geschiedenis veel aan gelegen de afstand tot ‘Weimar’ zo groot mogelijk te houden. ‘Weimar’ gold voortaan als een afschuwwekkende mislukking, die bij de stichting min of meer voorgeprogrammeerd was geweest. De president van de Bondsrepubliek wordt bijvoorbeeld niet, zoals die van ‘Weimar’, direct gekozen maar door de Bondsdag benoemd – 1933 zou zich nooit meer kunnen herhalen. Maar de voornaamste verandering in 1949 was misschien nog wel dat in de Bondsrepubliek gematigdheid in alle opzichten de norm werd, waaraan streng moest worden vastgehouden.

Elke suggestie van Duitse grootmacht moest worden vermeden, extreem-rechtse en extreem-linkse partijen werden bestreden en meestal verboden. Militarisme, anders dan loyale deelname aan de Navo ter verdediging tegen de Rus, was uit den boze. De nieuwe Duitse bescheidenheid vond zijn uitdrukking in de plaats waar de Bondsdag en de ministeries werden gevestigd: Bonn, zo’n beetje het slaperigste, kleinburgerlijkste stadje dat je je kunt voorstellen. Toen Bondskanselier Kohl in 1990 voorstelde om parlement en ministeries te verhuizen naar Berlijn – dat door de opheffing van de DDR en de geallieerde bezetting weer als potentiële hoofdstad in aanmerking kwam – leidde dat tot felle debatten in Duitsland zelf. Berlijn, dat was de stedelijke moloch die het symbool was van de mislukking van ‘Weimar’ en – daarvoor en daarna – van een Duitse machtspolitiek die stond voor oorlog en verwoesting.

Sindsdien is er veel veranderd. Duitsland heeft zich, ingebed in de Europese Unie, opnieuw tot grootmacht ontwikkeld – voorlopig alleen economisch. De consequente politieke gematigdheid van de gevestigde partijen CDU, SPD en FDP heeft plaatsgemaakt voor een veel gevarieerder politiek palet, waarin met name de extreem-rechtse AfD opvalt. De georganiseerde – in sommige opzichten valse – bescheidenheid van de Bondsrepubliek staat op de tocht – nu steeds vaker van Duitsland, als sterkste land in de EU, het voortouw neemt in Europa. Politiek wordt in deze context steeds minder een oefening in braafheid, en meer een interne strijd voor waarden die niet langer vanzelfsprekend zijn. Politiek, kortom, is de kunst van het mogelijke.

Binnen deze nieuwe context wordt de Weimar-Republiek niet langer als een te mijden vreselijk voorbeeld gezien, maar meer als een democratisch Duits experiment dat misschien ook anders en beter had kunnen aflopen. In februari is in Weimar – Duitse democratieën worden altijd vér weg van Berlijn gesticht – het eeuwfeest van de stichting van ‘Weimar’ feestelijk herdacht in het stadstheater waar zich in 1919 de Rijksdag had verzameld. Nog maar tien jaar geleden had een soortgelijke herdenking tot felle controverses geleid, maar nu heerste onder aanvoering van bondskanselier Merkel roerende eensgezindheid: het was toch de eerste democratische staat, die was geconfronteerd met allerlei bedreigingen – waaraan die van nu trouwens vaag doen denken. Achteraf misschien toch een staat om zuinig op te zijn.

De serie Babylon Berlin is uitdrukking van deze zelfde herwaardering. Hij maakt ‘Weimar’ zelfs een beetje ‘schick’ want het is een fantastische serie die u vooral moet zien. Al die blote dans, vrije verhandelbaarheid van narcotica en andere manifestaties van zonde die in Babylon Berlin zo’n grote rol spelen zoekt men in het ernstige Duitsland van nu echter tevergeefs. Toch een beetje jammer.

Babylon Berlin is in Nederland te zien op de betaaldienst Videoland. 

Interview: George Soros over de samenzwering tegen hemzelf, de Gierige Vijf en het dreigende einde van de Europese Unie

George Soros investeerde wereldwijd 32 miljard dollar in de verwezenlijking van de Open samenleving en haalde zich daarmee de haat op de hals van zowel autocratische nationalisten als linkse complotdenkers. Wat beweegt hem en hoe ziet hij zijn vijanden? Een interview.


Tekst: Mario Calvo-Platero, La Repubblica

George Soros is een van de meest iconische financiers van de eeuw. Hij is de man die in 1992 de Bank of England ‘failliet’ liet gaan, de filantroop die 32 miljard dollar heeft weggegeven om open samenlevingen te stimuleren, de politieke bokser die heeft gespard met mensen als Donald Trump en Viktor Orbán. En toch, zittend in zijn privé-bloementuin thuis op Long Island in New York en aan de vooravond van zijn 90e verjaardag, zit Soros met één knagende onzekerheid. ‘De mensen kennen mij niet’, vertrouwt hij toe.

Zijn twijfel is op een bepaalde manier begrijpelijk. Weinig mensen zijn meer onderwerp geweest van complottheorieën, velen van hen zijn absurd. De ouders van Soros hebben de Gestapo in zijn geboorteland Hongarije overleefd en toch wordt hij voor nazi uitgemaakt; hij wordt er valselijk van beschuldigd de architect van de financiële crisis van 2007/9 te zijn; een Jood te zijn van ‘ flexibele moraal’ en hij is zelfs de Antichrist genoemd. Er wordt beweerd dat hij een project uitwerkt – en deze schrijver heeft dit in Amerika gehoord – om het christendom in Europa uit te roeien door massale moslimimmigratie uit Afrika te organiseren.


Symbool van verwarring

Allemaal fantasieën, en de lijst gaat maar door. Soros is op mysterieuze wijze een symbool is geworden van de totale verwarring, onwetendheid en angst die de digitale wereld vandaag de dag overheersen, met aanvallen die zowel van links als van rechts komen. Zelfs de Vijf Sterren Beweging in Italië, een echte linkse pro-gouvernementele beweging opgezet door een komiek, heeft hem als vijand bestempeld.

Niets van dit alles lijkt Soros te verontrusten. We drinken thee op een schaduwrijke binnenplaats, met een koel windje uit de Atlantische Oceaan, met een plastic afscheiding tussen ons in, om de COVID-19 afstandsregels na te leven. Hij heeft een rationele verklaring voor de ongewone wreedheid van sommige van de aanvallen op hem. ‘Er zijn verschillende onderdelen van deze complotten’, zegt hij rustig. ‘Een daarvan is dat ik een fundament heb gebouwd dat eigenlijk het grootste deel van de wereld beslaat. Dat past bij het idee van wat destijds een Joods-bolsjewistische wereldwijde samenzwering werd genoemd. Nu wordt het gewoon een Joods complot genoemd’.

Hij wil duidelijk maken dat hij geen politicus is, maar een man met overtuigingen, die zich bezighoudt met vele zaken over de hele wereld en dat zijn tegenstanders het handig vinden om internationaal dezelfde vijand te delen. Dit verklaart een eenvoudige waarheid, zegt hij: ‘Er is een echte internationale samenzwering tegen mij. Dus als ik dezelfde kwesties voor een Open Samenleving over de hele wereld aan de orde stel, zoals discriminatie, raciale uitsluiting, totalitaire regimes, dan is dat geen complot, maar zet ik de missie van mijn leven openlijk op de voorgrond. En mijn vijanden leren van elkaar. En ze vallen samen aan met soortgelijke technieken’.

Daarom voelt Soros, temidden van zoveel nepnieuws over hem, de drang om te vertellen wie hij is. En zijn verhaal begint: ‘Ik ben geboren in 1930 in een joodse middenklasse gezin in Boedapest. Zoals zoveel andere joden had ik in maart 1944, toen nazi-Duitsland Hongarije bezette, kunnen omkomen, als mijn vader niet beter dan de meeste mensen had begrepen wat er zou gebeuren’ .

Zijn vader Tivadar en moeder Elizabeth hadden diepe wortels in Hongarije, maar in 1936, toen het antisemitisme en nationalisme in het hele land oprukten, besloten ze de oorspronkelijke Duitse joodse familienaam Schwarz te veranderen in Soros, om als joods minder zichtbaar te worden. Zijn vader beheerde gebouwen en toen de nazi’s arriveerden, regelde hij valse identiteitspapieren en onderduikplekken, niet alleen voor zijn familie maar ook voor een vrij groot aantal andere mensen. Als ze dat konden, zouden sommigen daarvoor betalen; degenen die minder middelen hadden, werden gratis geholpen.

‘Het was mijn vaders mooiste moment’, zegt Soros met een vleugje emotie in zijn stem en ogen. Meer dan een uur lang kijkt hij terug op zijn jeugdjaren in Hongarije. En hij gaat verder terug in de tijd: naar de avonturen van zijn vader Tivadar, weggelopen uit een gevangenkamp in Siberië, in 1918, te midden van de Bolsjewistische Revolutie.

Toen hij in het concentratiekamp in Siberië was, leerde Tivadar Esperanto, dat bleek een belangrijk reddingsinstrument in het kampleven. Later schreef Tivadar een boek, Crusoes in Siberia, over zijn Russische ervaringen en zijn avontuurlijke ontsnapping uit het kamp.

In een ander boek, Masquerade, schrijft zijn vader hoe hij in het door de nazi’s bezette Duitsland rond de dood danste en hoe hij wéér wist te ontsnappen, dit keer om zijn familie en gemeenschap te redden. Het is duidelijk dat die verhalen over de gevaren van het communisme en het totalitarisme en de discriminatie indruk maakten op de jonge George, die een belangrijke les leerde die zijn hele leven lang een mantra zou blijven: anticiperen op het verloop van de gebeurtenissen is een kwestie van overleven. Een goede les.


Karl Popper

In 1947 was George aan de beurt om de proef te doorstaan en te ontsnappen uit het door de USSR bezette Hongarije. Hij slaagde erin om eerst een Esperanto-conferentie in Zwitserland te mogen bijwonen. Van daaruit ging hij op zijn 17e naar Engeland, waar hij aan de London School of Economics ging studeren. Het was daar dat hij professor Karl Popper ontmoette, een in Wenen geboren filosoof, die een boek schreef met de titel Open Society and Its Enemies. ‘Ik koos hem als mijn mentor, mijn leraar. Ik kwam onder zijn invloed, zijn denken. Ik werd een grote gelovige in een open samenleving. Ik ontwikkelde een conceptueel kader gebaseerd op de twee pijlers van feilbaarheid en reflexiviteit dat de leidende filosofie van mijn leven blijft. In feite is het een instrument om te anticiperen op gebeurtenissen en het heeft me ook geholpen bij het succes op de financiële markten. En ik heb veel geld verdiend.’

Hij heeft inderdaad veel geld verdiend. Na 32 miljard dollar aan filantropie te hebben weggegeven, heeft Soros nog steeds een persoonlijk fortuin van ongeveer 8 miljard dollar. Zijn financiële carrière begint in 1954 bij de zakenbank Singer en Friedlander in Londen, in 1956 gaat hij in New York werken voor F.M. Mayer. In 1969 richt hij een heel klein fonds op, Double Eagle genaamd, met een investering van 4 miljoen dollar. Een van de eerste hedgefondsen in die tijd. En de rest is geschiedenis.

Double Eagle wordt in 1973 het Soros Fonds en later het Quantum Fonds. In 1992 levert het zijn grootste prestatie, een investering van 10 miljard dollar om het Britse pond te shorten. In die tijd moest Duitsland zijn hereniging financieren en leende het enorme hoeveelheden op de markt, waardoor het toenmalige Europese Monetaire Stelsel onder enorme druk kwam te staan. Uiteindelijk stortte de Britse pond in en verdiende Soros 1 miljard dollar.


Bitterzoete overwinning

De overwinning was bitterzoet, want in die deal was een duidelijke tegenstrijdigheid: de man die al een stichting had opgericht om Europa te steunen, was ook bereid om voor eigen gewin een klap uit te delen aan de Unie die hij koesterde. Een aantijging die hij volledig afwijst. Hij zegt: ‘In 1992 zag ik een kans waarbij het risico beperkt was, maar de beloning veel groter in geval van succes. Het was een asymmetrische gok in mijn voordeel. Ik was bereid om mijn hele kapitaal te riskeren door hier op te wedden. En ik was ook niet de enige die het deed. Ik was een belangrijke factor, maar als de inefficiëntie in de markt was, dan speculeerden andere mensen ook. Misschien deed ik het op grotere schaal dan anderen deden in verhouding tot mijn vermogen’.

Om zijn punt over het nemen van risico uit te leggen gaat Soros terug naar 1979, toen hij ook al een belangrijke gok nam. Hij stond onder grote druk. Zoals hij zich herinnert, liep hij in Leadenhall Street in Londen op zoek naar financiering voor zijn deal. ‘De druk was zo groot dat ik dacht dat ik een hartaanval zou krijgen. Het was vals alarm. Maar het zette me aan het denken dat als ik was gestorven, ik een verliezer zou zijn geweest, omdat ik mijn leven zou hebben verloren toen ik geld probeerde te verdienen’. Uiteindelijk zou die gok mislukken.

Het was rond die tijd dat Soros besloot om zijn stichting te starten. Geld verdienen was niet genoeg; hij begreep de noodzaak van een missie voor het algemeen belang en hij richtte zich op Europa, dat nog steeds in de voorhoede van zijn zorgen ligt. Zijn missie was het naar voren brengen en verder ontwikkelen van het idee van zijn oude mentor voor een Open Samenleving, het versterken van de pijlers van democratie, burgerrechten, onderwijs. Dat hij succesvol was, weten we uit de aanvallen die hij op het internet krijgt van de krachten van het nationalisme. Nu hij 90 jaar oud is, is het triest om te zien dat 76 jaar nadat hij in zijn geboorteland Boedapest aan deportatie was ontsnapt, diezelfde krachten van nationalisme, vooroordelen en racisme weer terug zijn. Daarom is zijn missie nog steeds springlevend: het is waar dat de geschiedenis zich herhaalt, maar er kan iets aan gedaan worden.

Het nieuwe coronavirus heeft het leven van ieder mens op aarde verstoord. Hoe ziet u de situatie?

‘We bevinden ons in een crisis, de ergste crisis in mijn leven sinds de Tweede Wereldoorlog. Ik zou het omschrijven als een revolutionair moment waarop het scala aan mogelijkheden veel groter is dan in normale tijden. Wat in normale tijden ondenkbaar is, wordt niet alleen mogelijk, maar gebeurt ook daadwerkelijk. Mensen zijn gedesoriënteerd en bang. Ze doen dingen die slecht voor hen zijn en slecht voor de wereld.’


Hoe ziet u de situatie in Europa en de Verenigde Staten?

‘Ik denk dat Europa zeer kwetsbaar is, veel meer dan de Verenigde Staten. De Verenigde Staten zijn een van de langst bestaande democratieën in de geschiedenis. Maar zelfs in de Verenigde Staten kan een zelfverzekerde bedrieger als Trump tot president worden gekozen en de democratie van binnenuit ondermijnen.

‘Maar in de VS bestaat er een grote traditie van checks and balances en vaste regels. En bovenal is er de Grondwet. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat Trump een voorbijgaand fenomeen zal blijken te zijn, hopelijk eindigend in november. Maar hij blijft zeer gevaarlijk omdat hij vecht voor zijn leven. Hij zal praktisch alles doen om aan de macht te blijven omdat hij de Grondwet op veel verschillende manieren heeft geschonden en als hij het presidentschap verliest, zal hij ter verantwoording worden geroepen.

‘Maar de Europese Unie is veel kwetsbaarder omdat zij een onvolledige Unie is. En ze heeft veel vijanden, zowel intern als extern.’

Wie zijn de vijanden binnenin de Europese Unie?

‘Er zijn veel leiders en bewegingen die zich verzetten tegen de waarden waarop de Europese Unie is gegrondvest. In twee landen hebben ze de regering zelfs overgenomen, Viktor Orbán in Hongarije en Jaroslaw Kaczyński in Polen. Toevallig zijn Polen en Hongarije de grootste ontvangers van het door de EU verdeelde structuurfonds. Maar eigenlijk is mijn grootste zorg Italië. Een zeer populaire anti-Europese leider, Matteo Salvini, won terrein totdat hij zijn succes overschatte en de regering liet vallen. Dat was een fatale fout. Zijn populariteit neemt nu af. Maar hij is vervangen door Giorgia Meloni van Fratelli d’Italia, die nog meer een extremist is. De huidige regeringscoalitie is uiterst zwak.

Ze worden alleen bij elkaar gehouden om een verkiezing te voorkomen waarbij de anti-Europese krachten zouden winnen. En dit is een land dat vroeger de meest enthousiaste aanhanger van Europa was. Want de mensen vertrouwden de EU meer dan hun eigen overheid. Maar nu blijkt uit onderzoek van de publieke opinie dat het aantal aanhangers van Europa afneemt en dat de steun om lid te blijven van de Eurozone afneemt. Maar Italië is een van de grootste leden, ze is te belangrijk voor Europa. Ik kan me geen EU zonder Italië voorstellen. De grote vraag is of de EU in staat zal zijn om Italië voldoende steun te bieden.’

De Europese Unie heeft zojuist een herstelfonds van 750 miljard euro goedgekeurd…

‘Dat is waar. De EU heeft een zeer belangrijke positieve stap voorwaarts gezet door zich ertoe te verbinden op veel grotere schaal dan ooit tevoren geld te lenen van de markt. Maar toen slaagden verschillende landen, de zogenaamde Gierige Vijf – Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken en Finland – erin om het daadwerkelijke akkoord minder effectief te maken. Het tragische is dat ze in principe pro-Europees zijn, maar ze zijn erg egoïstisch. En ze zijn erg zuinig. Dat heeft geleid tot een overeenkomst die ontoereikend zal blijken te zijn. Met name de omvang van de plannen voor het klimaatveranderings- en defensiebeleid is teleurstellend. Ten tweede willen ze er ook voor zorgen dat het geld goed wordt besteed. Dat schept problemen voor de zuidelijke staten die het hardst door het virus zijn getroffen.’

Gelooft u nog steeds in een Europese eeuwigdurende obligatie?

‘Ik denk nog steeds dat het een goed idee zou zijn: bij een eeuwigdurende obligatie hoeft de hoofdsom nooit te worden terugbetaald; alleen de jaarlijkse rentebetalingen zijn verschuldigd. Uitgaande van een rentepercentage van 1 procent zou een obligatielening van 1 biljoen euro per jaar 10 miljard euro kosten. Dit levert een verbazingwekkend lage kosten-batenverhouding op van 1:100. Bovendien zou de 1 biljoen euro onmiddellijk beschikbaar zijn op een moment dat het dringend nodig is. Dat zou vooral de zuidelijke landen ten goede kunnen komen.
De kopers van de obligatie moeten er zeker van kunnen zijn dat de EU over voldoende middelen (d.w.z. fiscale bevoegdheden) beschikt om de rente te betalen. Het zou slechts een formele aangelegenheid kunnen zijn, maar de Gierige Vijf staan in de weg. Ik neem dus afstand van het standpunt dat de uitgifte van eeuwigdurende obligaties in de nabije toekomst onmogelijk is.

‘Ik heb het idee niet opgegeven, maar ik denk dat er niet genoeg tijd is om te zorgen dat het geaccepteerd wordt. Laat me eerst uitleggen wat eeuwigdurende obligaties zo aantrekkelijk maakt en dan toelichten waarom het op dit moment een onpraktisch idee is. Zoals de naam al aangeeft, hoeft de hoofdsom van een eeuwigdurende obligatie nooit te worden terugbetaald; alleen de jaarlijkse rentebetalingen zijn verschuldigd. Uitgaande van een rentevoet van 1 procent – wat vrij royaal is in een tijd waarin Duitsland obligaties met een looptijd van dertig jaar tegen een negatieve rentevoet kan verkopen – zouden de betalingen voor een obligatie van 1 biljoen euro per jaar 10 miljard euro kosten. Dit geeft je een verbazingwekkend lage kosten-batenverhouding van 1:100. Bovendien zou deze 1 biljoen euro onmiddellijk beschikbaar zijn op een moment dat het dringend nodig is, terwijl de rente in de loop van de tijd betaald moet worden en hoe verder in de tijd, hoe lager de verdisconteerde contante waarde.

Wat staat de afgifte ervan in de weg? De kopers van de obligatie moeten er zeker van kunnen zijn dat de Europese Unie in staat zal zijn de rente te betalen. Dat vereist dat de EU over voldoende middelen beschikt (d.w.z. fiscale bevoegdheid) en de lidstaten staan dergelijke belastingen absoluut niet toe op dit moment. De Gierige Vier – Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden (het zijn er nu vijf omdat Finland zich bij hen heeft aangesloten) – staan in de weg. De belastingen zouden niet eens hoeven te worden opgelegd, het zou voldoende zijn om ze te autoriseren. Eenvoudig gezegd is dit wat het uitgeven van eeuwigdurende obligaties onmogelijk maakt.’


Kan bondskanselier Merkel, die vastbesloten is om het Duitse voorzitterschap tot een succes te maken, daar niet iets aan doen?

‘Ze doet haar best, maar ze heeft te maken met een diepgewortelde weerstand tegen het niet betalen van schulden. Het Duitse woord Schuld heeft een dubbele betekenis. Het kan duiden op een geldelijke schuld en op schuldgevoel. Degenen die een schuld hebben zijn schuldig. Dit erkent niet dat de schuldeisers ook schuldig kunnen zijn. Het is een culturele kwestie die heel, heel diep in Duitsland geworteld is. Het heeft een conflict veroorzaakt tussen het feit dat ze tegelijkertijd Duitser en Europeaan zijn. En het verklaart de recente beslissing van het Duitse Hooggerechtshof die in strijd is met het Europese Hof van Justitie.’

Wie zijn de externe vijanden van Europa?

‘Dat zijn er veel, maar ze hebben allemaal een gemeenschappelijk kenmerk: ze zijn tegen het idee van een open samenleving. Ik ben een enthousiast voorstander van de EU geworden omdat ik het een belichaming van de open samenleving op Europese schaal vond. Vroeger was Rusland de grootste vijand, maar onlangs heeft China Rusland ingehaald. Rusland domineerde China tot president Nixon, die een groot inzicht had in de internationale politiek en begreep dat door zich open te stellen voor China en China op te bouwen, het communisme ook in de Sovjet-Unie zou kunnen verzwakken. Ja, hij werd afgezet. Maar hij was eigenlijk, samen met Kissinger, een groot strategisch denker. Hun stappen leidden tot de grote hervormingen van Deng Xiaoping. Vandaag de dag liggen de zaken heel anders. China is een leider in kunstmatige intelligentie. Kunstmatige intelligentie produceert controle-instrumenten die nuttig zijn voor een gesloten samenleving en een dodelijk gevaar vor-men voor een open samenleving. Het draait de tafel voor gesloten samenlevingen. Het huidige China is een veel grotere bedreiging voor open samenlevingen dan Rusland. En in de VS is er een tweeledige consensus die China tot strategische rivaal heeft uitgeroepen.’


Terugkomend op het nieuwe coronavirus, is het nuttig of schadelijk voor open samenlevingen?

‘Zeker schadelijk, omdat de bewakingsinstrumenten die door kunstmatige intelligentie worden geproduceerd, zeer nuttig zijn om het virus onder controle te krijgen en dat maakt deze instrumenten zelfs in democratische landen acceptabeler.’

Wat heeft u zo succesvol gemaakt op de financiële markten?

‘Zoals ik al eerder zei, heb ik een conceptueel kader ontwikkeld dat mij een voordeel heeft opgeleverd. Het gaat niet om de markten, maar om de complexe relatie tussen denken en werkelijkheid, maar ik heb de markt als proeftuin gebruikt voor de validiteit van mijn theorie. Ik kan het samenvatten in twee eenvoudige stellingen. De ene is dat in situaties met denkende participanten de opvattingen van de deelnemers over de wereld altijd onvolledig en vervormd zijn. Dat is feilbaarheid. De andere is dat deze vertekende opvattingen de situatie waarop ze betrekking hebben kunnen beïnvloeden, omdat vertekende opvattingen tot ongepaste handelingen leiden. Dat is reflexiviteit. Deze theorie heeft me een duwtje in de rug gegeven, maar nu mijn Alchemie van de financiën praktisch verplicht leesmateriaal is voor professionele marktpartijen ben ik mijn voorsprong kwijt en ben ik niet langer een marktdeelnemer.

Zegt uw kader u dat u zich zorgen moet maken over de gepercipieerde ontkoppeling tussen marktwaarderingen en de zwakte van de economie? Zitten we in een zeepbel door de enorme liquiditeit die het Federale Reservesysteem (FED) ter beschikking stelt?

‘U slaat de spijker op de kop. De FED deed het veel beter dan president Trump, die er kritiek op had. Het overspoelde de markten met liquiditeit. De markt steunt nu op twee overwegingen. De ene is dat het in de nabije toekomst een nog grotere injectie van fiscale stimulans verwacht dan de CARES-wet van 1,8 biljoen dollar; de andere is dat Trump een vaccin zal aankondigen voor de verkiezingen.’


U heeft onlangs 220 miljoen dollar gedoneerd aan de strijd tegen de rassenongelijkheid van de zwarte gemeenschap. Hoe ziet u de Black Lives Matter beweging?

‘Het doet er echt toe, want dit is de eerste keer dat een grote meerderheid van de bevolking, naast de zwarte gemeenschap, erkent dat er een systemische discriminatie tegen donkere Amerikanen bestaat die terug te voeren is op de slavernij.’

In deze revolutie worden standbeelden neergehaald en wordt de politieke correctheid cruciaal.

‘Sommigen spreken van de cancel-cultuur. Ik denk dat het een tijdelijk fenomeen is. Ik denk dat het ook overdreven is. Ook de politieke correctheid op de universiteiten is veel te overdreven. Als voorstander van een open samenleving beschouw ik politieke correctheid als politiek incorrect. We mogen nooit vergeten dat een pluraliteit van meningen essentieel is voor de democratie.’

 

Velen zeggen dat na COVID-19 en de ervaring met werken op afstand de toekomst van steden en grootstedelijke gebieden gedoemd is.

‘Veel dingen zullen veranderen, maar het is nog te vroeg om te voorspellen hoe. Ik herinner me dat na de verwoesting van de Twin Towers in 2001 de mensen dachten dat ze nooit meer in New York zouden willen wonen en binnen een paar jaar waren ze dat vergeten.’

Als u een boodschap zou kunnen sturen naar de mensen in Europa, wat zou dat dan zijn?

‘S.O.S. Terwijl Europa geniet van haar gebruikelijke augustusvakantie, dreigt het bijbehorende reizen een nieuwe besmettingsgolf te veroorzaken. Als we op zoek gaan naar een parallel, schiet ons de Spaanse griepepidemie van 1918 te binnen. Er waren drie golven, waarvan de tweede de meest dodelijke was. Epidemiologie en de medische wetenschap hebben sindsdien grote stappen gezet en ik ben ervan overtuigd dat een herhaling van die situatie kan worden vermeden. Maar eerst moet de mogelijkheid van een tweede golf worden erkend en moeten er onmiddellijk maatregelen worden genomen om deze te voorkomen. Ik ben geen deskundige op het gebied van de epidemiologie, maar het is mij duidelijk dat mensen die gebruik maken van massavervoer gezichtsmaskers moeten dragen en andere voorzorgsmaatregelen moeten nemen.

‘Europa wordt geconfronteerd met een ander existentieel probleem: ze hebben niet genoeg geld om het hoofd te bieden aan de dubbele dreiging van het virus en de klimaatverandering. Achteraf gezien is het duidelijk dat de bijeenkomst van de Europese Raad een betreurenswaardige mislukking was. De weg die de Europese Unie is ingeslagen, zal te weinig geld opleveren. Dit brengt me terug bij het idee van de eeuwigdurende obligatie. Naar mijn mening moeten de Gierige Vier of Vijf dit erkennen en in plaats van in de weg te staan, moeten ze veranderen in enthousiaste voorstanders. Alleen door een echte conversie kunnen door de EU uitgegeven eeuwigdurende obligaties voor beleggers aanvaardbaar worden gemaakt. Anders overleeft de Europese Unie misschien niet. Dat zou een groot verlies zijn, niet alleen voor Europa maar voor de hele wereld. Dit is niet alleen mogelijk, maar kan ook daadwerkelijk gebeuren.’

Dit interview verscheen oorspronkelijk in het Italiaanse dagblad La Repubblica.© Mario Platero/La Repubblica


Een giftige cocktail

Tekst René Zwaap

Hoezeer de samenzweringstheorieën met George Soros in het middelpunt al gemeengoed zijn geworden bleek toen de website van Nos Nieuws op 21 oktober 2018 een profiel van hem plaatste onder de titel ‘George Soros: invloedrijke bemoeial met tentakels ver in de wereldpolitiek’. In het artikel werd verder gesproken van ‘de jood Soros’ en ook gegeven de verdere toonzetting van het artikel leek het er sterk op dat de Nederlandse publieke omroep inspiratie had opgedaan bij de Protocollen van de Wijzen van Zion, het beruchte frauduleuze geschrift over een Joods wereldcomplot waarmee eind 19e eeuw de pogroms in tsaristisch Rusland werden uitgelokt, de nazi’s hun vernietigingskampen rechtvaardigden en tegenwoordig de islamitische wereld wordt opgehitst tegen Joden in het algemeen en de staat Israël in het bijzonder. Na een storm van kritiek haalde Nos Nieuws-hoofdredacteur Marcel Gelauff het gewraakte stuk van de website, maar het signaal was al afgegeven. De riolen van het internet hadden aansluiting gevonden bij de Nederlandse staatsomroep.

De campagne tegen George Soros en zijn Open Society wordt steeds harder en steeds feller gevoerd. In zijn geboorteland Hongarije verklaarde premier Viktor Orbán, die in zijn jonge jaren nota bene een jaar in Oxford kon studeren dankzij een beurs van Soros,de oorlog aan de filantroop met een lastercampagne die zo door Joseph Goebbels had kunnen zijn bedacht. Het was reden voor Soros om het kantoor van de Open Society in Boedapest te sluiten vanwege het ‘steeds repressiever wordende politieke en juridische klimaat’. Ook Donald Trump vond in Soros een geschikte vijand. In Nederland zijn er vooral binnen de PVV en Forum voor de Democratie steeds meer variaties op het anti-Soros-evangelie te beluisteren, waarbij de filantroop een prominente positie wordt toegedicht in het extreemrechtse hersenspinsel dat er een georganiseerde ‘omvolking’ plaatsvindt in westerse landen.


Mabel van Oranje

George Soros wordt in Nederland vaak in één adem genoemd met Mabel Wisse Smit, tegenwoordig Mabel van Oranje geheten, sinds 2013 weduwe van prins Friso van Oranje-Nassau van Amsberg. Dat komt doordat Mabel voor haar huwelijk werkzaam was voor Soros’ Open Society Institute in Brussel, een stichtingennetwerk dat zich richt op aan het bevorderen van democratie, mensenrechten en de onafhankelijke rechtsstaat en het bestrijden van aids. Voor tal van complotdenkers is dit gegeven uiterst verdacht en je hoeft op Google maar ‘Soros’ en ‘Mabel’ in te tikken en een onwelriekende beerput van kwaadaardige verzinsels stijgt je tegemoet. Bijna onveranderlijk overheersen ook hier variaties op het idee van een Joods wereldcomplot, aangelengd met een snufje anti-koninklijke gezindheid. Het is een giftige cocktail waarmee het anti-monarchale gedachtengoed in Nederland helaas maar al te vaak is behept.
Het is daarom belangrijk dat we op deze plek het interview met George Soros kunnen plaatsen, wiens ideeën en inzichten van het grootste belang lijken voor een democratische en vrijheidslievende ontwikkeling van Europa. Zijn concrete voorstellen voor de uitgifte van ‘eeuwigdurende obligaties’ kunnen ook een uitweg bieden uit de doodlopende weg van de huidige coronacrisis, die snel cumuleert in een economische crisis, en verdienen ook in Nederland serieuze aandacht. Dat George Soros verstand heeft van de internationale geldmarkt hoeft hij niet meer te bewijzen.

Pleidooi voor de Verlichting: Jonathan Israel over de Franse en de Amerikaanse revolutie

De vermaarde Britse historicus Jonathan Israel is 13 oktober 2020 te zien en te horen bij de herdenking van de Amsterdamse vrijdenker Adriaan Koerbagh (1633-1669) in Culemborg. Koerbagh was onder de invloed van Spinoza gekomen tot radicale verlichtingsideeën, waarin hij onder meer het bestaan van de hel en het dogma van de goddelijke drieënheid afwees. Hij moest dat bekopen met een verbod van zijn geschriften, in Amsterdam werden zijn boeken op last van het stadsbestuur verbrand en hij belandde in het cachot, waar hij door de barre omstandigheden overleed. Momenteel loopt er een campagne om Koerbagh te rehabiliteren met de vernoeming van een Amsterdamse straat naar hem. Jonathan Israel wijdde een hoofdstuk aan leven en werk van Koerbagh in zijn boek Radicale verlichting (2001). De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, recht & burgerschap volgt het werk van Jonathan Israel op de voet en wijdde besprekingen aan zijn twee meest recent in het Nederlands verschenen werken. Ter ere van Israels komende optreden in Nederland worden deze twee besprekingen hier integraal gepresenteerd.


De Amerikaanse revolutie

Tekst Maurits van den Toorn

De Amerikaanse revolutie die leidde tot de onafhankelijkheid in 1776 bood volgens filosoof Thomas Paine een ‘kans om de wereld opnieuw te beginnen’ en ‘een nieuwe regeringsvorm tot aanzijn te brengen die de rechten van alle mensen zou beschermen’. Misschien wat hoogdravende, maar zeker welgemeende woorden. Merkwaardig genoeg is die revolutie in later jaren vooral als iets exceptioneels gezien, iets wat typisch Amerikaans was en juist geen universele geldigheid zou hebben. Dat is een grote vergissing, vindt de Britse historicus Jonathan Israel. In zijn boek Lopend Vuur probeert hij die te corrigeren.

Israel is onder meer bekend geworden door zijn in 1995 verschenen geschiedenis van de Nederlands Republiek, The Dutch Republic: Its Rise, Greatness, and Fall, 1477-1806. Hij is ook gespecialiseerd in de Verlichting, waarbij de Amerikaanse revolutie is te beschouwen als de Amerikaanse vorm van de Verlichting. Zijn nu vertaalde boek The Expanding Blaze: How the American Revolution Ignited the World, 1775-1848 uit 2017 gaat over die revolutie die de eerste en meteen een van de belangrijkste was in een reeks van revolutionaire gebeurtenissen die in de driekwart eeuw van 1775 tot 1848-’49 de Atlantische wereld overspoelde.


Historische vergissing

Het is een invloed die volgens Israel nogal onderschat is: ‘In plaats van een scherp contrast te maken tussen de Franse en Amerikaanse Revolutie, wat een grote historische vergissing is, zal een bruikbaar schema juist de parallellie laten uitkomen en laten zien dat de Amerikaanse en de Franse revolutie (tot juni 1793) in grote lijnen hetzelfde traject volgden, en dat ze allebei evenzeer een strijdperk waren van twee Verlichtingskampen: gematigd en radicaal.’

Ook de latere revoluties en revolutiepogingen streefden in essentie hetzelfde na als de Amerikaanse revolutie: vrijheid, democratie en gelijkheid, plus vrijheid van meningsuiting en drukpers en onschendbaarheid van persoon en eigendom. Een nogal onderbelicht aspect van die revolutie was de veranderende positie van religie. Calvinistische rechtlijnigheid en dogmatiek verloren terrein, er kwam een scheiding van kerk en staat, staatssteun voor religieus gezag verdween en er werden geen religieuze voorwaarden gesteld aan het bekleden van overheidsfuncties in de Verenigde Staten.

Patriottenbeweging
Zo vormden de Amerikaanse ontwikkelingen de inspiratie voor de eerste openlijk democratische beweging van Europa vanaf 1780: de Nederlandse, pro-Amerikaanse ‘Patriottenbeweging’, die alle Europese en Amerikaanse hervormingsgezinden aandachtig volgden en die in 1787 met Pruisische hulp werd neergeslagen (het gehucht Goejanverwellesluis kreeg er nationale faam door). Deze grote internationale samenhang bleef de hele revolutieperiode tot 1848 bestaan. Israel noemt als een van vele voorbeelden de Belgische opstand van 1830, waarbij er volgens hem veel sprake was van ‘een grote hang naar federalisme volgens het Amerikaanse voorbeeld en staatsbestel’. Dat men desondanks eindigde met een monarchie kwam doordat de ‘restauratieve machten’ Groot-Brittannië, Frankrijk en Pruisen de Belgische onafhankelijkheid alleen wilden erkennen als er een conservatief staatsbestel inclusief een monarchie kwam.

In de jaren na 1850 gingen de ontwikkelingen aan beide zijden van de oceaan uit elkaar lopen. De Verenigde Staten verloren gaandeweg hun rol als progressief voorbeeld. De slavernij werd een steeds grotere schandvlek, de rol van religie nam weer toe en het land raakte verzeild in isolationisme. De radicale stroming verloor terrein, conservatisme en nationalisme groeiden, de ‘geest’ van 1776 verdween steeds meer. ‘Onze voortgaande degeneratie lijkt mij tamelijk snel te gaan,’ schreef Abraham Lincoln in 1855 in een brief. Tegelijkertijd werden landen als Canada, Australië en Nieuw-Zeeland overtuigender voorbeelden van democratische vooruitgang en mensenrechten. De rest van de wereld kwam overigens in de tweede helft van de negentiende eeuw ook in de ban van allerlei ‘-ismen’, van nationalisme en imperialisme tot socialisme en marxisme, waarbij ook daar de Amerikaanse revolutie als – al dan niet afschrikwekkend – voorbeeld buiten beeld raakte.

‘De gangbare opvatting werd dat de Amerikaanse Revolutie fundamenteel anders was dan de Franse en ook anders dan alle Europese en Latijns- Amerikaanse revoluties, en geen brede invloed had gehad,’ schrijft Israel. Hij hekelt de geschiedschrijving aan beide zijden van de oceaan die tot de huidige dag ‘opmerkelijk kortzichtig’ is gebleven door de Amerikaanse revolutie te zien als een vorm van exceptionalisme, een ‘voor anderen niet geheel toegankelijke en begrijpelijke ervaring’ die niet goed bruikbaar is als voorbeeld voor de revoluties die vanaf 1789 elders in de wereld volgden.

Was die ‘voorbeeldrevolutie’ dan perfect geweest? Verre van, vonden sommige tijdgenoten al. Zo werd er ook toen al geageerd tegen het voortbestaan van de slavernij (en wordt er nog steeds wat besmuikt gedaan over het feit dat president Washington, toch een beetje de Vader des Vaderlands, slaven had en zelfs een advertentie liet plaatsen om een ontsnapte slaaf op te sporen).

Nog een imperfectie: in de meeste staten was het kiesrecht zeer beperkt, alleen in Pennsylvania en Vermont was er kortstondig algemeen kiesrecht, dat wil zeggen voor volwassen blanke mannen. De beperking werkte het ontstaan van een informele ‘aristocratie’ in de hand.

De Engelse predikant en democraat Richard Price signaleerde bovendien dat de Amerikaanse ‘jacht naar vrijheid’ ook tot een onverhulde jacht op rijkdom leidde, die volgens hem botste met ‘de deugdzame en eenvoudige omgangsvormen zonder welke geen Republiek langdurig standhoudt’. Het is een opmerking die nog steeds hout snijdt, zeker nu we afstevenen op presidentsverkiezingen met een hoogst ongewisse uitkomst.


Jonathan Israel
Lopend Vuur. Hoe de Amerikaanse revolutie de wereld in vlam zette, 1775-1848
Uitgeverij Van Wijnen, Franeker
840 pagina’s
ISBN 9789051945546
Prijs € 59,50

Terreur versus Verlichting: Jonathan Israel rehabiliteert de Franse Revolutie

Tekst: René Zwaap

De handelingen voltrokken zich ruim 230 jaar geleden, maar niet zelden bekruipt de lezer van Jonathan Israels magistrale Revolutionaire ideeën, een intellectuele geschiedenis van de Franse revolutie de sensatie midden in het heden te staan. Neem zijn beschrijving van de ‘autocratische populisten’ (de definitie van de historicus kan ook moeiteloos naar deze tijd worden getransplanteerd) Marat, Robespierre en Hébert: ‘Zij bleven liever voortbouwen aan hun achterban van licht ontvlambare, paniekgevoelige, ongeletterde en opvliegende lieden, waarbij sensatie, theatrale overdrijving en het cultiveren van geruchten hun belangrijkste instrumenten waren‘. Het lijkt zo te komen uit een handleiding voor internet-agitprop anno 2019.

In de visie van Jonathan Israel was de Terreur van Robespierre niet het onvermijdelijke gevolg van de democratisch-republikeinse revolutie van 1789, maar het absolute tegendeel ervan. In feite stonden Robespierre en zijn linkerhand Saint-Just voor de verwoesting van de Revolutie. Zij waren de apostelen van een virulente vorm van contra-Verlichting en anti-intellectualisme, vijandig tegen vrijheid van denken, individuele vrijheid, eruditie en het recht op het uiten van kritiek. ‘In principieel opzicht was Robespierre de tegenspraak van de Revolutie en niets anders dan de antithese van de Verlichting’, schrijft hij in Revolutionaire Ideeën. Robespierre en zijn factie – de zogeheten ‘Montagne’- waren niet de prominentste vertegenwoordigers van de Revolutie, maar de perverse omkering ervan.

Proto-fascisme
Marat en Hébert, de meest invloedrijke rattenvangers van de publieke opinie tijdens de Revolutie, waren met hun invloedrijke bladen L’Ami du Peuple (Marat) en Le Père Duchesne (Hébert) even bekwaam in het bespelen van de onderbuik van de massa als later Steve Bannon’s Breitbart. Jonathan Israel: ‘Steeds waren zij gericht op de minst opgeleiden en hun credo behelsde een polariserend populistisch chauvinisme, een soort proto-fascisme, dat in het geval van Marat voortdurend opriep tot een dictatuur van het onverbiddelijkste soort, teneinde “het volk” te redden. Volgens Marat was er een persoonlijke dictatuur nodig, liefst door Robespierre, in wie hij een boven iedereen uittorenende leider zag die even gestaald, onbuigzaam en Machiavellistisch was als hijzelf, iemand die de hele mensheid indeelde in goeden en kwaden, onderdrukten en onderdrukkers, onophoudelijk strijdend tegen corruptie in de hoge kringen en de lof zingend van “het volk”.’

De moordaanslag door Charlotte Corday op Marat – van origine een Zwitser uit Genève – in diens badkuip op 13 juli 1793 was bedoeld om diens tirannie te breken, maar resulteerde in het postume tegendeel. Jonathan Israel: ‘Op de een of andere manier, groeide deze schrille, onappetijtelijke fanaticus uit tot een figuur die door het regime en het volk vereerd werd in een mate die vrijwel niemand anders in de geschiedenis ooit ondervonden heeft. Het was het eerste voorbeeld van een georganiseerde politieke cultus waardoor een non-entiteit, die niemands respect waard was, werd getransformeerd tot een kolossale “held van het volk”, oneindig geliefd door de massa’s.’

Marats lichaam werd gebalsemd en publiek tentoongesteld in de kerk van de Cordeliers nabij zijn woning op een speciaal bed dat was bedekt met bloemen, omringd met kaarsen en getooid door de grootste kunstenaar van de Revolutie, Jacques-Louis David: half ontbloot om zijn steekwond en zijn bebloede hemd te kunnen tonen, en zijn hoofd gekroond met eikenbladeren. Een menigte mensen, vooral vrouwen, stortten hun harten vol ontroostbaar verdriet uit over het verlies van hun martelaar, hoewel slechts een teleurstellend klein aantal kwam kijken bij de begrafenisstoet zelf. Het was het startsein voor een ongebreidelde golf van terreur.


Nationale scheermes

Ook Le Père Duchesne van Jacques René Hébert was gespecialiseerd in grofheid gericht op de mobilisering van de allerlaagste instincten van de massa, zijn antenne voor het zogeheten onderbuikgevoel was zijn politieke kapitaal. Zolang het volk nog vertrouwen vertoonde in de koninklijke mystiek van de vorst, had Hébert dat ook, na de mislukte vlucht van de koninklijke familie in 1793 schreef hij Lodewijk XVI af met de woorden ‘Wat moeten we doen met dit vette varken?,’ noemde hij hem ‘Lodewijk de Verrader’ en Marie Antoinette ‘zijn hoer’. Hébert raakte niet moe de lof van de guillotine te bezingen als het ‘nationale scheermes’, en toen op 24 maart 1794 zijn eigen beurt was gekomen, zal hij daar vast aan hebben gedacht. Hébert stierf na een gruwelijk voorspel – de beul van dienst liet tot vermaak van het publiek het hakmes tot drie keer net tot boven zijn nek hangen. Robespierre – de ‘allesverslindende krokodil’ in de woorden van de Zweedse radicaal Thomas Thorild – volgde dezelfde route vier maanden later met een half weggeschoten kaak, samen met de even jeugdige als meedogenloze Saint-Just – en daarmee kwam het schrikbewind van de Terreur na ongeveer 50.000 doden langzaam tot zijn einde.

Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger
De belangrijkste slachtoffers van die Terreur waren de authentieke democratische republikeinen. Het eerste belangrijke slachtoffer van Marat en Robespierre in die kringen was Jacques-Pierre Brissot, geguillotineerd op 31 oktober 1793, de kampioen van de vrijheid van meningsuiting, leider van de democratische factie van de Girondijnen, die – geïnspireerd door de republikeinse bewegingen in Genève en de Lage Landen – een van de hoofdarchitecten van de Franse Revolutie was. Brissot was een voorvechter van mensenrechten, internationalisme en emancipatie van de zwarte bevolking, net als markies Jean-Antoine Nicolas de Caritat Condorcet, opsteller van ’s werelds eerste democratische republikeinse grondwet, die de guillotine maar net wist te ontlopen door gif in te nemen. Condorcet was samen met graaf Honoré Gabriel Riquetti Mirabeau (die in 1791, net op tijd , een natuurlijke dood stierf) de hoofopsteller van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 1789. Dat was het kroonstuk van de Franse Revolutie, geïnspireerd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 1776, maar tegelijkertijd veel ambitieuzer en radicaler door ‘de vrije uitwisseling van gedachten en meningen’ als ‘een van de meest kostbare rechten van de mens’ centraal te stellen. ‘Voor het eerst in de geschiedenis waren gelijkheid, individuele vrijheid, het recht op gelijke bescherming door de staat en vrijheid van denken en meningsuiting vastgelegd als basisbeginselen die als inherent werden beschouwd aan alle rechtvaardige en rationele samenlevingen’, aldus Jonathan Israel. ‘Het fundament van de moderne democratie was gelegd. De rechten die de Fransen zichzelf toekenden werden geproclameerd als universele rechten, die in gelijke mate toebehoorden aan iedereen, van welk volk, welke rang, welke geloofsovertuiging en welk ras dan ook.’

Al deze authentieke democratische republikeinen – onder wie ook George Danton en Camille Desmoulins, beiden geguillotineerd – hadden zich op alle mogelijke manieren moedig verzet tegen de repressie en Terreur van Robespierre en Saint-Just, en zij waren in feite de belangrijkste slachtoffers van de Terreur. ‘Omdat zij voorvechters van de kernwaarden van de Revolutie waren, werden de meeste democratisch-republikeinse leiders en krantenredacteuren tussen september 1793 en juli 1794 geëlimineerd’, aldus Jonathan Israel. De Terreur begon met de nederlaag van de Brissot-gezinden in juni 1793 en ‘bloeide op hun graf’, zoals de Zwitserse revolutionair Benjamin Constant het uitdrukte.

Historiografisch obscurantisme
Het was niet voor niets dat Marat en Robespierre groot misprijzen aan de dag legden voor de hoge filosofische idealen die spraken uit de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, aldus Jonathan Israel. In het diepst van hun wezen verwierpen zij dit verlichtingsdenken. Israel verwijt zijn collega-geschiedschrijvers dan ook dat zij zo makkelijk zijn meegegaan in de these dat de Terreur van Robespierre het uitvloeisel was van het verlichtingsdenken. Terecht omschrijft hij dit gedachtengoed als ‘historiografisch obscurantisme’. Hij schrijft: ‘Misbruik en instrumentalisering van het feit dat de Verlichting de overheersende vormende factor was van de Revolutie hielpen dus de poort wijd open te zetten voor de dominante royalistisch aristocratisch- kerkelijke reactie van het begin van de negentiende eeuw, en voor een treurig stemmende lijst van contra-Verlichting-ideologieën die de moderne democratie en het republicanisme sindsdien steeds hebben gekweld en er afbreuk aan hebben gedaan’. Aan deze ‘betreurenswaardige consensus’ heeft zijn studie zeker een eind gemaakt.

Jonathan Israel
Revolutionaire ideeën, een intellectuele geschiedenis van de Franse revolutie
Uitgeverij Van Wijnen
1200 pagina’s
€75,00
ISBN9789051945355

Jonathan Israel spreekt op 13 oktober 2020, ter gelegenheid van de Koerbagh-herdenking in Culemborg, die plaatsvindt in het kader van de expositie Koerbagh, Eerherstel voor een dwarse denker.

www.weeshuismuseum.nl
www.voetvanoudheusden.nl.

Versteende vorsten: kleine routewijzer voor een Amsterdamse beeldenstorm

Een nieuwe beeldenstorm op Oranje-monumenten zou gezien de rol van het koningshuis in het koloniale bedrijf geenszins misplaatst zijn, maar het basismateriaal daarvoor blijkt in Amsterdam nogal schamel. Onze redacteur Paul Damen maakte een indexering van alle Oranje-monumenten in de hoofdstad.

Tekst Paul Damen

Wie op internet ‘gedenktekens Oranjes Amsterdam’ zoekt, stuit subiet op een steenhouwer voor grafmonumenten. Dat is wat overdreven, maar gezien de slordige manier waarop de hoofdstad omgaat met haar Oranje-monumenten, is begraven ervan inderdaad een betere optie.

Amsterdam telt zo’n honderd monumenten die verwijzen naar de koloniale tijd (zie Ewald van Vugt’s De maagd en de soldaat) maar het vorstenhuis kreeg nauwelijks monumenten toegeschoven. Op de gevel van de Beurs prijken de koloniaal J.P. Coen, de rechtsgeleerde Hugo de Groot en de bestuurder Gijsbrecht IV van Amstel. Waar entertainers als J. Jordaan, W. Alberti en T. Leen hun overigens spuuglelijke monumentje kregen, waar zelfs de politiehond Albert wordt herdacht in het Oosterpark, en waar bekende Amsterdammers als Batman en Robin nog een plekje kregen op de Spaarndammerdijk, daar ontbreken de Oranjes opvallend. Dat heeft een reden. Beeldhouwers waren doorgaans niet zo Oranjegezind, en het stadsbestuur al helemaal niet. Stadsbeeldhouwer Hildo Krop, volgens Gerard Reve een ‘communistische koekebakker’ en maker van ‘verschrikkelijke geslachtsloze beelden’, leverde honderden gevelstenen, brugbeelden, visarenden, stoomlocomotieven, Eskimo’s en de nodige ‘Moeder Aarde’s’, maar nimmer een Oranje.

Dus kan in de huidige Black Lives Matter-beeldenstorm ook geen Oranje-bestuurder beschadigd worden – een voordeel. Het bekende ‘Lieverdje’ op het Spui werd ooit in brand gestoken, gekidnapt en omver gereden, maar het enige beeld dat écht werd weggesleept, was dat van wethouder Floor Wibaut. Deze sociaaldemocratische grondlegger van de volkswoningbouw werd in 1982 weggesleept naar het kraakpand ‘Blaaskop’ bij de Wibautstraat door krakers die blijkbaar weinig historische kennis bezaten, gezien hun motto: ‘Hoedt u voor de als links vermomde rechtsen, mijdt ze als de pest, want zij zijn erger dan de rest.’ Reparatiekosten: 30.000 gulden.

Plaquette ter ere van Willem de Zwijger aan de Schubertstraat

 

Aan onze échte eerste koning Lodewijk Napoleon hielden we het in Koninklijk Paleis veranderde stadhuis op de Dam over, als monument voor de usurpatiedrang van de Oranjes. Hofstad Den Haag heeft alleen al drie Willem de Zwijgers. In Amsterdam hangt Willem enkel als plaquette aan de Schubertstraat, op een steigerend paard, met de tekst ‘stantvastig is ghebleven / mijn hert in teghenspoet.’ Sowieso knap om standvastig in het zadel te blijven op een steigerend paard, maar hier maakt de viervoeter een zogeheten ‘levade’ , waarbij het beide voorbenen tegelijk van de grond verheft. In het echte leven zie je zoiets nauwelijks, want krijg je paard maar es zo gek.

De versregels zijn ontleend aan het dertiende couplet van het Wilhelmus, maar zo standvastig was Willem, de opportunist die met alle politiek-religieuze winden mee waaide, niet. En dan kleeft aan deze steen uit 1935 nog een pijnlijke smet: vervaardigd door de beeldhouwer Johan Polet, bekend als de maker van het Domela Nieuwenhuis-standbeeld in de Spaardammerbuurt, maar in de Tweede Wereldoorlog zó Duitsgezind dat hij zelfs bijna naar dat land was verhuisd, ware het niet dat het Herrenvolk kort daarna weer huiswaarts keerde wegens een verloren oorlog.

Dat deze gevelsteen hangt in de zijmuur van het Hervormd Lyceum Zuid, mag daarom als extra straf gelden: op de richel daaronder rookt nu menig puber stiekem zijn eerste peuk. De stoep is dan ook bezaaid met filters, waar de alerte gemeente Amsterdam een tegel tegen aanbracht met de tekst ‘Duiven Niet Voeren.’

De Schilddrager van den Koning prijkt boven het koninklijke toilet op Centraal Station.

Het meest onbekende, onopgemerkte en anonieme Oranjebeeld: de sneue Schilddrager van den Koning bovenop de rechtertoren van het Centraal Station. Drie meter vijftig hoog, in 1889 ontworpen door de Leuvense kunstenaar Jean-François Vermeylen, Volgens de NS bekroont de schilddrager het ‘Koninklijk Paviljoen’ – nauwelijks meer dan een aparte poort voor een koets en een sjieke plee waar nog nimmer een Oranjetelg zetelde. Nu recent de poort is vervangen door glas, kan ook het plebs de koninklijke plee bewonderen. En zich afvragen van wie toch het wapen boven die poort is, want zowel gemeente als NS hebben geen idee.

 

Het beeld van Hendrik de Zeevaarder werd tot drie keer toe verplaatst.

Hendrik, de derde zoon van koning Willem II, was een geliefde prins. Nou was élke Oranje geliefd in vergelijking met zijn broer, de psychopatische bruut Willem III. Marineman Hendrik kreeg, naar een Portugese Hendrik die in de 15e eeuw de West-Afrikaanse kust exploiteerde, de bijnaam ‘De Zeevaarder’ omdat hij als eerste Oranjetelg Ons Indië bezocht. Weliswaar als grootaandeelhouder in Indische fondsen op zoek naar meer winst, maar toch. Niet over zeven zeeën maar wel naar minstens drie lokaties werd zijn beeltenis verzeuld. Eerst, in 1885, keek hij bij het Victoriahotel uit op het IJ, maar slechts drie jaar na de onthulling werd daar het Centraal Sation gebouwd. Weg uitzicht. Het duurde tot 1979 tot een ambtenaar inzag dat hij beter tot zijn recht kwam naast de toenmalige Oosterdoksdam. Helaas had men hem met zijn gezicht van het IJ af geplaatst, zodat hij enkel het Scheepvaarthuis zag. In 2018 werd hij nogmaals verplaatst, nu wel gezicht zeewaarts, bij de Kraansluis. Nu ziet hij nog steeds geen zee, maar kijkt hij uit op de Openbare Bibliotheek, de tragische zeeman die op de valreep, op zijn sterfbed, nog tot admiraal werd benoemd.

Het beeld van Emma op het Emmaplein werd in juni 1940 eventjes het centrum van anti-Duits bloemenprotest.

Qua tragiek scoort ook prinses Adelaïde Emma Wilhelmina Therèse Prinzessin zu Waldeck und Pyrmont, in de wandeling Emma, hoog. Als twintigjarig fokvee deze kant op gehaald, als tweede vrouw voor de eenenzestigjarige koning Willem III, nadat die zijn eerste vrouw Sophie de dood in had gedreven, om van zijn zonen maar te zwijgen. Willem wou liever met een operazangeres trouwen, of desnoods met Emma’s oudere zuster Pauline, maar toen alle andere kandidates subiet afhaakten, moest Emma wel voor nageslacht zorgen – een hele opgave met de bejaarde, syfilitische Willem. Die sprak geen woord Duits, negeerde haar na de geboorte van Wilhelmina en alleen daarom is empathie met Emma op zijn plaats. Toen hij na elf jaar huwelijk stierf, was zowel volk als vorstin opgelucht. Emma werd regentes, en deed dat naar verluidt goed. Dit beeld, op het Emmaplein, geeft haar die krediet niet. Gestoken in de rouwkleding die ze vierenveertig jaar droeg, oogt zij als een barse boerin op dit tweedehandsje, want Lambertus Zeil maakte het voor Den Haag. Onthuld in 1938 verkreeg het beeld ongekende populariteit op 29 juni 1940, toen het als protest tegen de Duitse bezetter bedolven werd onder de bloemen. Niet eens Emma’s verjaardag, maar van schoonzoon Bernhard. Het beeld deed haar ogen als de barse uitbaatster van een bloemenzaak.

Het beeld van het kind Wilhelmina door Mari Andriessen.

 

Zeulen met Oranjebeelden, het lijkt Amsterdamse mores. Ook Wilhelmina, als tienjarig meisje in brons verbeeld door Mari Andriessen, stond vanaf 1967 op het terrein van het Wilhelmina-gasthuis, maar werd na de opheffing van het ziekenhuis verzeuld naar het AMC in Holendrecht. Eerst nog buiten maar al spoedig binnen, waar de bewaking thans het fotograferen ervan verbiedt.

 

Het beeld van Wilhelmina te paard werd Amsterdam ongevraagd opgedrongen.

Het bekende beeld van Wilhelmina te paard, geplaatst op het Rokin, had daar eigenlijk helemaal niet mogen staan. Sterker nog: het had er helemaal niet zo mogen uitzien. Twee jaar na Wilhelmina’s dood in 1962 wilde het Contactorgaan van Vrouwenorganisaties in Amsterdam haar eren met een beeld, zittend achter een microfoon het Volk toesprekend. Alleen zag beeldhouwster Theresia van der Pant die Wilhelmina nooit ontmoet had, daar niks in. En dus maakte ze een prinses te paard, waar ze twee jaar over deed, en toen bleek het hele beeld weer veel te groot. En naar verluidt wilde de gemeente ook niet opdraaien voor de extra kosten voor het brons. Het zou op het Damrak komen, maar de gemeente wist er geen raad mee en plaatste het acht jaar later dan maar op het Rokin, pal naast de rondvaartbotenrederij Kooij. Het verwierf enkel een plaats in de geschiedenis door de beschutting die het bij de kroningsrellen op 30 april 1980 bood tegen de lange lat van de Mobiele Eenheid.

 

Wilhelmina in bont bij het Confectiecentrum.

Wihelmina’s toch al pronte postuur was bekleed met zoveel bont, dat van een pelsdierenpension gesproken mag. Of zoals de de christelijke dichter J.W. Schulte Nordholt bij haar dood in november 1962 dichtte: ‘Ach God, is Wilhelmina dood? / Die vrouw was groot, / groot en sterk; in al dat bont, / in al die jassen daar zat een ziel / van zuiver staal en vol met God.’

Geen wonder dat deze propagandaprinses voor de bontjas geplaatst werd pal voor het confectiecentrum. Onthuld in 1968 door prins Bernhard, die in de oorlog ook in het buitenland verbleef, wat de tekst op de achterkant nóg navranter maakt: ‘Gedenk hen die toen het volk verslagen en machtloos scheen / de vaan der vrijheid hebben hoog gedragen door alles heen.’ Met daaronder ‘Jan Campert’. Alleen, gemeente Amsterdam, die tekst ís helemaal niet van de in de oorlog gefusilleerde Campert, maar van collegadichter Yge Foppema, die na de oorlog zelfs 92 werd. Foute naam dus op de sokkel. Oeps. Ten overvloede, want zo kennen we Amsterdam, wordt Wilhelmina afgedekt door tientallen plakkaten met ‘Vrouwen in Nieuw-West’. Omdat de hoofddoekjes niet in beeld wilden, bekijkt de arme vorstin nu een zestal bilpartijen. Plus een reclamepaal met ‘Jezus christus rechter van levende en doden bekeer je’. Dat zal haar wél bevallen.

 

De Juliana-boom werd keer op keer vervangen.

 

De Wilhelmina-boom langs de Haarlemmerweg.

Niettemin is Wilhelmina in Amsterdam bekender door haar bomen dan haar bontjas. Eerst stond op de Zandhoek een bij haar geboorte geplante Wilhelminaboom, gekoesterd door ene ‘Opoe Vork’. Die boom begaf het in de Tweede Wereldoorlog; de boot naar Londen gemist en bewerkt tot brandhout in de hongerwinter. De Wilhelmina-linde langs de Haarlemmerweg, geplaatst in 1898 door ‘kinderen van Christelijke bewaarscholen’, overleefde wél door drie keer te worden vervangen. Een ‘Hollanse linde’, dus zonder ‘d’ aldus de gemeente Amsterdam. Je zou haast aan opzet gaan denken,.

Ook dochter Juliana kreeg bij haar kroning in 1948 een boom met gedenksteen, in het Oosterpark. Ook aangeboden door schoolkinderen – het zijn altijd dezelfden die het voor de rest verknoeien. Deze boom, een smal stammetje, is ook een substituut voor eerdere versies. En de meest recente sneuvelde in mei 2016 bijna onder de actie-auto’s van de in het park protesterende FNV. Maar toen was Juliana al twaalf jaar dood.

 

Juliana onthult haar plaquettte in Slotervaart. Foto: Beeldbank Amsterdam.

Het gemeentelijk gekluns met Oranje bereikt een waar dieptepunt met de ‘Juliana-plaquette’ in Slotervaart. Brons, op brug 601, beeldhouwer onbekend, onthuld door de vorstin zelf bij de bouw van de eerste tuinstad buiten de ringspoorbaan. Over naamloos water heen, en volgens de gemeente ‘op 27 oktober 1950’ onthuld. Nee, gemeente, het was op 7 oktober, en het jaar was 1952. Dat weten we zo precies omdat Juliana die dag geen genoeg kon krijgen van de ‘gewone mensen’, zoals op de thee bij de familie van trambestuurder Reusch aan Walraven van Hallweg 5. Koekje erbij, aangeboden door de kinderen Marijke en Chrisje en gadegestaard door de kleine Flipje, vastgesnoerd aan de kinderstoel.Weerloos moesten de koters afwachten hoe de vorstin de ene na de andere peuk wegpafte uit het zicht van de pers. De buren, de familie Van Poelgeest stonden reserve. Dat vond Juliana zo sneu, ‘na al dat schoonmaken en zo’, dat ze daar ook aanwipte. Uiteraard om de ene met de andere sigaret aan te steken.

De gemeente doopte haar anonieme brug in mei 2016 om in ‘Hannie Schaft-brug’. Volgens het naambord is verzetsstrijder Hannie Schaft ‘op 17 april 1945 overleden.’ Alleen: ze is in het zicht van de bevrijding wraakzuchtig gefusilleerd door de Duitse bezetters.

 

Met de datering van de koninklijke bank in het voormalige stadhuis ging iets mis.

Ogenschijnlijk om het goed te maken liet de gemeente de al genoemde ‘communistische koekebakker Hildo Krop’ een eikenhouten bank uitkappen. Bedoeld voor het zogeheten ‘Koningsvoorhuis’, dat is de werkelijke woning aan de Noordkant van het paleis op de Dam. Daar kon de bank vanwege de forse omvang niet geplaatst. Je kan er ook niet op zitten vanwege de uit de rugleuning priemende wapens, met scènes uit Vondels Gijsbrecht. De gemeente zette ‘1655’ op het ding, in september 1958 aan Juliana aangeboden, ‘bij het 300-jarig bestaan van het Koninklijk Paleis’. Voor in een stadhuis dat pas sinds 1808 als paleis gebruikt wordt.

 

Kopieën van Nel van Lith’s borstbeeld van Beatrix dalen sterk in waarde.

Het borstbeeld van Beatrix werd bij de opening van het AMC in 1984 niet van harte onthuld door het onderwerp zelf. Beatrix had niet zo’n beste ervaringen in Mokum, en bovendien is van haar bekend dat ze, zelf beeldhouwer van gedrongen gedrochtjes als ‘Jantje Beton’, andermans werk kritisch bekijkt. Van het beeldje, door ene Nel van Lith, werd drie jaar na de onthulling al een kopie op Marktplaats verkocht voor € 6.599,00. In 2019 bracht een kopie op de Catawiki-internetveiling nog maar 600 euro op.

 

Het beeld van ‘Amelia’ wekt reminiscenties aan kroonprinses Amalia.

Van Willem-Alexander, vrouw en kroost, bestaat nergens in de hoofdstad een beeld. Of toch wel? Bij het vernieuwde Marnixbad staat ene ‘Amelia’. Gezien alle gemeentelijke gekluns zou dat zomaar kroonprinses Amalia kunnen zijn. Ook qua omvang gelijkend, beleeft het enigszins obese meisje in badpak veel plezier aan haar tussenbeense behandeling van een skippy-bal. Uit nader onderzoek blijkt hier echter de dochter van Filips van Marnix van St. Aldegonde verbeeld, vriend van Willem van Oranje, kort burgemeester van Antwerpen. Aangeboden door het Stadsdeelbestuur op 8 december 2006 bij de heropening van het bad. Alleen: die Brabantse burgemeestersdochter heette ‘Amelie’, niet Amelia of Amalia. En de kans dat deze jonge barones, die op haar 38ste stierf, bij leven ooit in badpak op een skippybal aan haar gerief kwam, mag wel worden uitgesloten.

Column Henk Westbroek: 1964

In Het Journaal werd op eerbiedige toon vermeld dat ook Prins Bernard aanwezig was bij de kranslegging ter nagedachtenis van de oorlogsslachtoffers.

‘Kijk hem daar eens lekker staan in zijn apenpak met die uitgestreken smoel’, zei mijn vader. ‘Alsof hij zelf in de oorlog honger had en op zijn tellen moest passen of in het verzet zat, in plaats van te lopen hoeren en snoeren in Engeland. Hij wist niet hoe snel ie de benen moest nemen toen de Duitsers op het punt stonden hier binnen te vallen. Maar wel na de oorlog gelijk in een militaire jeep met chauffeur rondrijden en de oorlogsheld uithangen, die smerige lafbek!’

‘Ik vind het zo zielig voor Juliaantje, dat ze met die vent getrouwd is’, zei mijn moeder.

‘Dat is precies de enige van het hele stelletje, die nog een klein beetje fatsoen in d’r lijf heeft’, zei mijn vader.

‘Heeft u de prins wel eens ontmoet, pa?’, vroeg ik.

‘Na de oorlog kon ik wel een medaille krijgen die Bernard zou komen opspelden, maar ik heb voor de eer bedankt. Hij zal hem wel achterovergedrukt hebben want er hingen pas 20 onverdiende medailles voor betoonde moed op zijn borst, dus er kon er nog vast wel eentje bij. Moet je eens kijken, beginnen ze daar allemaal ook het Wilhelmus nog te zingen met tranen in hun ogen, je zou het toch niet geloven als je het zelf niet zag’.

‘Weet u nog pa, dat ik vorige maand bij het toelatingsexamen voor de HBS, voor geschiedenis de eerste twee coupletten van het Wilhelmus moest kennen en ik alleen maar de eerst zin wist? ‘

‘Maar je bent tòch geslaagd en wij zijn heel blij dat jij genoeg koppie koppie hebt om door te kunnen leren zodat jij straks met schone handen je brood kan verdienen in plaats van te moeten ploeteren in de bouw of de metaal zoals je broer en je vader’, zei mijn moeder. ‘Maar onthou dat het de Ho-ge-re Bur-ger-school heet waar je straks op komt te zitten, dus daar leren ze je behalve je talen en rekenen ook hoe je een hogere burger moet zijn. En al de hoge heren kennen het Wilhelmus en buigen als lakeien voor dat zooitje ongeregeld.’

‘Niet allemaal, Riet, want er zitten ook fatsoenlijke bij in dat opzicht; communisten, wat PvdA’ers en pacifisten, die zien het heus wel scherp’, zei mijn vader. ‘Alleen hebben die nog te weinig in de melk te brokkelen om die opvreters weg te sturen en er hier een nette republiek van te maken, het is niet anders. Over melk gesproken, zal ik nog een bakkie inschenken voor ons, want zometeen begint Bonanza.’

 

Henk Westbroek is zanger, liedjesschrijver, muziekproducent, radio- en televisiepresentator, ex-politicus en bovenal een uitgesproken republikein.

Waarom de Europese Unie een federatie moet worden

Op 5 mei 2020 plaatste het Duitse Constitutionele Hof een bom onder het bouwwerk van de Europese instellingen. Het keurde het opkoopprogramma van staatsobligaties van de Europese Centrale Bank af. De impasse die daaruit volgt kan alleen met de vorming van een Europese federatie worden ondervangen, betoogt expert in internationale betrekkingen Gerard van der Zwan.

Tekst Gerard van der Zwan

Het Constitutioneel Hof in Duitsland, het Bundesverfassungsgericht, keerde zich tegen het ‘opkoopprogramma’ van staatsobligaties van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB voert dit beleid om te zorgen dat de inflatie in de EU niet te laag wordt. De kritiek van het Constitutionele Hof betreft niet zo zeer het ‘opkoopprogramma’ zelf, maar het feit dat de ECB niet goed motiveert waarom dit programma noodzakelijk is. Daarbij beroept het Bundesverfassungsgericht zich op artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Daarin wordt gesproken over het ‘evenredigheidsbeginsel’. Europese instellingen, zoals de ECB, mogen niet meer activiteiten ontplooien dan noodzakelijk is voor het bereiken van hun doelstellingen. Er moet dus een zekere ‘proportionaliteit’ bestaan tussen een beleidsdoelstelling en de middelen die daarvoor worden ingezet. In gewone mensentaal: het is niet toegestaan om met een kanon op een mug te schieten.

Achtergrond is dat het inflatiebeleid van de ECB nogal wat negatieve bijeffecten heeft, bijvoorbeeld een lage rente, een negatieve invloed op pensioenen en het snel stijgen van de prijzen van onroerend goed. Om die reden bepaalde het Duitse Constitutioneel Hof op 5 mei dat de ECB binnen drie maanden tekst en uitleg moet geven over de noodzaak van het ‘opkoopprogramma’. Zo niet, dan moet de Duitse Centrale Bank, de Bundesbank, zich terugtrekken uit het ‘opkoopprogramma’.

Zijdelings deelde het Constitutionele Hof een oorveeg uit aan het Europese Hof in Luxemburg, dat als hoogste rechtbank oordeelt over geschillen over de uitleg van de Europese verdragen. Bij dat Europese Hof was eerder een klacht binnengekomen over misbruik van bevoegdheden door de ECB. Het Europese Hof wees deze klacht in 2018 zonder meer af en keurde daarmee het ‘opkoopbeleid‘ van de ECB goed. Het Europese Hof aanvaardde klakkeloos het standpunt van de ECB en ging niet over tot rechterlijke toetsing. Het Constitutionele Hof oordeelde dat het Europese Hof hiermee een ‘onbegrijpelijke’ uitspraak had gedaan. Het Europese Hof reageerde met een wat zuinige verklaring dat het nooit commentaar geeft op uitspraken van nationale rechterlijke instanties.

Weeffouten in EuropeesVerdrag

De tegenstanders van de EU waren blij, omdat ze de uitspraak van het Constitutionele Hof zagen als kritiek op de EU. Dat was het applaus van de verkeerde zijde, omdat ze vermoedelijk ook de uitspraak niet goed begrepen. Het juiste applaus kwam van degenen die al veel langer willen dat de weeffouten in de Europese verdragen worden hersteld en de EU nu eindelijk stappen zet in de richting van de Federatie die het samenwerkingsverband al decennia had moeten zijn.

Met het in werking treden van het Verdrag betreffende de Europese Unie werd per 1 juni 1998 het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) in het leven geroepen. Dit stelsel bestond uit de nieuw opgerichte Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de lidstaten van de EU, onder wie bijvoorbeeld de Nederlandsche Bank (DNB). Het betrof dus een stelsel waarin de ECB en de centrale banken van de lidstaten samenwerken. Het was dus niet de bedoeling dat er één hoofkantoor in Frankfurt zou komen (de ECB) met daarbij allerlei ondergeschikte filialen in de lidstaten. Nee, de nationale banken in de lidstaten bleven hun eigen verantwoordelijkheid houden, zij het dat zij een aantal taken niet langer verrichten omdat die bevoegdheden waren overgegaan naar de ECB. Daarmee vallen deze banken nog steeds niet onder de ECB maar vooral onder het nationaal recht van hun lidstaat.

Sinds de oprichting heeft de gewone burger echter weinig meer van het Stelsel gehoord maar des te meer van de ECB. Daarmee ging die ECB steeds meer een eigen koers varen. Een koers die op de nodige kritiek kon rekenen. Ook binnen de ECB zelf. De Raad van Bestuur was bepaald niet unaniem in de beslissing om het ‘opkoopprogramma’ te gaan uitvoeren. Belangrijke landen als Duitsland en Nederland waren er op goede gronden tegen. Inmiddels loopt het programma vijf jaar en is er in totaal voor een gigantisch bedrag van 2.200 miljard euro aan obligaties opgekocht. Nu In mei voegde zich bij de criticasters ook het Duitse Constitutionele Hof, omdat de Duitse centrale bank verplicht werd mee te doen aan dit ‘opkoopprogramma’ (door de ECB) terwijl de Duitse wet het de Bundesbank in feite verbiedt aan een dergelijk ‘opkoopprogramma’ mee te werken.

Hyperinflatie

Met de kritiek van het Constitutionele Hof komt een fundamentele vraag aan de orde. De ECB is een onafhankelijke Europees instelling, maar wat nu wanneer zo’n instelling zich niet aan het mandaat houdt? Wie corrigeert dan het ontspoorde beleid van de ECB? Hier wreekt zich een tweetal zaken. Een eerste ‘weeffout’ is de onafhankelijkheid van de ECB zelf. Er is geen instelling die de beslissingen van de ECB mag beoordelen en zo nodig kan corrigeren. Dat de ECB onafhankelijk is vloeit voort uit het verleden. Met name Duitsland heeft een eeuw terug, ten tijde van de Weimar-republiek, een gigantische inflatie gekend. Om haar begrotingstekorten te dekken liet de regering de geldpersen van de centrale bank draaien, met als gevolg een gigantische hyperinflatie. Voor Duitsland is deze ervaring, die het land opzadelde met het naziregime, dermate traumatisch dat het in de onderhandelingen voor het EU-verdrag eiste dat het ECB onafhankelijk werd.

De niet gecontroleerde onafhankelijkheid van de ECB leidt er toe dat de beambten die bij de ECB werken hun gang kunnen gaan zonder dat iemand hen voor verkeerd beleid kan behoeden of corrigeren. Het zijn immers geen politici die verantwoording dragen voor het monetaire beleid van de EU en bij verkiezingen op (wan-)beleid kunnen worden afgerekend. Nee, het zijn beambten, die nooit verantwoording hoeven af te leggen.

Een tweede ‘weeffout’ is dat de EU moeilijk is in te delen in organisatievormen die gangbaar zijn en passen bij de veelheid van onderwerpen waarmee de EU is belast. De EU is geen bondsstaat, die boven de deelnemende lidstaten is gesteld. Nee, het is eigenlijk niets anders dan een supranationale organisatie, met alle voor- maar ook alle nadelen van dien. Supranationale organisaties krijgen bevoegdheden overgedragen van de deelnemende landen, maar die bevoegdheden zijn per definitie beperkt. Er zijn namelijk ook bevoegdheden die niet zijn overgedragen. En die laatste zijn in het geval van de ECB het twistpunt. Wanneer de ECB zich op een terrein beweegt waar ze niet bevoegd is, wie corrigeert dan de Bank? Het Hof in Luxemburg? Nee, dat is een EU-instituut, die dat andere EU-instituut de hand boven het hoofd houdt. De befaamde slager die het vlees van zijn collega in dezelfde winkel keurt. Daarmee is er dus geen instantie die de ECB voor ontsporingen kan behoeden. Een gevaarlijke lacune in de regelgeving.

Scheiding der machten

Maar er is nog een andere weeffout. De landen van de EU kennen allen (min of meer) een scheiding der machten. Dat betekent dat bijvoorbeeld de onafhankelijke rechter uitspraken doet op basis van de geldende wet. Wanneer een regering of een parlement het niet eens is met uitspraken van rechters dan kunnen in een nette democratie dergelijke uitspraken niet worden overruled. Maar wat de wetgever wel kan is de wet wijzigen. Die wijziging vindt plaats onder parlementaire controle, zo werkt de democratie. In het verleden oordeelde de regering en het parlement in Nederland dat bestraffingen door rechters wel erg licht waren. Het resultaat was dat er via wetgeving minimum-straffen werden geïntroduceerd.

Binnen de EU kan dit niet. Het buiten de toegekende bevoegdheid treden van de ECB kan eigenlijk niet worden gecorrigeerd door gekozen politici. En daarmee is er een groot democratisch tekort in de EU. De beambten van de ECB treden hun bevoegdheden op grond van het verdrag te buiten. Wat kunnen de lidstaten doen? Ze kunnen het Verdrag wijzigen, maar dat is een theoretische mogelijkheid. Het zou in het onderhavige geval betekenen dat de onafhankelijkheid van de ECB gereguleerd zou moeten worden via een Verdragswijziging, die de instemming van 27 lidstaten behoeft. Een aantal van die lidstaten moet die Verdragswijziging ook nog eens onderwerpen aan een referendum waarmee de bevolking het goed moet keuren. Kortom, het is een theoretische mogelijkheid dat het misbruik van bevoegdheden door de ECB op een dergelijke wijze kan worden gecorrigeerd. Gezien deze onmogelijkheid blijft er in de EU een democratisch tekort bestaan, waarbij beambten zich bevoegdheden toeëigenen, die ze niet hebben en er geen correctie plaats kan vinden.

Paniek

Dat er na de uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof geen oplossing voor handen was, bleek wel uit de paniek die volgde op de uitspraak. Het Europese Hof vindt dat het Constitutionele Hof niet over deze zaken gaat en zich er dus ook niet mee mocht bemoeien. De Duitse regering stelde zich terecht op het standpunt dat dit land niet verantwoordelijk is voor een uitspraak van een onafhankelijke rechtbank. Heel bont echter maakte het de Europese Commissie. De voorzitter van de ‘hoedster van de verdragen’ dreigde met een ‘ingebrekestelling’, wat jargon is voor het dreigen met een rechtszaak tegen Duitsland bij het Europese Hof. Hetzelfde Hof dat door het Duitse Constitutionele Hof nu juist was gekapitteld. De uitspraak zou niet spannend zijn. Gelukkig hebben we van dat voornemen van de Europese Commissie niets meer gehoord.

De afgelopen maanden is er, achter de schermen, onmiskenbaar veel overleg gevoerd tussen de verschillende betrokken instituties om uit de impasse te geraken. Uiteindelijk heeft dit overleg erin geresulteerd dat de verschillende partijen reageerden op de uitspraak van het Constitutionele Hof. De ECB is in de notulen van de zitting van de Raad van Bestuur uitgebreid ingegaan op de ‘evenredigheid’ van het opkoopprogramma. Opvallend punt is wel dat het Duitse Constitutionele Hof in die notulen niet wordt genoemd. Reden is uiteraard dat de ECB het niet wil doen voorkomen dat het zich laat kapittelen door een uitspraak van een rechtscollege uit één van de lidstaten. Wat natuurlijk wel kinderachtig genoemd kan worden, zeker gezien het feit dat het hier niet zo maar een rechtbank is, maar één van de hoogste Duitse rechtscolleges. Tevens, zo besloot de ECB, kreeg de Bundesbank toestemming vertrouwelijke documenten over het ‘opkoopprogramma’ te delen met de Duitse regering en het parlement. Een ruime meerderheid van de Duitse Bondsdag verklaarde vervolgens in een motie dat de ECB aan de eis van het Duitse Constitutionele Hof heeft voldaan, door het gevoerde opkoopbeleid beter uit te leggen.

Is de gekozen oplossing echt een oplossing of betreft het hier toch niet meer dan het plakken van wat ‘pleisters’? De onderliggende problematiek is op geen enkele wijze opgelost; namelijk de vraag wie de competenties bewaakt en wie wat doet wanneer die worden overschreden. De toekomst zal laten zien dat de huidige oplossing geen echte oplossing is. De ECB zal zich vermoedelijk wat meer realiseren dat ‘onafhankelijkheid’ niet een van god verkregen recht is en dat dit gekoesterd en waargemaakt moet worden. Wellicht daalt de Raad van Bestuur af uit de ivoren toren aan de Sonnemannstrasse 20 in Frankfurt am Main. Het Europese Hof zal de wonden likken en zich moeten beraden op de eigen positie die met de uitspraak van het Constitutionele Hof ongeloofwaardig dreigt te worden. De Europese Commissie zal er het stilzwijgen toe doen. De enige echte overwinnaar is het Constitutionele Hof, maar die zal zich in deze zaak niet meer laten horen: het heeft immers gewonnen.

Betekent dat dat er in de toekomst niet meer zaken zullen volgen? Nee, zeker niet. Juist omdat er niets fundamenteels is opgelost zal zich in de toekomst zeker weer zo’n situatie voordoen. Het Constitutionele Hof heeft in het verleden vaak van zich doen spreken. Wanneer nieuwe klachten (over de ECB) bij het Duitse Hof binnenkomen, die ook door particulieren kunnen worden ingediend, zal het deze in behandeling moeten nemen. Kortom, de situatie die zich de afgelopen maanden heeft voorgedaan zal zich in de toekomst zeker herhalen.

Decentraliseren met federatie

De oplossing van een dergelijk conflict kan zijn het omvormen van de EU van supranationale organisatie tot een Europese Federatie. Nu werkt het woord ‘federatie’ bij veel mensen als een rode lap op een stier, omdat daarmee een centraal gezag wordt gecreëerd. Wat echter vergeten wordt is dat een federatie juist ook mogelijkheden biedt om heel veel bevoegdheden te decentraliseren. Zo is de Bondsrepubliek Duitsland opgezet als een federatieve staat. Dat was juist om te voorkomen dat het een centralistische staat zou worden waarin zich de ramp van het nazi-regime zou kunnen herhalen. Veel beleid in Duitsland is geen competentie van de centrale overheid, maar van de verschillende bondslanden, zoals onderwijs, natuurbescherming, gezondheidszorg, culturele zaken, media en waterhuishouding. De competenties die bij de deelstaten behoren gaan ook veel verder dan de bevoegdheden van de provincies in Nederland. In die zin is Nederland een veel gecentraliseerder land dan Duitsland.

De overgang van de huidige supranationale EU naar een federale EU is in een paar stappen gezet. Het Europees Parlement zou zich kunnen omvormen tot een echt parlement, met directe lijsten zodat een Nederlander ook een Fin kan kiezen of zelfs een Italiaan. De Europese Commissie zou een regering kunnen worden die dient te berusten op een meerderheid in het Europees Parlement. De Europese Raad zou een Senaat kunnen worden, waarin de regeringsleiders, of hun ministers, zitting hebben, afhankelijk van welk onderwerp in de Senaat wordt besproken. Bovenal is een goede verdeling van bevoegdheden tussen de federatie en de deelnemende lidstaten noodzakelijk. Wanneer de EU zou veranderen in een federatie zou worden voorkomen dat opnieuw competentie-problemen ontstaan. Immers is er dan een duidelijk mechanisme dat voorkomt dat de verschillende instituten van de EU en de lidstaten vechtend over straat rollen.

Gerard van der Zwan was werkzaam in de internationale verhoudingen en is lid van het Comité van Aanbeveling van de Partij voor de Republiek i.o.

Complotprofessor Karel weet raad (6): ‘Nee’ tegen Coronagate

/

Professor Karel beantwoordt  wekelijks brandende vragen vanuit zijn achterban over de tentakels van de Deep State. In deze aflevering: professor Karel zegt ‘nee’ tegen Coronagate.

Tekst en illustraties: Sjoerd de Jong

Amice,

Al geruime tijd voel ik de behoefte u te schrijven, omdat u een van de weinigen bent die, net als ik, zeker en vast de ware aard van de ‘pandemie’ doorzien. Ik heb dat woord bewust tussen ironietekens geplaatst, al is er natuurlijk niets om te lachen. Wij worden op een schandelijke manier bedrogen door onze eigen overheden, die deze pandemie verzonnen hebben óf (u kunt daar waarschijnlijk meer over zeggen) op hun beurt zelf voor het lapje worden gehouden door een coterie met grote belangen in de farmaceutische industrie. Zij regelen alles. Daar komt men als psychiater, mijn eigen professie, gewoon niet tussen.

Welnu, toch heb ik onlangs in een schrijven aan de heren Rutte en Van Dissel mijn diensten aangeboden aan het Nederlandse Outbreak Management Team (OMT). Wij Vlamingen en u in zitten in hetzelfde bedje, niet?

Ik ben ervan overtuigd dat mijn educatie als pater (Dominicaner Orde) alsmede mijn latere studies psychiatrie en differentiedenken (Freud, Lacan, Deleuze) goed van pas zouden komen nu onze samenleving ten prooi valt aan wat wij intussen toch alleen maar noemen kunnen: virale entropie.

Maar wat dacht u? Geen antwoord, niet eens een ontvangstbevestiging. Ook de bijgesloten diploma’s en mijn internationale rijbewijs kreeg ik niet retour.

Ik dacht: wablief? Wat vindt u daar van?

Hoogachtend,

Pierre VanderKletse

 

Beste Pierre,

U bent verbaasd? Ik niet.

Uiteraard heeft men in Den Haag, Parijs, New York of Washington geen behoefte aan kritische stemmen, laat staan aan experts zoals u.

Gelet op uw professie en achternaam spelen hier mogelijk ook de zogenaamde Hollandse nuchterheid en Belg-o-fobie een rol, niet ongebruikelijk in Den Haag. Ik hoorde onlangs een vergelijkbaar verhaal van uw collega-psychiater Josephine DeZwetsenaere. Zij had voorgesteld het voltallige kabinet (kosteloos) te behandelen met edelstenen en EMDR-therapie om de besluitvorming terug te voeren naar de baarmoeder. Ook zij kreeg geen enkele respons.

Het is ook geen wonder. Weet u wat ik schokkend vind? Er zijn steeds meer signalen dat tot deze verzonnen pandemie niet eens is besloten tijdens een vergadering van de politieke, zakelijke en farmaceutische elites in Davos, zoals ik eerder meende, maar pas na afloop, tijdens de après-ski. Men ziet het voor zich. Met een glas in de hand is daar bedacht dat een gefabriceerd virus het beste middel kon zijn om in te breken in ons leven en de hele wereldbevolking tot een nieuw soort horigheid te dwingen. En wie geeft men de schuld? Een Chinese vleermuis. Het cynisme van de elites is werkelijk ongelooflijk.

En dan morgen wéér een persconferentie om de duimschroeven in de vorm van mondkapjes nog meer aan te draaien? Ik zeg: nee. Het is genoeg geweest. We kunnen dit gewoon niet meer accepteren.

Daarom ben ik trots en blij langs deze weg de oprichting bekend te kunnen maken van een nieuw college deskundigen, dat niet de Nederlandse overheid maar de bevolking zal gaan adviseren over de te nemen maatregelen.

Dit team vol knappe koppen, dat zal gaan werken onder de naam Inbraak Management Team (IMT), is het afgelopen weekeind voor het eerst bijeen geweest, op een niet nader te noemen locatie bij mij thuis. Het team zal wekelijks bijeen komen en langs diverse kanalen en fietsroutes de bevolking raad geven hoe men zich het beste kan onttrekken aan de ongekend totalitaire maatregelen die de overheid ons wil opleggen.

Wat zijn onze plannen, en wat kunt u bijdragen?

Misschien moet ik eerst iets vertellen over onze oprichtingsbijeenkomst, die reeds zeer vruchtbaar was. Na een zogeheten binge-watch van relevante documentaires als Plandemic, Corona Zombies, Coastal Elites, Carrie en The Shining om in de juiste gemoedstoestand te komen, hebben wij in één sessie een Coronagate-routekaart gemaakt, plannen bedacht voor anti-corona-app-software en een begin gemaakt met een Deep State-dashboard. U zult er de komende weken nader over worden geïnformeerd.

Overigens, het zal u plezier doen te vernemen dat uw collega De Zwetsenaere deel uitmaakt van ons team. Haar behandeling bracht mij en enkele andere teamleden binnen luttele minuten terug naar onze eerste dagen in de wieg. Ik zag ineens vlijmscherp hoe men toen al de werkelijkheid voor mij begon te construeren, met simpele woordjes, vreemde gebaren en kleurige objecten. Het bleek opnieuw terecht dat ik de zaken nooit heb vertrouwd.

Wat kunt u doen? Stuur vragen, suggesties en mogelijk nuttige informatie naar het Inbraak Management Team, onder vermelding van ‘Coronagate‘. Om de autoriteiten niet op uw spoor te brengen, ontvangt u van ons natuurlijk geen reactie of antwoord. Toegestuurde documenten blijven bezit van het IMT.

Wij zeggen nee!

 

Wat is een republiek? De staatsleer van Spinoza, Johan de Witt en Hugo de Groot

In onze wereld is het duidelijk wat een republiek is: een staat met een gekozen hoofd en liefst ook in andere opzichten een democratie, dat wil zeggen een bestel waarin alle macht teruggaat op het volk. Als politieke voorloper ontdekte de eerste Nederlandse Republiek pas gaandeweg dit concept.

Tekst Anton van Hooff

De preambule van de Duitse Grondwet zegt het duidelijk: ‘… het Duitse volk heeft zich krachtens zijn grondwetgevende bevoegdheid deze constitutie gegeven’. Wat in Nederland voor grondwet doorgaat, heeft niet eens zo’n bekentenis tot de democratie. Nog onlangs verbijsterde ik een Amerikaanse studente in mijn gehoor met de mededeling dat de Nederlandse Grondwet geen wet is, waarop de burger zich dus kan beroepen.
Van alle 195 staten in de wereld heeft slecht een handjevol een erfelijk staatshoofd. Geen van de talrijke ex-kolonies die in de twintigste eeuw staat werden werd een monarchie. Veel staten hebben ‘republiek’ in hun naam. Alleen aan de randen van Eurazië komt het monarchale systeem nog voor. In 2006 nodigde Elisabeth II ter gelegenheid van haar zestigjarige queenschap de fossielen naar Londen. De groepsfoto toont de monarchale malaise. Vijf gasten waren allang afgezet. En de Arabische wereld was vertegenwoordigd door types in wier gezelschap een fatsoenlijk mens niet wenst te verkeren. Het is duidelijk dat de monarchie historisch een doodlopende weg is. Niet voor niets zeggen we dat Nederland nog een koninkrijk is.

Wat betekent res publica?
Onder de Republiek werd de staat die sinds het verlaten van Filips II in 1581 ontstond, al gauw bekend. Maar pas de Bataafsche Republiek van 1795 nam het woord in haar naam op. In de zestiende eeuw was ‘republiek’ een open term voor alle niet-feodale staatsverbanden. Van zulke systemen waren er niet veel in het toenmalige Europa. Het bekendst was de Repubblica di Venezia met een gekozen doge. De Latijnse naam Venetiarum Respublica maakte overduidelijk wat het historische voorbeeld was, te weten de Romeinse Republiek. Zo heet in de geschiedschrijving de periode na de afzetting van koning Tarquinius Superbus in 509 vC. Het systeem had twee gekozen en jaarlijks wisselende consuls als hoogste magistraten. Het bestond tot 27 vC, het jaar waarin Augustus monarchale bevoegdheden kreeg ofwel keizer werd.
Het Latijnse res publica is een ruime uitdrukking voor ‘publieke zaak’ of ‘gemeenschap’. Jan de Oude van Nassau, de oudste broer van Willem van Oranje, gebruikte ‘gemeente’ (gemeynte) als synoniem voor Republicque. Een monarchie kon ook als een res publica gelden, mits de vorst maar het algemeen belang behartigde. In de Nederlanden werd die verplichting vastgelegd bij de Blijde Inkomst. Daarnaar werd verwezen in de vloed van geschriften die meekwam in de stroomversnelling van de Nederlandse Revolutie.
De Staten-Generaal besloten op 22 juli 1581 Filips II de rug toe te keren, te verlaten – want hij had zijn Nederlandse schapen in de steek gelaten. Op 26 juli fiatteerden ze de uitvoerige rechtvaardiging van het besluit (Placcaert) goed. Het stuk, een verordening, is door zijn principiële motivering de eerste onafhankelijkheidsverklaring ter wereld. Toch meenden de vroede vaderen nog het niet zonder een landsheer te kunnen stellen. Na de teleurstellende ervaring met François van Anjou, broer van de Franse koning, richtte men de blik naar het westen, naar Elisabeth I. Zij stuurde Leicester, naar de Nederlanden, maar ook zijn missie werd geen succes. Toen begon men zich af te vragen of een vorst zo nodig moest. Konden de Statenvergaderingen het niet alleen af?

Vrancken: het zijn de Staten
In 1587 schreef François Vrancken een stuk van vijf pagina’s met de lange titel Corte Verthooninge van het Recht by den Ridderschap, Edelen, ende Steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tyden in den voorschreven Lande gebruyckt, kortheidshalve aangeduid als Justificatie of Deductie. Het werd als standpunt van de provinciale Staten in 1588 gepubliceerd.
Vrancken betoogde dat de steden van Holland, West-Friesland en Zeeland al achthonderd jaar steeds in goed overleg met de graven hun gewesten bestuurden. Pas in de afgelopen vijftien jaar was door Filips II aan deze ideale verhouding een einde gemaakt. Daarmee waren de fundamentele rechten van de Staten aangetast. Zij spraken namelijk namens de eenheden (steden en adelschap). Het was daarom ondenkbaar dat de Statenleden zich door eigenbelang zouden laten leiden – een aanvechtbare aanspraak. Maar goed, Vrancken stelt vast: ‘Daarom zal iedereen moeten begrijpen dat zij die verklaren dat de soevereiniteit over de landen bij de Staten berust, daarmee niet in het bijzonder bepaalde personen of afgevaardigden van het land bedoelen, maar hun mandatarissen, te weten de edelen en steden van het land die zij uit hoofde van hun mandaat vertegenwoordigen’ (Deductie, par. 20).

Vrancken legde scherper dan het Plakkaat deed, de soevereiniteit bij de Staten. Feitelijk, maar geenszins principieel maakten de Staten-Generaal hun gewesten tot een staat zonder landsheer op 12 april 1588. Toen besloten ze op voorstel van Holland om een Raad van State, een orgaan met een vertrouwde naam, in te stellen en dat tot het hoogste staatsorgaan te maken.
Behendig inspelend op de internationale verhoudingen wist Johan van Oldenbarnevelt vanaf 1588 de Verenigde Nederlanden een plaats onder de Europese staten te bezorgen, maar tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) kwam het tot een uitbarsting tussen hem en Maurits. Het ging niet alleen om de beruchte theologische twist over de goddelijke voorbestemming van het individu, maar er was ook een fundamenteel meningsverschil over de verhouding tussen de Staten en de stadhouder.

Hugo de Groot: wij leven vrij
In de polemiek stond Hugo de Groot, aan de kant van Van Oldenbarnevelt. In 1610 publiceerde hij het Tractaet Vande Oudtheyt vande Batavische nu Hollantsche Republique. Op uiterste creatieve wijze gaat De Groot daarin met het verleden om. De Bataven waren echte inheemsen. Komend uit Hessen vestigden zij zich hier – na het fameuze afzakken van de Rijn – op het onbewoonde eiland tussen de grote rivieren, het Bataveneiland, dat nog steeds naar hen Betuwe heet. Zij namen het gebied in volgens de ‘alder-billickste wet der nature’ volgens welke onbeheerde goederen toekomen aan de vinder. De Bataven, wij Hollanders dus, waren een ‘volck vry van sijnen oorspronck, in een vry landt’, autochtonen in de ware zin van het woord.

Hugo de Groot (1583-1645)
Uit wat de Romeinse geschiedschrijver Tacitus over de Germanen schreef, maakte De Groot op dat de Batavieren een regering van de voortreffelijksten (treffelickesten) hadden – net als de Republiek van zijn tijd. Er waren twee soorten ‘treffelicksten’: aanzienlijksten van oudsher en de gekozenen uit het gewone volk (de verkorenen uyt het gemeene volck), een soort Statenvergadering dus.
Tijdens de middeleeuwen, waaraan De Groot nogal snel voorbij gaat, wisselde het respect van de vorsten voor de vrijheid wel, maar in principe bleef zij van kracht. Ten slotte trad het gezag van de Staten ‘wederom klaerlick aen den dagh’. Toen koning Filips wiens gezag steeds was geëerbiedigd, door smeken noch vermaningen tot een andere gezindheid kon worden gebracht, hebben ten slotte de Staten-Generaal op 26 juli 1581 Filips wegens het schenden van de regeerregels, de iure en de facto van zijn ‘Vorstendom’ vervallen verklaard.
Johan de Witt (1625-1672)
De Witt: macht is niet aangeboren
Tot de nationale mythologie behoort de Groots ontsnapping in een boekenkist uit slot Loevestein (22 maart 1621). ‘Loevestein’ kreeg een politieke betekenis doordat daar in 1650 enkele Staatsgezinden enkele maanden opgesloten zaten, onder wie de vader van Johan de Witt. Na zijn vrijlating zou vader De Witt zijn zoon hebben toegevoegd: ‘Vertrouw nooit een Oranje.’
Door Johan de Witt’s leiding werd in 1654 een einde maakte aan de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) door de Vrede van Westminster. De overeenkomst kon alleen worden gesloten door een geheim bijvoegsel te aanvaarden, de Acte van Seclusie (Uitsluiting). Daarin beloofden de Staten van Holland dat zij nooit een nakomeling van Willem II tot stadhouder van Holland zouden benoemen.
Toen de zaak uitkwam moest De Witt de stap verdedigen. Hij deed dat in een betoog, Deductie, waarin hij een duidelijker inhoud gaf aan het concept republiek dan Hugo de Groot. In zijn Deductie ofte Declaratie van de Staten van Hollandt en West-Vriesland betoogt De Witt dat het principieel onjuist zou zijn de functie van kapitein- en admiraal-generaal aan het zoontje van Willem II, de later Willem III, toe te kennen. Sommigen hadden daarvoor gepleit, maar ‘hoe zou vrijheid kunnen worden genoemd dat in een Republiek de hoogste waardigheid iemand werd aangeboren? En zou het een bewijs van vrije keus zijn om de hoogste functies aan kinderen toe te wijzen?´(2, 1, 8).
Men moest ‘veeleer de gedachtegang volgen van alle politieke auteurs met gezond verstand dat in een Republiek zulke functies niet zonder aanmerkelijk risico voor de vrijheid kunnen worden toegewezen aan degenen van wie de ouders dezelfde functies tevoren hebben bekleed’ (1,1,9).
Men moest kijken naar landen die als ‘welgestelde en welgevormde Republieken’ hun vrijheid behielden. Daar werd het hoogste ambt nooit gecombineerd met militair bevelhebberschap. De hoogste macht was daar gedeeld. Daar werd geen militaire bevoegdheid voor een langere periode toegekend. Zo deden dat eertijds de Romeinen met hun twee consuls, die ook nog jaarlijks wisselden. ‘Zoals wij dat ook tegenwoordig in deze staat en vooral in de provincie van Holland en West-Friesland bij alle hoge functies navolgen’ (2,126). De Statenleden dienden afstand te nemen van de stelregel ‘dat in een Vrije Republiek de waardigheden van de vaders de zoons enigszins aangeboren zouden zijn’ (2,1,34).
Grote leiders brachten onenigheid in de gemeenschap. Juist de spreiding van macht maakte de sterkte van de Verenigde Nederlanden uit: ‘Dit zijn naar het oordeel van de Staten van Holland de echte banden die de zeven pijlen verbinden die in de klauw van een en dezelfde leeuw moeten worden vastgehouden.’
Natuurlijk hadden de Oranjes het land belangrijke diensten bewezen, maar ze hadden er meer dan genoeg voor teruggekregen, zeker tweehonderd ton goud oftewel twintig miljoen gulden. ‘Bovendien hebben de Oranjevorsten, hun hele familie en aangetrouwden vrijdom van ’s lands belastingen en bijzondere heffingen genoten, wat op een excessive fortune zou komen te staan’ (2,6,5). Het debat over de belastingvoordelen van de Oranjes is dus bepaald niet iets van onze tijd.

De la Court: welvarender in een republiek
Acht jaar na de Deductie, in 1662, verscheen Interest van Holland ofte gronden van Hollands-Welvaren van Pieter de la Court (1618-1685). Hij noemde het een godsgeschenk dat Willem II vroegtijdig overleden was en bij zijn dood geen volwassen nazaat had achtergelaten. Daardoor kon Holland zijn enorme nationale schulden afbetalen; onder het bewind van een stadhouder was het zeker failliet gegaan, want monarchen geven altijd grote sommen geld uit aan de krijgsmacht. Natuurlijk verheerlijken niet alleen ambtenaren, hovelingen en soldaten en allen die zich ook graag door corruptie zouden willen verrijken ‘de Monarchale regeringe, om eigen profijt, ten Hemel, als daar uit nedergedaald zijnde.’ Maar uit De Courts betoog bleek ‘dat de Ingezetenen van een Republik oneindelik gelukkiger zijn, als (= dan) de onderdanen van een land, geregeert door een Heer.’

Baruch Spinoza (1632-1677)
Spinoza: een republiek is democratisch
Spinoza prijst in algemene termen de ‘vrije republiek, libera republica. Opmerkelijk is dat hij in zijn Theologisch-politieke verhandeling de termen democratia en democraticus in positieve zin gebruikt, terwijl antieke filosofen, in het bijzonder Plato, Europa tot na 1800 een afkeer van de volksmacht hadden bezorgd. Volgens Spinoza voldoet alleen democratie aan de eisen van het natuurrecht; het vrije individu draagt uit eigen keuze rechten over aan de staat. Als voorbeeld van een voorbeeldig functionerende democratie geeft hij de stad Amsterdam, ‘die met zijn zo grote groei, en met bewondering van alle naties de vrucht van deze vrijheid geniet, want in deze uiterst welvarende republiek en stad die alle steden van welke natie ook overtreft, leven ook mensen van diverse achtergrond in een hoogste harmonie.’ (Tractatus theologico-politicus, hoofdstuk 20).

We zien dat bij Vrancken, De Groot, De Witt, De la Court en Spinoza zich een staatsleer ontwikkelt die de Republiek ook in staatkundig opzicht in de vroege verlichting plaatst. Laten we die traditie weer oppakken en de republiek herstellen.


Dit artikel is de bewerking van een hoofdstuk uit het onlangs bij uitgeverij Omniboek verschenen Het Plakkaat van Verlatinge. De eerste onafhankelijkheidsverklaring , auteur: Anton van Hooff.

Complotprofessor Karel weet raad (5): hoe houdt u de AiVD uit uw WC?

/

Onze immer waakzame complotprofessor Karel beantwoordt  brandende vragen vanuit zijn achterban over verborgen machten en netwerken. In deze aflevering: het toilet als databank van de Deep State.

Tekst en illustraties: Sjoerd de Jong

Zeer geachte professor Karel,

Tijdens een korte skivakantie in Noord-Japan met mijn gezin (twee studerende dochters en een zoon met enkele ‘tussenjaren’, waar ik u verder niet mee zal lastigvallen) werd ons door het hotelpersoneel voorgehouden dat wij voor de stopcontacten in onze kamers een Amerikaanse adapter nodig hadden. Ik weigerde die te gebruiken, omdat ik het zaakje niet vertrouwde. Je wilt niet dat de NSA meekijkt op de piste, nietwaar! Zeker niet nu mijn zoon van plan is zijn volgende vijf (!) tussenjaren in de VS door te brengen. Het gevolg was wel dat wij verstoken bleven van stroom zodat al onze apparatuur uitviel – niet echt leuk, vonden met name mijn dochters – en ik mij twee weken niet heb kunnen scheren. Eenmaal thuis, knaagt de twijfel. Zag ik spoken?

Boris van Oeteren

 

 

U zag geen spoken, laat ik dat vooropstellen. Mij verbaast het althans niet wat u vertelt. Ik raad mensen altijd aan om mijn standaardwerk te lezen, The Eclipse of Japanese Skiing Power. Daarin zet ik uitvoerig uiteen hoezeer de Japanse wintersport verweven is met Amerikaanse overheids- en inlichtingendiensten. En dan hebben we het nog niet over de sponsoring door grote Amerikaanse bedrijven, die als dekmantel dient, dat spreekt vanzelf. U moet weten: Japan is voor mij de ultieme deep state, waar de macht zich ophoudt achter de façade van een parlementaire democratie. Typisch Japans. Ik heb dat onderzocht en daarna met succes toegepast op de Verenigde Staten, de NAVO, de Europese Unie, en uiteraard ook op Nederland. Wij moeten niet denken dat we anders zijn. Het officiële verhaal klopt ook híer niet! Kortom, wat ik vond was uniek en zo typisch Japans dat ik het overal voor kon gebruiken. Het is overal hetzelfde liedje! Dat is in de hotelbranche natuurlijk niet anders.

Overigens, ik hoop dat u ook het toilet in uw kamer goed heeft bestudeerd. Een Japans toilet is niet iets dat men gewoon even doorspoelt, maar is in feite een databank, een technologisch hoogstandje dat biometrische en biografische informatie opslaat, die dan weer kan worden afgetapt door geheime diensten. Mij zijn gevallen ter ore gekomen – ik heb ze nog niet allemaal grondig kunnen bestuderen – van Japanse hotels waar het stemgedrag van de bewoners via het toilet werd doorgegeven. Dat stelde de CIA en verwante inlichtingendiensten in staat om het te beïnvloeden door middel van stoffen die werden toegevoegd aan het spoelwater. Bij elke keer doorspoelen schoof men dan iets verder op naar rechts, dat was het idee. En u moet bedenken, op een doorsnee dag spoelt men toch al snel vijf keer door – op mijn leeftijd zelfs tien – en dan is, zeker als men ook zittend urineert zoals gebruikelijk onder ruim veertig procent van de Japanse mannen, het politieke effect enorm. Op die manier proberen de autoriteiten ook het effect te neutraliseren van kritische en alternatieve media, die men nu eenmaal graag raadpleegt bij toiletbezoek, in alle rust.

Ik zal je vertellen, toen ik voor het laatst in Tokio verbleef voor overleg met mijn contacten op hoog niveau, heb ik het toilet uitgebroken en naar buiten gegooid. Men vond het natuurlijk wat eigenaardig, maar daar heb ik mij niets van aangetrokken. Er zijn genoeg rockmuzikanten geweest die hetzelfde deden – en dat vond men dan grappig! En nou ja, het is daarna wel even behelpen, daar zal ik niet over uitweiden, maar met wat oefening gaat dat net zo goed.

Kortom, ik zou dit nog wel met uw gezinsleden bespreken, met name met uw zoon, want die baart me enige zorgen. Mogelijk is het idee van ‘tussenjaren’ in de VS hem via het spoelwater ingegeven door de CIA. Doorzoekt u voor de zekerheid zijn reisbagage, als u die nog voorhanden heeft. Vindt u daarin tóch een Amerikaanse adapter, dan is hij misschien al gerekruteerd. Ook gebrek aan baardhaar kan een indicatie zijn.

 

1 2 3 21